€100.000+ beleggen? Ontvang uw selectierapport. Gratis aanvragen

Wat te doen met 100.000 euro?

1 september 2026 Onderwerp: Investeringen

Ontvangt u onverwacht een bedrag van € 100.000 of meer, dan is de verstandigste eerste beslissing dat u nog geen beslissing neemt. Parkeer het geld veilig en gespreid, breng in kaart welke belasting al is betaald en welke nog volgt, en houd rekening met de peildatum van 1 januari in de forfaitaire box 3-berekening. Pas daarna kiest u hoe u het vermogen laat werken.

Wat kunt u het beste doen met € 100.000 of meer?

Er is geen route die voor iedereen de beste is, maar er is wel een volgorde die vrijwel altijd werkt. Die volgorde bestaat uit drie stappen: eerst parkeren, dan uw fiscale positie bepalen, en pas daarna het vermogen structureel inrichten. Wie die stappen omdraait en binnen enkele weken belegt, schenkt of grote uitgaven doet, neemt beslissingen op basis van een situatie die nog niet is uitgekristalliseerd.

De routes die uiteindelijk in beeld komen, zijn overzichtelijk in aantal.

Route

Wat het doet

Wanneer passend

Op een spaarrekening laten staan

Direct opneembaar, laag rendement, gegarandeerd tot € 100.000 per persoon per bank

De eerste maanden, en voor uw buffer

Spaardeposito

Hogere rente, geld staat voor een vaste periode vast

Geld dat u de komende 1 tot 5 jaar zeker niet nodig heeft

Hypotheek aflossen

Rendement gelijk aan uw hypotheekrente, verlaagt tegelijk uw box 3-vermogen

Bij een relatief hoge rente of beperkte renteaftrek

Zelf beleggen

Laagste kosten, volledige eigen verantwoordelijkheid voor beleid en discipline

U heeft kennis, tijd en een vast plan

Laten beleggen

Beheer, rapportage en discipline uitbesteed tegen een jaarlijkse vergoeding

Vanaf circa € 100.000, als u het niet zelf wilt of kunt doen

Schenken

Verlaagt uw vermogen nu en de erfbelasting later

Als overdracht aan kinderen toch in uw planning zit

Welke combinatie past, hangt af van drie dingen: hoeveel u werkelijk kunt missen, over welke termijn, en hoeveel koersschommeling u kunt verdragen. Die vragen komen verderop aan bod. Eerst is er een vraag die daaraan voorafgaat.

Waar komt het bedrag vandaan en welke belasting is er al betaald?

De herkomst van het bedrag bepaalt welke heffing er speelt op het moment dat u het ontvangt. Dat is iets anders dan de belasting die u daarna jaarlijks betaalt over het vermogen zelf.

Herkomst

Heffing bij ontvangst (2026)

Aandachtspunt

Erfenis

Erfbelasting: voor partner en kinderen 10% tot € 158.669 boven de vrijstelling en 20% daarboven. Vrijstelling partner € 828.035, kind en kleinkind € 26.230

Voor overlijdens vanaf 2026 geldt een aangiftetermijn van 20 maanden. Kinderen krijgen bij de wettelijke verdeling vaak een vordering en geen liquide middelen

Verkoop van aandelen in uw bv vanuit privé

Box 2 over het vervreemdingsvoordeel, kort gezegd de verkoopprijs minus de fiscale verkrijgingsprijs: 24,5% tot € 68.843, daarboven 31%. Voor fiscale partners geldt de lage schijf samen tot € 137.686

Niet de volledige verkoopprijs is belast. De opbrengst komt na heffing in privé en valt daarna in box 3

Verkoop door uw holding van de aandelen in de werkmaatschappij

Bij een kwalificerende deelneming, in beginsel vanaf 5% aandelenbezit, is de verkoopwinst doorgaans vrijgesteld op grond van de deelnemingsvrijstelling

