€100.000+ beleggen? Ontvang uw selectierapport. Gratis aanvragen

Erfbelasting 2026: tarieven, vrijstelling en berekening

26 augustus 2026 Onderwerp: Belasting

Erfbelasting is de belasting die erfgenamen betalen over wat zij uit een nalatenschap verkrijgen. In 2026 erft een partner € 828.035 belastingvrij en een kind € 26.230. Over het meerdere geldt een tarief van 10% tot 40%, afhankelijk van de relatie tot de overledene. Het jaar van overlijden bepaalt welke bedragen gelden, ook wanneer de aangifte pas veel later volgt. Voor overlijdens vanaf 1 januari 2026 is de aangiftetermijn verlengd van 8 naar 20 maanden.


Erfbelasting 2024 berekenen

Wat is erfbelasting?

Erfbelasting wordt geheven over de verkrijging uit een nalatenschap, per erfgenaam en niet over de nalatenschap als geheel. Iedere verkrijger heeft een eigen vrijstelling en valt in een eigen tariefgroep. De heffing is geregeld in de Successiewet 1956.

De grondslag is de waarde van de bezittingen op de dag van overlijden, verminderd met de schulden en de uitvaartkosten.

Erfbelasting of successierecht: wat is het verschil?

Er is geen inhoudelijk verschil. Tot 1 januari 2010 heette de heffing successierecht; sindsdien spreekt de wet van erfbelasting.

De term successierecht in een ouder testament ziet dus op wat tegenwoordig erfbelasting heet. Voor de fiscale uitwerking gelden echter de vrijstellingen, tarieven en waarderingsregels die op het moment van overlijden van toepassing zijn, en die zijn sinds 2010 op meerdere punten gewijzigd.

Wie betaalt de erfbelasting?

De verkrijger betaalt, niet de nalatenschap. Ieder kind, iedere partner en iedere andere erfgenaam ontvangt een eigen aanslag over het eigen erfdeel.

Er zijn twee uitzonderingen die in de praktijk uitmaken. In een testament kan zijn bepaald dat een erfstelling of legaat vrij van recht is; de belasting drukt dan op de overige erfgenamen. En bij de wettelijke verdeling schiet de langstlevende de erfbelasting van de kinderen doorgaans voor, omdat de kinderen zelf nog niets in handen krijgen.

Vrijstellingen erfbelasting 2026

Relatie tot de overledene

Vrijstelling 2026

Vrijstelling 2025

Partner

€ 828.035

€ 804.698

Kind, pleegkind of stiefkind

€ 26.230

€ 25.490

Kleinkind

€ 26.230

€ 25.490

Kind met een beperking

€ 78.671

€ 76.453

Ouder

€ 62.110

€ 60.359

Achterkleinkind

€ 2.769

€ 2.690

Overige erfgenamen

€ 2.769

€ 2.690

De vrijstelling geldt per verkrijger. Erven drie kinderen, dan heeft ieder recht op de eigen vrijstelling van € 26.230. Twee ouders die van hun kind erven vormen de uitzondering: zij delen samen één vrijstelling. Erkende goede doelen met een ANBI-status zijn volledig vrijgesteld; wat naar een ANBI gaat verlaagt bovendien de nalatenschap waarover de overige erfgenamen heffen. Kinderen kunnen daarbij wel worden onterfd, maar kunnen in beginsel aanspraak maken op hun legitieme portie: een geldvordering ter grootte van de helft van het wettelijke erfdeel, waarop het kind zelf een beroep moet doen.

Partnervrijstelling en pensioenimputatie

De partnervrijstelling van € 828.035 is geen vast bedrag. Krijgt de langstlevende door het overlijden recht op een nabestaandenpensioen of een lijfrente, dan wordt de vrijstelling verlaagd. Dit heet pensioenimputatie.

De berekening verloopt in drie stappen. Eerst wordt de waarde van de aanspraken bepaald: het jaarlijkse uitkeringsbedrag maal een leeftijdsfactor van de langstlevende. Die waarde wordt verminderd met 30% wegens de latente inkomstenbelasting die op de uitkeringen rust. Van het restant wordt vervolgens de helft geïmputeerd.

Een langstlevende van vijftig met een nabestaandenpensioen van € 40.000 per jaar heeft bij factor 12 een aanspraak van € 480.000. Na aftrek van 30% resteert € 336.000, waarvan de helft wordt geïmputeerd: € 168.000. De partnervrijstelling komt daarmee uit op € 660.035.

