Eerder stoppen met werken: hoeveel vermogen heeft u nodig in 2026?
Eerder stoppen met werken vraagt om een nuchtere rekensom: hoeveel netto inkomen wilt u per jaar besteden, hoeveel jaar moet u overbruggen tot uw AOW en aanvullend pensioen ingaan, en welk rendement mag u verwachten op uw vermogen in die periode? Het antwoord verschilt sterk per situatie. Een werknemer die op zijn 64ste drie jaar wil overbruggen tot de AOW heeft een andere planning nodig dan een DGA die op zijn 57ste tien jaar wil overbruggen uit een holding.

Eerder stoppen met werken: wat moet u financieel overbruggen?
Voor de meeste werknemers en ondernemers betekent eerder stoppen dat er een gat ontstaat tussen het moment waarop het werkinkomen wegvalt en het moment waarop AOW en aanvullend pensioen ingaan. Dat gat moet u uit eigen vermogen, lijfrente of een aanvullende werkgeversregeling overbruggen.
Stoppen met werken versus eerder met pensioen
In het dagelijks taalgebruik worden de termen door elkaar gebruikt, maar fiscaal en juridisch zijn het verschillende routes. Eerder stoppen met werken betekent dat u uw arbeidsovereenkomst beëindigt of uw onderneming staakt zonder dat uw pensioen direct ingaat. U leeft in de tussenperiode van eigen vermogen of een overbruggingsuitkering. Eerder met pensioen betekent dat u uw opgebouwde pensioen vervroegd laat ingaan, doorgaans tegen een actuariële korting per jaar dat u eerder uitkeert.
Veel mensen kiezen voor een combinatie: een paar jaar volledig stoppen met werken op eigen vermogen, gevolgd door een vervroegd pensioen, en pas later de AOW als sluitstuk.
Uw AOW-leeftijd in 2026 en de jaren erna
De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting en wordt minimaal vijf jaar vooruit vastgesteld. De huidige stand:
Jaar AOW-ingang | AOW-leeftijd |
2026 | 67 jaar |
2027 | 67 jaar |
2028 | 67 jaar en 3 maanden |
2029 | 67 jaar en 3 maanden |
2030 | 67 jaar en 3 maanden |
2031 | 67 jaar en 3 maanden |
Voor wie geboren is op of na 1 oktober 1964 is de AOW-leeftijd nog niet definitief vastgesteld. Op svb.nl kunt u uw eigen AOW-datum opzoeken op basis van uw geboortedatum.
De overbruggingsperiode tot AOW en aanvullend pensioen
De overbruggingsperiode is de periode tussen uw gewenste stopdatum en het moment waarop uw pensioen- en AOW-inkomen op gang komen. Hoe langer die periode, hoe groter het kapitaal dat u op de stopdatum nodig heeft. Wie op zijn 60ste wil stoppen met een AOW-leeftijd van 67 jaar, overbrugt zeven jaar. Wie op zijn 57ste stopt, overbrugt tien jaar. Bij een aanvullend pensioen dat eerder ingaat dan de AOW, is de zuivere overbruggingsperiode korter, maar wordt het pensioen na vervroeging wel levenslang lager.
Houd er rekening mee dat AOW en pensioen meestal niet samen op één datum starten. Aanvullend pensioen kunt u doorgaans tussen uw 60ste en 70ste laten ingaan, terwijl de AOW vastligt op een wettelijke leeftijd. Daardoor ontstaan in de praktijk vaak drie fasen: volledig op eigen vermogen, gedeeltelijk op vervroegd pensioen, en uiteindelijk de combinatie AOW plus pensioen.
Wat bepaalt of eerder stoppen haalbaar is?
Vier factoren bepalen samen of uw plan financieel rondkomt: uw gewenste netto bestedingsniveau, het aantal jaren overbrugging, het netto rendement op uw vermogen in die periode, en het inkomen dat na de overbruggingsperiode beschikbaar is uit AOW en pensioen. Wie zijn besteding fors verlaagt na de stopdatum, heeft minder kapitaal nodig. Wie zijn levensstijl ongewijzigd wil voortzetten, moet rekenen met de huidige uitgaven verhoogd voor inflatie.