De opbrengst blijft in de holding en valt niet in box 3

Verkoop van de onderneming zelf, dus van activa zoals voorraad, klantenbestand en goodwill

De verkoopwinst valt in de vennootschap en is belast met vennootschapsbelasting: 19% tot € 200.000 winst en 25,8% daarboven

De deelnemingsvrijstelling is hier niet van toepassing

Overwaarde na verkoop van uw woning

Geen heffing op het moment van verkoop

De eigenwoningreserve werkt drie jaar door en beperkt uw renteaftrek bij een volgende woning

Vrijkomende lijfrente

Box 1, tegen het progressieve tarief in het jaar van uitkering

In termijnen uitkeren pakt vaak gunstiger uit dan afkoop ineens

Ontslagvergoeding

Box 1 in het jaar van ontvangst

Het uitkeringsmoment beïnvloedt in welk jaar het tarief drukt

Loterij- of prijzengeld

Kansspelbelasting 37,8% over prijzen boven € 449

De organisator houdt de belasting in. Het verschil zit in de communicatie: de Staatsloterij noemt nettobedragen, de Postcode Loterij en de VriendenLoterij noemen brutobedragen waarvan de heffing nog afgaat

Voor de meeste van deze situaties geldt hetzelfde vervolg: welke heffing er ook is toegepast, wat er overblijft telt in beginsel vanaf de eerstvolgende 1 januari mee als box 3-vermogen. Bij een erfenis is dat niet altijd zo eenvoudig. Krijgt u bij de wettelijke verdeling een niet-opeisbare vordering op de langstlevende in plaats van liquide middelen, dan gelden daarvoor eigen fiscale regels. In ons artikel over vermogensbelasting staan de tarieven en de rekensystematiek volledig uitgewerkt. Voor een vrijkomende lijfrente hebben wij een apart artikel waarin de keuze tussen uitkeren en doorbeleggen aan bod komt.

De eerste maanden: wat u nog niet doet

Wie voor het eerst over een substantieel vermogen beschikt, ervaart dat het bedrag groter voelt dan het is. Een ton lijkt oneindig zolang u het afzet tegen uw maandelijkse uitgaven, en blijkt eindig zodra u er meerdere wensen tegelijk uit wilt bekostigen. Een periode van rust, drie tot zes maanden, is geen uitstel maar een instrument. In die periode is er maar één ding dat moet gebeuren: het geld moet veilig staan.

Waar parkeert u het bedrag veilig?

Spaargeld en deposito's zijn beschermd door het depositogarantiestelsel tot € 100.000 per persoon per bank. Bij bedragen boven die grens zijn er drie punten die vaak worden gemist.

Ten eerste geldt de grens per bankvergunning en niet per merknaam. Enkele banken voeren meerdere merken onder één vergunning, en dan worden de saldi bij elkaar opgeteld. Het openbaar register van De Nederlandsche Bank laat zien welke vergunning bij welke merknaam hoort.

Ten tweede geldt de bescherming per persoon. Bij een en/of-rekening van twee rekeninghouders is samen tot € 200.000 beschermd, mits geen van beiden nog andere rekeningen bij dezelfde bank heeft.

Ten derde, en dat is voor deze situatie het belangrijkst: er bestaat een aanvullende tijdelijke bescherming voor uitzonderlijk hoge saldi. Die bedraagt maximaal € 500.000 per persoon per bank bovenop de reguliere € 100.000, en geldt gedurende zes maanden vanaf de storting. De regeling is beperkt tot een aantal specifieke situaties, waaronder een transactie rond de eigen woning, een uitkering uit een pensioen- of arbeidsongeschiktheidsvoorziening, een ontslagvergoeding, een uitkering uit een levensverzekering, en de vereffening van een nalatenschap of een huwelijksgoederengemeenschap. Prijzengeld valt er niet onder. De bescherming geldt alleen voor natuurlijke personen, dus niet voor een bv, en u moet zich er bij een faillissement zelf op beroepen bij De Nederlandsche Bank. Die zes maanden zijn precies bedoeld om u de tijd te geven het bedrag te spreiden.