Over het pensioen zelf is geen erfbelasting verschuldigd; alleen de vrijstelling daalt. Er blijft altijd een minimum van € 213.915 over, hoe hoog het pensioen ook is. AOW en nabestaandenuitkeringen op grond van de Anw tellen niet mee. Bij een nalatenschap die op papier onder de € 828.035 blijft, kan door de imputatie dus alsnog een aanslag ontstaan.

Wanneer bent u partner voor de erfbelasting?

Echtgenoten en geregistreerd partners zijn automatisch partner. Voor samenwonenden gelden aanvullende voorwaarden: gedurende minimaal zes maanden voor het overlijden een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgverplichting, beiden meerderjarig, ingeschreven op hetzelfde adres, geen bloedverwanten in de rechte lijn en geen andere partner. Zonder samenlevingscontract ontstaat het partnerschap pas na vijf jaar samenwonen op hetzelfde adres.

Het belang is groot. Een samenwonende zonder contract die na vier jaar erft, valt in de categorie overige erfgenamen: € 2.769 vrijstelling en tarieven van 30% en 40%, tegenover € 828.035 en 10% en 20%. Bij een nalatenschap van € 600.000 scheelt dat ruim twee ton.

Kinderen, kleinkinderen en overige erfgenamen

Kinderen en kleinkinderen delen dezelfde vrijstelling van € 26.230, maar niet hetzelfde tarief: kinderen betalen 10% en 20%, kleinkinderen 18% en 36%. Voor een kind met een beperking geldt onder voorwaarden een vrijstelling van € 78.671. Erven een kind en diens partner allebei uit dezelfde nalatenschap, dan worden beide verkrijgingen opgeteld en geldt de vrijstelling eenmaal.

Iedereen daarbuiten, van broers en zussen tot neven, nichten en vrienden, heeft een vrijstelling van € 2.769 en betaalt 30% en 40%. Die combinatie maakt deze groep fiscaal de zwaarst belaste: een broer of zus houdt van € 250.000 ongeveer twee derde over. Wie vermogen wil nalaten buiten de directe familie, doet er verstandig aan dat vooraf door te rekenen.

Tarieven erfbelasting 2026

Belaste verkrijging

Partner en kinderen

Kleinkinderen en verdere afstammelingen

Overige erfgenamen

tot € 158.669

10%

18%

30%

vanaf € 158.669

20%

36%

40%

De schijfgrens wordt toegepast op de belaste verkrijging, dus op wat overblijft nadat de vrijstelling is afgetrokken. Dat wordt vaak over het hoofd gezien. Een kind dat € 180.000 erft, houdt na de vrijstelling € 153.770 over en blijft volledig in de eerste schijf van 10%, ook al is de verkrijging zelf hoger dan € 158.669.

Voor overlijdens in 2025 gelden dezelfde percentages, maar lag de schijfgrens op € 154.197.

Welk jaar bepaalt het tarief?

Het jaar van overlijden, niet het jaar van aangifte of aanslag. Overlijdt iemand in november 2025 en dient u in 2027 aangifte in, dan rekent u met de bedragen van 2025.

Dit is de meest voorkomende rekenfout bij erfbelasting, en de kans erop is toegenomen nu de aangiftetermijn 20 maanden bedraagt. Aangifte en overlijden liggen daardoor structureel verder uit elkaar.

Erfbelasting berekenen: drie voorbeelden

Voorbeeld 1: een kind erft € 250.000

Stap

Bedrag

Verkrijging

€ 250.000

Af: vrijstelling kind

€ 26.230

Belaste verkrijging

€ 223.770

Eerste schijf: € 158.669 tegen 10%

€ 15.867

Tweede schijf: € 65.101 tegen 20%

€ 13.020

Verschuldigde erfbelasting

€ 28.887

De effectieve druk komt uit op circa 11,6%.

Voorbeeld 2: € 1,5 miljoen nalatenschap met partner en twee kinderen

Een gehuwde erflater laat € 1.500.000 na. Er is geen testament, dus geldt de wettelijke verdeling. De langstlevende is 70 jaar en de drie erfgenamen hebben civielrechtelijk ieder een erfdeel van € 500.000.

Fiscaal wordt daar niet mee gerekend. De kinderen krijgen een niet-opeisbare vordering terwijl de langstlevende het vermogen intussen gebruikt. Dragen die vorderingen geen rente, of een rente lager dan 6% samengesteld, dan geldt dat voordeel als een fictief vruchtgebruik: de waarde ervan wordt opgeteld bij de verkrijging van de langstlevende en afgetrokken van die van de kinderen. Die waarde is 6% van de vordering maal een leeftijdsfactor, bij 70 jaar factor 7. Per kindsdeel dus € 210.000.