Hoe berekent u hoeveel vermogen u nodig heeft?
De rekensom voor een doelkapitaal lijkt eenvoudig, maar bevat een paar valkuilen die in de praktijk leiden tot tekorten van tienduizenden tot honderdduizenden euro's. Een serieuze berekening houdt rekening met uw netto bestedingsbehoefte, een buffer voor onvoorziene uitgaven, inflatie, rendement op uw resterende vermogen, box 3-belasting en het sequence-of-returns-risico.
Begin bij uw gewenste netto besteding
De juiste startvraag is niet "hoeveel kan ik missen?" maar "hoeveel wil ik per maand besteden?". Dat verschilt aanzienlijk van persoon tot persoon. In de praktijk komen wij regelmatig tegen dat mensen geen scherp beeld hebben van hun werkelijke uitgaven, en dat hun schatting structureel te laag uitvalt.
Een betrouwbare aanpak: neem uw werkelijke uitgaven over een vol kalenderjaar uit uw bankafschriften en categoriseer ze. Vaste lasten (hypotheek of huur, energie, verzekeringen, gemeentelijke heffingen), variabele lasten (boodschappen, vervoer, kleding, abonnementen), en discretionaire uitgaven (vakanties, uit eten, hobby's). De optelsom is uw werkelijke uitgavenpatroon. Dat is uw vertrekpunt.
Houd rekening met onvoorziene uitgaven
Het werkelijke uitgavenpatroon onderschat de toekomstige uitgaven om twee redenen. Ten eerste komen er onverwachte kosten, denk aan een nieuwe cv-ketel, een groter dakonderhoud, een tweedehands auto. Ten tweede neemt het aantal vrije uren toe na uw stop, en daarmee de gelegenheid om geld uit te geven. Wij adviseren om uw berekende jaaruitgaven te verhogen met 20 tot 25 procent als post 'onvoorziene uitgaven en levensstijl'.
Inflatie: waarom uw toekomstige uitgaven hoger kunnen zijn
De meeste mensen denken in nominale bedragen: € 5.000 per maand uitgeven blijft € 5.000 per maand, ook over tien jaar. In werkelijkheid daalt de koopkracht van dat bedrag elk jaar door inflatie. Bij een gemiddelde inflatie van 2 procent per jaar heeft u over tien jaar circa € 6.100 nodig om hetzelfde te kunnen kopen als nu voor € 5.000. Over twintig jaar is dat al € 7.430.
In recente jaren heeft Nederland geleerd dat inflatie niet stabiel is. In 2022 lag de inflatie uitzonderlijk hoog op 10,0%. In 2023 daalde de gemiddelde inflatie naar 3,8%, al bleef de inflatie exclusief energie met 6,5% nog duidelijk verhoogd. Voor een lange overbruggingsperiode is het verstandig om met minimaal 2 procent reken-inflatie te werken, en uw plan periodiek bij te stellen op basis van actuele cijfers.
De AOW wordt periodiek aangepast aan de ontwikkeling van het minimumloon. Daardoor beweegt de uitkering mee met de algemene inkomensontwikkeling, al betekent dit niet dat iedere individuele kostenstijging volledig wordt gecompenseerd. Eigen vermogen dat u zonder rendement aanhoudt, beweegt niet mee met inflatie.
Rendement op uw vermogen tijdens de overbrugging
Tussen het moment waarop u stopt en het moment waarop u uw laatste euro uit het overbruggingskapitaal opneemt, kan uw vermogen blijven renderen. Dat betekent dat u minder kapitaal nodig heeft dan de simpele vermenigvuldiging jaaruitgaven × overbruggingsjaren doet vermoeden.
De keuze van de juiste rendementsaanname is een afweging tussen risico en gemoedsrust. Sparen levert in 2026 doorgaans 1,5 tot 2,5 procent rente, ongeveer gelijk aan of net onder de inflatie. Wereldwijd gespreide aandelen leveren historisch circa 6 tot 7 procent per jaar, na inflatie ongeveer 4 tot 5 procent. Een gespreide portefeuille met aandelen en obligaties levert reëel doorgaans 2 tot 4 procent per jaar.