Voor beleggingen geldt het depositogarantiestelsel niet. Daar bestaat het beleggerscompensatiestelsel, met een aanzienlijk lagere grens. De achterliggende bescherming bij beleggen is een andere: uw effecten worden gescheiden van het vermogen van de instelling bewaard en blijven bij een faillissement van uw bank of beheerder van u.

Welke beslissingen u beter uitstelt

Onomkeerbare beslissingen horen niet in de eerste maanden thuis. Dat geldt in het bijzonder voor het opzeggen van uw baan, verhuizen naar een duurdere woonomgeving, het toezeggen van leningen aan familie of kennissen, en het instappen in beleggingen die u niet binnen een dag kunt verkopen, zoals vastgoedfondsen, private equity of andere niet-beursgenoteerde constructies.

Ook een grote schenking valt in deze categorie. Schenken is fiscaal vaak verstandig, maar het is definitief, en het bedrag dat u weggeeft kunt u niet meer inzetten voor uw eigen plan. Dat is een berekening die pas te maken is als dat plan er ligt.

Wat wel kan in deze fase: bestaande schulden met een hoge rente aflossen, een reeds voorgenomen uitgave doen, en een gesprek voeren met uw notaris of fiscalist over de gevolgen die u nog niet overziet.

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.

Wie vertelt u het, en wie niet?

Nieuw vermogen trekt belangstelling aan. Dat gebeurt zelden kwaadwillend en meestal vanuit een oprechte verwachting, maar het verandert wel de verhoudingen, en die verandering is moeilijk terug te draaien. Het is verstandig om vooraf te bepalen wat u deelt en met wie, in plaats van dat per gesprek te beslissen.

Praktisch komt het neer op drie afwegingen. Uw partner en, afhankelijk van hun leeftijd en de situatie, uw kinderen hebben de informatie nodig. Uw adviseurs hebben het volledige beeld nodig om u goed te kunnen adviseren, en zijn gebonden aan geheimhouding. Voor de bredere omgeving geldt dat u niet verplicht bent het bedrag te noemen, ook niet als het feit zelf bekend is.

Let daarnaast op ongevraagde aanbiedingen. Bij bedrijfsverkopen en grote uitkeringen is de ontvanger vaak binnen korte tijd benaderd door partijen die iets willen verkopen. Voor beleggingsdiensten geldt dat de aanbieder een vergunning van de AFM moet hebben. Dat is in het openbare register van de AFM in enkele minuten te controleren.

De peildatum van 1 januari: het duurste detail

Voor de forfaitaire berekening van box 3 is 1 januari de peildatum. De samenstelling en omvang van uw vermogen op dat ene moment bepalen die berekening voor het hele jaar. Bezittingen die u later in het jaar verkrijgt, tellen voor de forfaitaire berekening pas vanaf de volgende 1 januari mee. Wat u op 2 januari ontvangt, telt daarvoor dus bijna twaalf maanden niet mee. Wat u op 30 december ontvangt, telt na twee dagen volledig mee.

De cijfers voor 2026: het heffingvrij vermogen bedraagt € 59.357 per persoon en € 118.714 voor fiscale partners. Het forfaitair rendement is 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden. Over het berekende rendement betaalt u 36%. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig en worden begin 2027 definitief vastgesteld; het percentage voor overige bezittingen staat vast.

De peildatum is niet het hele verhaal. Is uw werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement, dan kan de tegenbewijsregeling tot een lagere heffing leiden. Bij die berekening wordt juist gekeken naar de inkomsten en waardeveranderingen gedurende het kalenderjaar, en niet naar één peilmoment. Het timingvoordeel dat hierna wordt beschreven, geldt dus voor de forfaitaire berekening.