Verkrijger

Fiscale verkrijging

Vrijstelling

Belaste verkrijging

Erfbelasting

Partner

€ 920.000

€ 828.035

€ 91.965

€ 9.196

Kind 1

€ 290.000

€ 26.230

€ 263.770

€ 36.887

Kind 2

€ 290.000

€ 26.230

€ 263.770

€ 36.887

Totaal

€ 1.500.000

-

-

€ 82.970

De heffing bedraagt € 82.970, ofwel 5,5% van de nalatenschap. Twee dingen vallen op. De uitkomst is fors lager dan wanneer per erfgenaam met een derde van de nalatenschap was gerekend. En de langstlevende betaalt hier wél erfbelasting, ondanks de vrijstelling van € 828.035, omdat de bijtelling de verkrijging boven die grens tilt.

De uitkomst hangt sterk af van de leeftijd van de langstlevende en van het rentepercentage op de kindsdelen. Een jongere langstlevende heeft een hogere factor, waardoor meer verkrijging naar de partner verschuift. Is in een testament een rente van 6% samengesteld of hoger opgenomen, dan blijft de bijtelling achterwege. Krijgt de langstlevende daarnaast een nabestaandenpensioen, dan verlaagt de imputatie de vrijstelling en valt de heffing hoger uit.

Het liquiditeitsprobleem blijft ondertussen bestaan: de kinderen zijn samen € 73.774 verschuldigd terwijl zij niets ontvangen, zodat de langstlevende dat bedrag voorschiet uit vermogen dat vaak in de woning of de portefeuille vastzit.

Voorbeeld 3: een neef of nicht erft € 250.000

Stap

Bedrag

Verkrijging

€ 250.000

Af: vrijstelling overige erfgenamen

€ 2.769

Belaste verkrijging

€ 247.231

Eerste schijf: € 158.669 tegen 30%

€ 47.601

Tweede schijf: € 88.562 tegen 40%

€ 35.425

Verschuldigde erfbelasting

€ 83.026

De effectieve druk bedraagt 33,2%. Op exact dezelfde verkrijging betaalt een neef € 54.139 meer dan een kind.

Wat is er in 2026 veranderd aan de erfbelasting?

Het Belastingplan 2026 bevat vier wijzigingen die raken aan de erfbelasting. Zij gelden voor overlijdens vanaf 1 januari 2026.

De aangiftetermijn wordt 20 maanden

De aangiftetermijn is verlengd van 8 naar 20 maanden na de overlijdensdatum, geregeld in artikel 45 van de Successiewet. Voor overlijdens in 2025 of eerder blijft 8 maanden gelden.

De belastingrente schuift mee en gaat pas lopen vanaf 20 maanden. Dat geeft ruimte die eerder ontbrak: de WOZ-beschikking van het jaar na overlijden kan worden afgewacht en een bedrijfswaardering kan zorgvuldig worden opgesteld.

De gewijzigde 180-dagenregeling

Schenkingen binnen 180 dagen voor het overlijden worden voor de erfbelasting bij de nalatenschap geteld. Die regel bestond al; de afwikkeling verandert.

Tot en met 2025 werd zo'n schenking eerst in de schenkbelasting betrokken, waarna verrekening met de erfbelasting volgde. Vanaf 2026 wordt de schenking van de overleden schenker in beginsel uitsluitend in de erfbelasting betrokken. Is al aangifte schenkbelasting gedaan, dan legt de Belastingdienst daarvoor geen aanslag schenkbelasting op, maar eventueel een voorlopige aanslag erfbelasting. Hebben twee personen samen geschonken en overlijdt er één binnen 180 dagen, dan kan voor het deel van de nog levende schenker wel schenkbelasting spelen.

Er bestaan uitzonderingen op de regel, onder meer voor schenkingen waarvoor een eenmalig verhoogde vrijstelling geldt en voor schenkingen aan een ANBI.

Ongelijke verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap

Verkrijgt een echtgenoot bij ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap meer dan de helft, dan is over dat meerdere schenk- of erfbelasting verschuldigd. Hetzelfde geldt voor een finaal verrekenbeding met een ongelijke gerechtigdheid. Het motief achter de ongelijke breukdelen doet niet ter zake en er is geen tegenbewijsregeling.

Voor bestaande situaties geldt overgangsrecht: zijn de ongelijke breukdelen opgenomen in een akte van vóór 16 september 2025, dan blijft de bescherming gelden zolang het bestaande ongelijke aandeel niet wordt aangepast. Andere wijzigingen in de huwelijkse voorwaarden laten het overgangsrecht in beginsel in stand. Het aangaan van een huwelijk of het wijzigen van huwelijkse voorwaarden op zichzelf blijft onbelast.