Reken in uw plan met een reëel rendement (na inflatie). Dat is voor langere periodes het meest hanteerbaar, omdat u in vandaag-euro's blijft denken en niet apart hoeft te indexeren.
Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?
Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?
Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.
Box 3-belasting en uw netto rendement
Het rendement op uw vermogen wordt grotendeels belast in box 3. Het stelsel is sinds 2023 gebaseerd op een forfaitair rendement per categorie:
Categorie | Forfait 2026 | Belasting (36%) |
Banktegoeden | 1,28% | 0,46% van het saldo |
Overige bezittingen (beleggingen, tweede woning, etc.) | 6,00% | 2,16% van de waarde |
Schulden | 2,70% (negatief rendement) | aftrek mogelijk na drempel |
Het heffingsvrij vermogen bedraagt in 2026 € 59.357 per persoon, of € 118.714 voor fiscale partners. Voor wie uitsluitend van eigen vermogen leeft tijdens de overbrugging, kan box 3 jaarlijks duizenden euro's kosten. Bij € 500.000 totaal belegd vermogen en geen fiscale partner komt de forfaitaire box 3-heffing in 2026 uit op circa € 9.500. Gaat het om € 500.000 vermogen bóven de vrijstelling, dan bedraagt de heffing circa € 10.800, ongeacht het werkelijke rendement.
Sinds belastingjaar 2025 kunt u de Belastingdienst verzoeken om te belasten op basis van uw werkelijke rendement, als dat lager is dan het forfait. Het wetsvoorstel voor een definitief stelsel op basis van werkelijk rendement is in behandeling, met beoogde invoering in 2028.
De 50%-haalbaarheidsval
Een berekening op basis van een gemiddeld verwacht rendement geeft per definitie een uitkomst met circa 50 procent haalbaarheid. De helft van de mogelijke uitkomsten ligt boven uw verwachte rendement, de andere helft eronder. Voor een onomkeerbare beslissing als stoppen met werken is dat een te smalle basis.
Bij een serieuze planning werkt u met scenario's: wat als het rendement de eerste vijf jaar 2 procent lager uitvalt, wat als de inflatie hoger uitkomt, wat als u onverwachte zorgkosten heeft? Een betrouwbaar plan haalt zijn doel in 90 procent van de gesimuleerde scenario's, niet in 50 procent.
Sequence-of-returns-risico bij eerder stoppen
Het rendement op uw portefeuille over een lange periode telt minder zwaar voor de uitkomst dan de volgorde waarin dat rendement wordt behaald, zodra u begint met opnemen.
Een rekenvoorbeeld. Twee mensen hebben elk € 600.000 belegd en nemen € 60.000 per jaar op. Beiden behalen over tien jaar gemiddeld 5 procent rendement. Persoon A heeft in jaar 1 en 2 echter een verlies van 20 procent, gevolgd door hoge rendementen. Persoon B heeft het omgekeerde patroon. Beiden zien op papier hetzelfde gemiddelde, maar persoon A houdt na tien jaar aanzienlijk minder over of komt zelfs in de problemen. De combinatie van koersverlies en gelijktijdige onttrekking heeft een blijvend effect op het kapitaal.
Praktische manieren om dit risico te beperken: een liquide buffer van twee tot drie jaar uitgaven in spaargeld of kortlopende obligaties, een geleidelijk lager risicoprofiel naarmate uw stopdatum nadert, en flexibiliteit in uw uitgavenpatroon in jaren met slechte rendementen.
Rekenvoorbeelden: wat kost 3, 5 of 10 jaar eerder stoppen?
We hanteren een netto besteding van € 60.000 per jaar (een redelijk niveau voor een gepensioneerde particulier met een afgeloste woning), een gemiddelde inflatie van 2 procent en een reëel netto rendement op het vermogen van 2 procent na inflatie en box 3-belasting. AOW en aanvullend pensioen worden buiten beschouwing gelaten omdat die pas na de overbruggingsperiode ingaan.
Box 3 is in deze rekenvoorbeelden verwerkt in de aanname van 2 procent reëel netto rendement. Wie zelf met een bruto rendement rekent, moet box 3 apart meenemen.