Rekenvoorbeeld: hetzelfde bedrag, twee ontvangstdata

Onderstaand voorbeeld toont de forfaitaire heffing voor een alleenstaande zonder ander box 3-vermogen die € 250.000 ontvangt, gerekend met de percentages van 2026. Voor banktegoeden zijn die percentages voorlopig.

Ontvangen op 15 december

Ontvangen op 15 januari

Eerste peildatum waarop het bedrag forfaitair meetelt

Twee weken later

Bijna twaalf maanden later

Forfaitaire heffing in het eerste jaar, aangehouden als spaargeld

€ 878

€ 0

Forfaitaire heffing in het eerste jaar, aangehouden als belegging

€ 4.118

€ 0

Het verschil van enkele weken is dus een kwestie van honderden tot enkele duizenden euro's, eenmalig. Bij grotere bedragen loopt dat evenredig op. Bij € 1 miljoen aan beleggingen bedraagt de forfaitaire heffing over een vol jaar ruim € 19.000.

Wat u wel en niet kunt beïnvloeden

Een deel van de timing ligt vast. Een overlijdensdatum, een trekkingsdatum en een reeds getekende koopovereenkomst laten zich niet verplaatsen.

Een ander deel is wel beïnvloedbaar, en dan gaat het om beslissingen die u toch al moest nemen. De leveringsdatum bij een bedrijfsoverdracht of een woningverkoop wordt in onderling overleg bepaald en ligt regelmatig ergens in het vierde kwartaal. Het moment van een dividenduitkering uit uw eigen bv bepaalt u zelf. Hetzelfde geldt voor het uitkeringsmoment van een vrijkomende lijfrente en voor de datum van een voorgenomen schenking: schenkt u vóór 1 januari, dan is het bedrag op de peildatum uit uw vermogen verdwenen.

Wat u niet moet doen, is uw vermogen rond de jaarwisseling kunstmatig van samenstelling laten veranderen. De wet kent een bepaling tegen peildatumarbitrage: verkoopt u in december uw beleggingen en koopt u ze in januari terug, dan wordt die omzetting genegeerd tenzij u aannemelijk maakt dat er niet-fiscale redenen aan ten grondslag lagen. De regeling ziet op transacties die minder dan drie maanden uit elkaar liggen met de peildatum ertussen. Handelingen vóór 1 oktober en na 31 maart vallen er sowieso buiten.

Laat commerciële beslissingen ook niet leiden door de fiscale kalender. Een verkoop enkele weken uitstellen kost niets als de koper daarmee akkoord is, maar een transactie in gevaar brengen voor een eenmalig fiscaal voordeel is een slechte ruil.

Van parkeren naar een plan

Na de parkeerfase komt de vraag waar het vermogen voor is. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het is precies de stap die het vaakst wordt overgeslagen. Zonder doel en horizon is er geen manier om te bepalen hoeveel risico verantwoord is, en zonder die maatstaf wordt de keuze een kwestie van gevoel en marktstemming.

Buffer, doel en horizon

Begin met het deel dat u binnen nu en enkele jaren nodig heeft. Een buffer voor onvoorziene uitgaven, doorgaans drie tot zes maanden aan vaste lasten, hoort op een direct opneembare rekening te staan. Bedragen die een concrete bestemming hebben binnen vijf jaar, zoals een verbouwing, een studie of een geplande aankoop, horen niet in beleggingen. Beleggen wordt pas een redelijke afweging bij een horizon die lang genoeg is om een slecht beursjaar te kunnen uitzitten.

Wat resteert is uw belegbare vermogen. Voor de meeste ontvangers van een substantieel bedrag is dat aanzienlijk minder dan het volledige bedrag, en dat inzicht is op zichzelf al waardevol.

Hypotheek aflossen of beleggen?

Aflossen levert een zeker rendement op ter hoogte van uw hypotheekrente, verminderd met het effect van de renteaftrek. Daar komt bij dat het afgeloste bedrag uit box 3 verdwijnt, wat bij het forfait van 6,00% op overige bezittingen een substantieel voordeel is. De eigen woning valt immers in box 1 en niet in box 3.