Biologische kinderen krijgen de kindvrijstelling en het kindtarief

Biologische kinderen die juridisch niet in familierechtelijke betrekking tot de ouder staan, kunnen voor de schenk- en erfbelasting toch als kind worden behandeld. Zij komen daarmee in aanmerking voor de vrijstelling van € 26.230 en de tarieven van 10% en 20%, in plaats van € 2.769 en 30% en 40%.

Het biologische ouderschap moet worden aangetoond. De regeling werkt bovendien alleen fiscaal: zonder juridische band wordt het kind niet automatisch erfgenaam en moet het bijvoorbeeld in het testament zijn opgenomen om daadwerkelijk te verkrijgen.

Hoe bepaalt u de waarde van een nalatenschap?

Per soort bezitting gelden eigen waarderingsregels, en juist daar valt bij grotere vermogens het meeste te winnen of te verliezen.

Beleggingen en effecten: welke waarde geldt bij overlijden?

Voor beursgenoteerde effecten geldt de waarde uit de officiële prijscourant van de werkdag vóór de overlijdensdatum. Niet de koers op de overlijdensdag zelf, en niet de koers op het moment van aangifte.

Deze regel wordt in de praktijk vaak verkeerd toegepast. De fiscale waarde staat vast op één peilmoment; koersbewegingen daarna komen volledig voor rekening van de erfgenamen. Wie erft in een dalende markt betaalt dus erfbelasting over een waarde die de portefeuille inmiddels niet meer heeft. Effecten buiten de prijscourant worden gewaardeerd op de marktwaarde, tegoeden in vreemde valuta tegen de ECB-koers op de overlijdensdatum.

De eigen woning en de keuze tussen twee WOZ-waarden

Voor een woning geldt de WOZ-waarde, niet de verkoopwaarde of een taxatie. U mag kiezen tussen de WOZ-waarde van het jaar van overlijden en die van het jaar daarna, en dus de laagste nemen. Bij een overlijden in 2026 kiest u tussen de beschikking 2026, met peildatum 1 januari 2025, en die van 2027, met peildatum 1 januari 2026.

De verlengde aangiftetermijn maakt deze keuze praktischer dan voorheen: er is nu tijd om de beschikking van het volgende jaar af te wachten en zo nodig bezwaar te maken. Is die nog niet bekend, dan gebruikt u de waarde van het overlijdensjaar en kunt u later alsnog bezwaar indienen.

Twee uitzonderingen: is de woning kort voor het overlijden ingrijpend verbouwd, dan geldt de marktwaarde, en bij erfpacht mag de WOZ-waarde worden verminderd met zeventien maal de jaarlijkse canon.

Verhuurd vastgoed en de leegwaarderatio

Voor een verhuurde woning geldt de WOZ-waarde, gecorrigeerd met de leegwaarderatio. Dat percentage hangt af van de verhouding tussen de jaarhuur en de WOZ-waarde.

Jaarhuur als percentage van de WOZ-waarde

Percentage van de WOZ-waarde

meer dan 0% tot en met 1%

73%

meer dan 1% tot en met 2%

79%

meer dan 2% tot en met 3%

84%

meer dan 3% tot en met 4%

90%

meer dan 4% tot en met 5%

95%

meer dan 5%

100%

De regeling geldt alleen voor woningen met huurbescherming en een marktconforme huurprijs. Per 2026 is zij aangescherpt: bestaat tussen huurder en verhuurder een zakelijke of familierelatie én is de huur niet marktconform, dan vervalt de leegwaarderatio en telt de volledige WOZ-waarde mee. Andere onroerende zaken dan woningen worden altijd tegen de marktwaarde gewaardeerd.

Overige bezittingen en aftrekbare schulden

Bank- en spaartegoeden tellen mee tegen het saldo op de overlijdensdag, inclusief buitenlandse rekeningen. Kunst en antiek worden gewaardeerd op de marktwaarde, niet op de verzekerde waarde, die daar doorgaans ruim boven ligt.

Aftrekbaar zijn de schulden op de overlijdensdatum, inclusief opgebouwde maar nog niet betaalde rente, en de uitvaartkosten voor zover die niet door een verzekering zijn gedekt. Twee posten worden stelselmatig vergeten: een notarieel vastgelegde schenking op papier is een schuld van de nalatenschap, en had de overledene een eerder overleden partner, dan kunnen er nog erfdelen openstaan aan de erfgenamen van die partner. Kosten voor de executeur en de afwikkeling zijn niet aftrekbaar.

Erfbelasting bij de langstlevende partner

De wettelijke verdeling en de vordering van de kinderen

Zonder testament verkrijgt de langstlevende van rechtswege alle goederen en neemt hij of zij de schulden voor eigen rekening. De kinderen krijgen een geldvordering die pas opeisbaar is bij het overlijden van de langstlevende, maar die fiscaal direct wordt belast.

Omdat de kinderen niet over hun erfdeel kunnen beschikken, betaalt de langstlevende hun erfbelasting in de praktijk voor. Zit het vermogen grotendeels in de woning, dan ontstaat een liquiditeitsprobleem. Bij een portefeuille is de situatie beheersbaarder, maar er moet dan wel worden verkocht, mogelijk op een ongelukkig moment. Dit is het praktische argument om ten minste een liquiditeitsbuffer aan te houden.

Legaten en de renteclausule

Met een legaat in het testament kan de verdeling na overlijden fiscaal worden bijgestuurd; de erfgenamen kiezen dan pas bij het overlijden welke variant zij inroepen. De termen opvullegaat en afvullegaat worden daarbij door elkaar gebruikt. Waar het om gaat zijn twee tegengestelde bewegingen: de verkrijging van de langstlevende verhogen tot de partnervrijstelling volledig is benut, of juist de verkrijgingen van de kinderen verhogen tot de bovengrens van de eerste tariefschijf om het tarief van 10% maximaal te benutten.

Daarnaast kan een renteclausule aan de vordering van de kinderen een rente verbinden. Die rente groeit onbelast aan bij de kinderen en verlaagt het vermogen van de langstlevende, zodat bij het tweede overlijden minder wordt geheven. Met een flexibele clausule wordt het percentage pas na het overlijden bepaald.

Beide instrumenten vragen om een berekening over beide overlijdens samen. Vermogen dat bij het eerste overlijden onbelast bij de langstlevende terechtkomt, wordt bij het tweede overlijden immers alsnog belast, en dan zonder partnervrijstelling. Optimaliseren op alleen het eerste overlijden leidt regelmatig tot een hogere totale heffing.

Hoe kunt u erfbelasting verlagen?

De ruimte ligt vrijwel volledig bij leven. Na een overlijden resteren nog enkele keuzes rond waardering en verdeling.

Schenken tijdens leven

Elke euro die bij leven belastingvrij wordt overgedragen, valt niet meer in de nalatenschap. Bij een kind bespaart dat 10% of 20% erfbelasting. De jaarlijkse vrijstelling bedraagt in 2026 € 6.908 voor een schenking van ouders aan een kind; daarnaast bestaat een eenmalig verhoogde vrijstelling van € 33.129 voor kinderen tussen 18 en 40 jaar, die in dat jaar in de plaats komt van de jaarlijkse vrijstelling.

Een gezin met twee kinderen dat tien jaar lang de jaarlijkse vrijstelling benut, draagt € 138.160 over en bespaart bij een marginaal tarief van 20% € 27.632. Wordt in een van die jaren de eenmalig verhoogde vrijstelling benut, dan is de extra overdracht € 26.221 per kind, goed voor ongeveer € 10.488 extra. Het totaal komt daarmee op circa € 38.120, onder de aanname dat elke geschonken euro anders tegen 20% zou zijn belast.

Zit het vermogen vast in de woning of in beleggingen, dan biedt schenken op papier uitkomst: u erkent een schuld aan het kind zonder het geld over te maken. Voorwaarde is een notariële akte én dat jaarlijks daadwerkelijk minimaal 6% rente wordt betaald. Gebeurt dat niet, dan is de schuld voor de erfbelasting in beginsel niet aftrekbaar en vervalt het beoogde voordeel. De bedragen en voorwaarden staan uitgebreider in het artikel over schenkbelasting.

Houd rekening met de 180-dagenregeling. Wie structureel jaarlijks schenkt, doet dat verstandiger vroeg in het jaar dan in december.

Kleinkindlegaat en generatiesprong

Met een legaat aan kleinkinderen slaat u een generatie over: het vermogen wordt eenmaal belast in plaats van bij het kind en later nogmaals bij het kleinkind. Tot de vrijstelling van € 26.230 is zo'n legaat onbelast.

Daarboven geldt 18% in plaats van 10%, waardoor het tariefvoordeel afneemt. Dat maakt een groter legaat niet per definitie ongunstig; door de generatiesprong kan een hoger bedrag alsnog aantrekkelijk uitpakken. De optimale omvang hangt af van het aantal kinderen en kleinkinderen, de omvang van beide nalatenschappen, de benutting van de tariefschijven en de levensverwachting van de tussengeneratie.

Overlijdensrisicoverzekering en erfbelasting

Een uitkering uit een overlijdensrisicoverzekering kan worden belast als fictieve erfrechtelijke verkrijging, ook al vloeit zij niet rechtstreeks uit de nalatenschap voort. Bepalend is of de uitkering geacht wordt te zijn bekostigd uit het vermogen van de overledene.