Beleggen levert een onzeker rendement op dat over lange perioden historisch hoger heeft gelegen, maar met tussentijdse dalingen die jaren kunnen aanhouden.

Drie praktische punten. De renteaftrek voor de eigen woning is gemaximeerd op een lager tarief dan het toptarief in box 1, waardoor het nettovoordeel van de aftrek kleiner is dan veel mensen aannemen. Bij een hypotheek met een rentevaste periode kan boeterente verschuldigd zijn bij vervroegd aflossen boven het jaarlijks boetevrije deel, doorgaans 10% van de oorspronkelijke hoofdsom. En afgelost vermogen is niet meer beschikbaar zonder de woning opnieuw te bezwaren.

Bij een hypotheekrente van 4% of hoger is aflossen voor veel huishoudens de rationele keuze. Bij een oude lening met een lage rente ligt dat anders.

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.

Hoeveel risico past bij dit bedrag?

De omvang van het bedrag zegt op zichzelf weinig over het passende risico. Bepalend is welk deel van uw totale vermogen het is, hoe lang u het kunt missen, en hoe u zich verhoudt tot een tussentijdse daling.

Dat laatste is geen theoretische vraag. Een breed gespreide aandelenportefeuille kan in een slecht jaar 30% tot 40% in waarde dalen. Bij € 250.000 belegd vermogen is dat een tussentijds verlies van € 75.000 tot € 100.000. Wie dat scenario niet kan uitzitten, verkoopt op het slechtste moment, en dat is de meest voorkomende manier waarop particuliere beleggers rendement verliezen. Wie nooit eerder heeft belegd, kan overwegen gefaseerd in te stappen. Dat levert statistisch gezien een iets lager verwacht rendement op dan ineens instappen, maar het verlaagt de kans dat een ongelukkige start uw beleggingsgedrag voor jaren bepaalt.

Welke beleggingscategorieën daarbij horen, hebben wij uitgewerkt in ons overzicht van manieren om geld te investeren.

Schenken als onderdeel van het plan

Schenken heeft twee effecten tegelijk: het verlaagt uw box 3-vermogen en daarmee de jaarlijkse heffing, en het kan de erfbelasting verlagen die uw erfgenamen later betalen. Of dat laatste effect optreedt en hoe groot het is, hangt onder meer af van de relatie tot de ontvanger, de toepasselijke vrijstellingen en tarieven, de latere ontwikkeling van uw vermogen en de 180-dagenregeling.

De jaarlijkse vrijstelling voor een schenking van ouders aan een kind bedraagt in 2026 € 6.908. Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar bestaat een eenmalig verhoogde vrijstelling van € 33.129, of € 69.009 als de schenking wordt gebruikt voor een dure studie. Die eenmalige vrijstelling komt in de plaats van de jaarlijkse vrijstelling en niet erbovenop: in het jaar waarin u er gebruik van maakt, kunt u niet daarnaast nog € 6.908 vrijgesteld schenken. Voor overige ontvangers is de jaarlijkse vrijstelling € 2.769.

Twee aandachtspunten. Een schenking die binnen 180 dagen vóór het overlijden van de schenker is gedaan, telt mee voor de erfbelasting. En schenken op papier, waarbij u het bedrag schuldig blijft, vereist een notariële akte en een jaarlijks daadwerkelijk betaalde rente van 6%. De regels en tarieven staan uitgebreid in ons artikel over schenkbelasting, en de bredere structuur van vermogensoverdracht komt aan bod in ons artikel over estate planning.

Zelf beleggen, laten beleggen of private banking?

Als de bestemming en de horizon vaststaan, resteert de uitvoering. Er zijn drie routes, en het onderscheid zit in wie de beslissingen neemt en wat u daarvoor betaalt.