Met een juiste polisconstructie kan die heffing worden voorkomen, in de praktijk door de polissen kruislings in te richten. Bepalend is echter niet van welke rekening de premie feitelijk wordt afgeschreven: de Belastingdienst kijkt naar de samenhang tussen verzekeringnemerschap, premieplicht, begunstiging en de vraag uit wiens vermogen de premie economisch afkomstig is. Ook het huwelijksgoederenregime speelt een rol.

Bij een correcte opzet blijft de uitkering buiten de erfbelasting én komt zij beschikbaar op het moment dat de aanslag over de rest van de nalatenschap moet worden voldaan. De constructie luistert nauw en vraagt om afstemming tussen notaris, verzekeraar en fiscaal adviseur; een standaardpolis voldoet er zelden aan.

Constructies die niet of niet meer werken

  • De jubelton is per 1 januari 2024 afgeschaft en niet teruggekomen.

  • Vermogen kort voor overlijden omzetten in ondernemingsvermogen werkt niet meer; de bezitstermijn is per 2026 verlengd voor ondernemers die op hoge leeftijd nog instappen.

  • Een bedrijf schenken, terugkopen en opnieuw schenken om de vrijstelling meermaals te benutten, is per 2026 uitgesloten.

  • Huwelijkse voorwaarden met ongelijke breukdelen aangaan in het zicht van overlijden leidt sinds 2026 tot heffing over het meerdere.

  • Een woning ver onder de markthuur aan een kind verhuren om via de leegwaarderatio de waarde te drukken, heeft sinds 2026 geen effect meer.

  • Vermogen in het buitenland buiten de aangifte houden is geen optie; de Belastingdienst kan daarover zeer lang navorderen.

Erfbelasting over ondernemingsvermogen

Erft u aandelen in een BV of een onderneming, dan gelden afwijkende regels. De bedrijfsopvolgingsregeling stelt ondernemingsvermogen in 2026 tot € 1.543.500 volledig vrij; over het meerdere geldt een vrijstelling van 75%. Voor de resterende belasting is tien jaar rentedragend uitstel mogelijk via een conserverende aanslag.

Daarnaast speelt de inkomstenbelasting: bij overlijden is sprake van een fictieve vervreemding van het aanmerkelijk belang, waarover in box 2 in 2026 maximaal 31% verschuldigd is. De doorschuifregeling kan die claim doorschuiven naar de opvolger.

Per 2026 is de toegang bij aandelen aangescherpt tot gewone aandelen die ten minste 5% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen. De voorwaarden zijn strikt en specialistisch; het artikel over de bedrijfsopvolgingsregeling gaat er dieper op in.

Erfbelasting bij vermogen of erfgenamen in het buitenland

Nederland heft erfbelasting als de overledene hier woonde. De woonplaats van de erfgenaam is niet bepalend: een kind in Singapore dat erft van een ouder in Utrecht betaalt gewoon Nederlandse erfbelasting.

Daarnaast geldt een woonplaatsfictie. Een Nederlander die binnen tien jaar na vertrek overlijdt, wordt geacht nog in Nederland te hebben gewoond. Voor Nederlanders kan de Nederlandse erfbelasting dus tot tien jaar na emigratie van toepassing blijven. De fiscale woonplaats wordt daarbij beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden, niet enkel naar uitschrijving uit de Basisregistratie Personen.

Bezit in het buitenland kan door dat land eveneens worden belast. Nederland heeft met een beperkt aantal landen een verdrag ter voorkoming van dubbele erfbelasting, waaronder Oostenrijk, Finland, Israël, Zweden, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Voor overige landen biedt het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 een eenzijdige regeling, die niet altijd tot volledige verlichting leidt. Voor vastgoed over de grens is het artikel over een huis kopen in Spanje of Frankrijk relevant.

Aangifte erfbelasting doen

Wie doet aangifte en wanneer?

Voor de erfbelasting doet u aangifte; op basis daarvan stelt de Belastingdienst de verschuldigde belasting vast en legt zij een aanslag op. De erfgenamen zijn verantwoordelijk, tenzij een executeur is benoemd, die dan namens de nalatenschap aangifte doet. Ontvangt u geen aangiftebrief terwijl u wel erfbelasting verschuldigd bent, dan blijft de verplichting bestaan.

Bij een overlijden vanaf 1 januari 2026 moet de aangifte binnen 20 maanden binnen zijn; bij een overlijden in 2025 of eerder geldt 8 maanden. Erfgenamen kunnen ieder afzonderlijk aangifte doen of gezamenlijk via één van hen. Die laatste route verdient de voorkeur, omdat dan zichtbaar is of de gehele nalatenschap is aangegeven.