Zelf beleggen via een broker is het goedkoopst. U betaalt transactiekosten en de lopende kosten van de fondsen of trackers waarin u belegt. Daar staat tegenover dat u zelf de assetallocatie bepaalt, zelf herbalanceert en zelf de discipline opbrengt om in een dalende markt niets te doen. Dat laatste is in de praktijk moeilijker dan het vooraf lijkt.

Bij vermogensbeheer geeft u een beheerder het mandaat om binnen een afgesproken profiel voor u te beleggen. U betaalt daarvoor een jaarlijkse vergoeding, waar bij de meeste zelfstandige beheerders de fondskosten en transactiekosten nog bovenop komen. Vraag altijd naar het totaal van alle kosten en niet alleen naar de beheervergoeding, want het verschil daartussen kan aanzienlijk zijn. Wat een beheerder na kosten overhoudt, kunt u nagaan in ons overzicht van rendementen van vermogensbeheerders.

Private banking is breder dan beleggen alleen en omvat doorgaans ook financiële planning, fiscale afstemming en estate planning. De drempels liggen navenant hoger. Wat private banking wel en niet oplevert, en wat het kost, staat in ons artikel over de afweging rond private banking. De bredere invulling van vermogensbegeleiding komt aan bod in ons artikel over wealth management.

Vanaf welk bedrag komt vermogensbeheer in beeld?

Veel zelfstandige vermogensbeheerders in Nederland hanteren een instapdrempel vanaf € 100.000. Bij private banks van de grootbanken ligt de drempel voor de persoonlijke dienstverlening doorgaans aanzienlijk hoger. Online vormen van beheerd beleggen zijn toegankelijk vanaf veel lagere bedragen, met een navenant beperkter dienstverleningsniveau. Wat de verschillen betekenen, staat in ons artikel over beheerd beleggen.

De drempel zegt overigens weinig over de kwaliteit. Beslissender zijn de totale kosten, het gerealiseerde rendement na kosten over meerdere jaren, de mate van onafhankelijkheid in de fondsselectie en de vraag of de beheerder ervaring heeft met uw specifieke situatie.

Als het bedrag in uw bv of holding staat

Voor ondernemers die hun onderneming hebben verkocht, ligt de situatie fundamenteel anders. Blijft de opbrengst in de holding, dan is er geen box 3-heffing en speelt de peildatum niet. Het rendement op de belegde middelen valt dan onder de vennootschapsbelasting: 19% over de eerste € 200.000 winst en 25,8% daarboven. Keert u het uit naar privé, dan volgt box 2 tegen 24,5% tot € 68.843 en 31% daarboven, en valt het restant vanaf de volgende peildatum in box 3.

Welke route gunstiger uitpakt, hangt af van uw uitgavenpatroon, de beoogde termijn, het verwachte rendement en de vraag of het vermogen op termijn naar de volgende generatie gaat. Er is geen algemeen antwoord, en de uitkomst kantelt bij verschillende rendementsniveaus. De afweging tussen beleggen in de bv en beleggen in privé hebben wij uitgewerkt in een apart artikel.

Twee punten om in de gaten te houden. Lenen van uw eigen bv blijft mogelijk, mits de lening zakelijk is vormgegeven, maar het is geen route om vermogen belastingvrij naar privé te halen. Op grond van de Wet excessief lenen wordt het deel van uw schulden aan de eigen vennootschap boven de toepasselijke drempel, in beginsel € 500.000, belast als box 2-inkomen. Die drempel kan hoger liggen door eerdere fictieve voordelen, en voor bepaalde eigenwoningschulden gelden uitzonderingen. De lening zelf blijft daarnaast gewoon bestaan. En als bedrijfsopvolging binnen de familie in beeld is, loont het om de structuur daarop in te richten voordat de verkoop rond is. De voorwaarden staan in ons artikel over de bedrijfsopvolgingsregeling.

Veelgestelde vragen

Wat te doen met € 100.000 spaargeld?