Belastingrente en uitstel

Belastingrente wordt berekend als de aangifte te laat binnenkomt, of als de Belastingdienst bij de definitieve aanslag moet afwijken van een onjuiste of onvolledige aangifte. Voor overlijdens vanaf 2026 gaat die rente pas lopen na 20 maanden.

Lukt een volledige aangifte niet binnen de termijn, dan kunt u de rente beperken door tijdig een voorlopige aanslag aan te vragen. Valt de definitieve aanslag hoger uit, dan is over het verschil alsnog rente verschuldigd; vraag de voorlopige aanslag daarom eerder aan de hoge dan aan de lage kant aan.

Uitstel is voor overlijdens vanaf 2026 alleen mogelijk in uitzonderlijke situaties, eenmalig en met motivering, en pas aan te vragen vanaf 2027. De belastingrente loopt bij verleend uitstel gewoon door.

Erfbelasting betalen zonder uw portefeuille te verkopen

Na de aangifte volgt de aanslag, die in de regel binnen zes weken na dagtekening moet zijn voldaan. Bij een nalatenschap die grotendeels uit een woning of een portefeuille bestaat, wordt de fiscale rekening op dat moment een beleggingsvraagstuk.

De Belastingdienst kent verschillende vormen van uitstel. Er is uitstel van betaling of een betalingsregeling van maximaal twaalf maanden mogelijk, waarbij zekerheid kan worden verlangd in de vorm van bijvoorbeeld een hypotheekrecht of bankgarantie. In bijzondere gevallen kan de regeling langer duren. Over de uitstelperiode is invorderingsrente verschuldigd. Erft u de ouderlijke woning om er zelf in te gaan wonen, of staat die te koop terwijl u onvoldoende middelen heeft, dan kunt u schriftelijk om uitstel vragen.

Wie een portefeuille erft, staat voor een bredere afweging. Verkopen op een ongelukkig moment kan meer kosten dan de rente over een betalingsregeling. Tegelijk brengt lenen tegen onderpand van de portefeuille een rentelast en een bijstortverplichting mee wanneer de koersen dalen. Het komt neer op drie vragen: hoeveel liquiditeit is op korte termijn nodig, welk deel van de portefeuille kan zonder bezwaar worden aangesproken, en is uitstel goedkoper dan verkopen. Het is ook de reden waarom een fiscaal juist ingerichte overlijdensrisicoverzekering bij vermogende gezinnen zo vaak terugkomt: de uitkering is er precies wanneer de aanslag betaald moet worden.

Wat betekent een erfenis voor box 3 en uw vermogen?

Wanneer telt de erfenis mee in box 3?

Een erfenis is zelf geen inkomen voor de inkomstenbelasting. De erfgenaam verkrijgt juridisch op de overlijdensdatum, waardoor het vermogen meetelt vanaf de eerstvolgende peildatum van 1 januari. Overlijdt iemand op 15 juni 2026, dan valt de erfenis voor het eerst in box 3 op 1 januari 2027, ook als de nalatenschap dan nog niet is verdeeld.

Is de nalatenschap op de peildatum onverdeeld, dan geeft iedere erfgenaam het eigen aandeel aan naar rato van de gerechtigdheid. Bij de wettelijke verdeling geldt iets anders: de geldvordering van het kind op de langstlevende is gedefiscaliseerd op grond van artikel 5.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het kind geeft die vordering niet aan en de langstlevende trekt de schuld niet af, zodat de heffing volledig terechtkomt bij degene die feitelijk over het vermogen beschikt. Die defiscalisering eindigt zodra de vordering opeisbaar wordt.

De systematiek en de actuele parameters van box 3 staan in het artikel over vermogensbelasting.

Een geërfde portefeuille aanhouden of opnieuw inrichten?

Er is geen fiscale reden om een geërfde portefeuille intact te laten. Box 3 kent geen belasting op gerealiseerde koerswinst, dus verkopen en herbeleggen heeft binnen box 3 geen directe fiscale gevolgen. De afweging is volledig een beleggingsafweging.

Drie punten verdienen aandacht. Een geërfde portefeuille is samengesteld voor de horizon en het risicoprofiel van iemand anders. Er is vaak concentratie in enkele posities of in aandelen van één werkgever of familiebedrijf. En de kostenstructuur van de bestaande beheerder verdient toetsing, zeker wanneer het vermogen door de erfenis in een andere staffel valt. De netto rendementen van Nederlandse vermogensbeheerders in de VBR-index bieden daarbij een ijkpunt.