Houd eerst een buffer aan van drie tot zes maanden aan vaste lasten en zet geld met een bestemming binnen vijf jaar op een spaarrekening of deposito. Wat overblijft kunt u aflossen op uw hypotheek of beleggen met een horizon van minimaal vijf tot zeven jaar. Bij € 100.000 aan spaargeld betaalt u als alleenstaande in 2026 forfaitair circa € 187 box 3-heffing per jaar; hetzelfde bedrag belegd kost forfaitair circa € 878 per jaar.

Hoeveel belasting betaalt u over € 100.000 in box 3?

Als alleenstaande zonder ander vermogen betaalt u in 2026 forfaitair over € 100.000 spaargeld circa € 187 en over € 100.000 aan beleggingen circa € 878. Het verschil ontstaat doordat de Belastingdienst bij banktegoeden rekent met een forfaitair rendement van 1,28% en bij overige bezittingen met 6,00%, beide belast tegen 36% en na aftrek van het heffingvrij vermogen van € 59.357. Ligt uw werkelijke rendement lager, dan kunt u via de tegenbewijsregeling over dat lagere bedrag afrekenen.

Is uw spaargeld veilig bij één bank?

Tot € 100.000 per persoon per bankvergunning wel, via het depositogarantiestelsel. Daarboven niet, tenzij de aanvullende tijdelijke bescherming van toepassing is. Die geldt zes maanden en bedraagt maximaal € 500.000 extra per persoon per bank, bij onder meer een woningtransactie, een ontslagvergoeding, een uitkering uit een levensverzekering of de vereffening van een nalatenschap. Voor grotere bedragen is spreiding over meerdere bankvergunningen de aangewezen route.

Betaalt u belasting over een erfenis en daarna nog eens in box 3?

Ja. Erfbelasting wordt eenmalig geheven over uw verkrijging. Wat daarna overblijft is gewoon vermogen en telt in beginsel vanaf de eerstvolgende 1 januari mee in box 3. Krijgt u bij de wettelijke verdeling een niet-opeisbare vordering op de langstlevende, dan gelden daarvoor afwijkende regels. Dat is geen dubbele heffing over hetzelfde: de eerste belast de verkrijging, de tweede het veronderstelde rendement op het vermogen dat u daarna aanhoudt.

Moet u belasting betalen over een loterijprijs?

Over prijzen boven € 449 is kansspelbelasting verschuldigd, in 2026 tegen 37,8%. Bij Nederlandse loterijen draagt de organisator die belasting af, dus u hoeft zelf geen aangifte te doen. Let wel op het verschil in communicatie: de Staatsloterij noemt nettobedragen, terwijl enkele andere loterijen brutobedragen noemen waarvan de heffing nog wordt ingehouden. Bij een buitenlandse loterij moet u zelf aangifte doen.

Vanaf welk bedrag is een vermogensbeheerder zinvol?

Veel zelfstandige vermogensbeheerders werken vanaf € 100.000. Of het zinvol is, hangt minder af van het bedrag dan van de vraag of u zelf een beleggingsbeleid kunt opstellen en dat in slechte jaren kunt volhouden. De kosten van beheer moeten worden afgezet tegen wat zelf beleggen u aan tijd, kennis en discipline kost.

Kunt u beter aflossen of beleggen?

Aflossen geeft een zeker rendement ter hoogte van uw hypotheekrente na aftrek, en verlaagt uw box 3-vermogen. Beleggen geeft een onzeker rendement dat over lange perioden historisch hoger heeft gelegen. Bij een hypotheekrente van 4% of hoger, een korte horizon of weinig risicobereidheid weegt aflossen zwaar. Bij een oude lening met lage rente en een lange horizon ligt beleggen meer voor de hand.

Frits van Manen

door Frits van Manen

Frits is partner bij Vermogensbeheer.nl en heeft ervaring als beleggings- en vermogensadviseur bij een grote Nederlandse bank en fondshuis. Frits begeleidt vermogende particulieren, ondernemers, stichtingen en instellingen die op zoek zijn naar een goede en passende vermogensbeheerder.

Gerelateerd:

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.