Houd ten slotte rekening met liquiditeit. De vuistregel is dat ten minste het bedrag van de verwachte aanslag beschikbaar blijft tot die is voldaan, wat bij een overlijden vanaf 2026 ruim twee jaar kan duren. Daarnaast komen de box 3-heffing vanaf de eerstvolgende peildatum en de niet-aftrekbare afwikkelingskosten. Dividend en rente die na de overlijdensdatum binnenkomen, komen toe aan de erfgenamen en tellen niet mee voor de erfbelasting.

Erfbelasting meenemen in uw vermogensplanning

De keuzes die de heffing bepalen, worden gemaakt bij het opstellen van een testament, het inrichten van huwelijkse voorwaarden, het al dan niet jaarlijks schenken en de vraag hoeveel van het vermogen liquide blijft. Voor vermogens vanaf enkele tonnen loont het die keuzes eens per vijf jaar te toetsen, en in elk geval na een huwelijk, een scheiding, de geboorte van kleinkinderen of de verkoop van een onderneming. Vrijstellingen en tarieven worden jaarlijks geïndexeerd, waardoor een testament met vaste bedragen na verloop van tijd anders uitpakt dan bedoeld.

De notaris legt de juridische structuur vast; de doorrekening van scenario's en de aansluiting op de portefeuille vragen om een financieel planner of vermogensbeheerder. Een deel van de private banks en vermogensbeheerders biedt estate planning als onderdeel van de dienstverlening.

Veelgestelde vragen

Hoeveel erfbelasting betaal ik over een erfenis?

Trek eerst uw vrijstelling van de verkrijging af. Over het restant betaalt u als partner of kind 10% tot € 158.669 en 20% daarboven, als kleinkind 18% en 36%, en als overige erfgenaam 30% en 40%. Een kind dat in 2026 € 250.000 erft, betaalt € 28.887.

Hoeveel mag een kind belastingvrij erven in 2026?

Een kind mag in 2026 € 26.230 belastingvrij erven. Dit geldt ook voor stiefkinderen, pleegkinderen en kleinkinderen. Voor een kind met een beperking is de vrijstelling onder voorwaarden € 78.671. De vrijstelling geldt per kind.

Hoeveel mag een partner belastingvrij erven?

De partnervrijstelling bedraagt in 2026 € 828.035. Krijgt de langstlevende recht op een nabestaandenpensioen of lijfrente, dan verlaagt pensioenimputatie die vrijstelling: de waarde van de aanspraken wordt eerst met 30% verminderd, waarna de helft van het restant wordt geïmputeerd. Er blijft altijd minimaal € 213.915 over.

Hoeveel erfbelasting betalen broers en zussen?

Broers en zussen vallen onder de overige erfgenamen, met een vrijstelling van € 2.769 en tarieven van 30% en 40%. Bij een verkrijging van € 250.000 komt dat neer op € 83.026, ruim 33% van de erfenis.

Wanneer moet ik erfbelasting betalen?

De aanslag moet in de regel binnen zes weken na dagtekening zijn voldaan. Bij een overlijden vanaf 1 januari 2026 heeft u eerst 20 maanden de tijd om aangifte te doen. Lukt betalen niet, dan kunt u uitstel of een betalingsregeling van maximaal twaalf maanden aanvragen, waarover invorderingsrente verschuldigd is.

Wat is het verschil tussen erfbelasting en successierecht?

Er is geen verschil. Tot 1 januari 2010 heette de heffing successierecht; sindsdien spreekt de wet van erfbelasting. Beide termen duiden dezelfde belasting aan, geregeld in de Successiewet 1956.

Geldt het jaar van overlijden of het jaar van aangifte?

Het jaar van overlijden bepaalt de vrijstellingen en tarieven. Overlijdt iemand in 2025 en doet u in 2027 aangifte, dan rekent u met de bedragen van 2025. Dit is een veelgemaakte fout, zeker nu de aangiftetermijn 20 maanden bedraagt.

Kan ik erfbelasting voorkomen?

Volledig voorkomen kan alleen door na te laten aan een erkende ANBI. Verlagen kan wel, en het effectiefst bij leven: jaarlijks schenken binnen de vrijstellingen, een testament met een legaat en een renteclausule, en een kleinkindlegaat. Na een overlijden resteren nog keuzes rond waardering, zoals de keuze tussen twee WOZ-waarden.

Jos Leeser

door Jos Leeser

Als voormalig bankier, vermogensbeheerder, consultant en klachtenbehandelaar kent Jos Leeser de ins en outs van beleggen en vermogensbeheer. Jos is partner bij Vermogensbeheer.nl en begeleidt vermogende particulieren, ondernemers, stichtingen en instellingen die op zoek zijn naar de juiste vermogensbeheerder.

Gerelateerd:

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.