Het benodigde kapitaal op de stopdatum is berekend met de annuïteitsformule voor een gelijkblijvende reële opname. Het resultaat is het kapitaal dat aan het begin van uw stopperiode beschikbaar moet zijn.
Netto besteding per jaar | 3 jaar overbruggen | 5 jaar overbruggen | 10 jaar overbruggen |
€ 40.000 | € 115.000 | € 188.000 | € 359.000 |
€ 60.000 | € 173.000 | € 283.000 | € 539.000 |
€ 80.000 | € 231.000 | € 377.000 | € 718.000 |
€ 100.000 | € 288.000 | € 471.000 | € 898.000 |
Voor een betrouwbaar plan adviseren wij om bovenop deze indicatieve bedragen een buffer van 20 tot 25 procent op te nemen voor onvoorziene uitgaven en sequence-of-returns-risico.
Wat kost 3 jaar eerder stoppen met werken?
U bent 64 en wilt direct stoppen. Uw AOW gaat in op uw 67ste. U wilt netto € 60.000 per jaar besteden. Het indicatieve kapitaal dat u op uw 64ste beschikbaar moet hebben is € 173.000, oftewel € 208.000 inclusief 20 procent buffer. Houd er rekening mee dat u nog drie jaar volledig in box 3 belasting betaalt, en dat u tot uw AOW-leeftijd in het hogere belastingtarief blijft als u nog ander inkomen heeft.
Wat kost 5 jaar eerder stoppen met werken?
U bent 62 en wilt direct stoppen, met AOW op uw 67ste. Bij € 60.000 netto per jaar is het indicatieve kapitaal € 283.000, of € 340.000 met buffer. Bij € 80.000 besteding loopt het op tot € 377.000 zonder buffer en circa € 452.000 met buffer.
Wat kost 10 jaar eerder stoppen met werken?
U bent 57 en wilt direct stoppen, met AOW op uw 67ste. Bij € 60.000 netto per jaar is het indicatieve kapitaal € 539.000, of € 647.000 met buffer. Bij € 40.000 besteding (een sober scenario zonder kinderen thuis en met afgeloste woning) is het € 359.000, of € 431.000 met buffer.
Het verschil tussen 3 jaar en 10 jaar overbruggen bij dezelfde besteding is dus ruwweg een factor drie. Dit is niet alleen omdat u langer moet overbruggen, maar ook omdat het effect van box 3-belasting en sequence-of-returns-risico over een langere periode zwaarder wordt.
Eerder stoppen op uw 55e, 57e of 60e
Onderstaande tabel is een vereenvoudigde indicatie op basis van een AOW-leeftijd van 67 jaar en een netto besteding van € 60.000 per jaar. Voor wie in 2026 55, 57 of 60 jaar is, kan de werkelijke verwachte AOW-leeftijd hoger liggen (67 jaar en 3 maanden of meer), waardoor de overbruggingsperiode in werkelijkheid langer is dan in de tabel. Controleer daarom altijd uw persoonlijke AOW-datum op svb.nl op basis van uw geboortedatum.
Stopleeftijd | Overbruggingsperiode | Indicatief kapitaal | Met buffer (20%) |
55 jaar | 12 jaar | € 633.000 | € 760.000 |
57 jaar | 10 jaar | € 539.000 | € 647.000 |
60 jaar | 7 jaar | € 389.000 | € 467.000 |
62 jaar | 5 jaar | € 283.000 | € 340.000 |
64 jaar | 3 jaar | € 173.000 | € 208.000 |
Waarom een simpele rekensom vaak te optimistisch is
Een rekensom van het type € 2.500 per maand × 12 maanden × 10 jaar = € 300.000 is een onderschatting. Die berekening houdt geen rekening met inflatie tijdens de overbruggingsperiode, niet met box 3-belasting op het resterende vermogen, niet met onvoorziene uitgaven, en niet met de risico-realiteit dat een gemiddeld rendement nooit gelijkmatig wordt behaald. Wie op die simpele rekensom vertrouwt, kan in jaar zeven of acht van zijn vroegpensioen aanlopen tegen een tekort dat dan niet meer eenvoudig is te repareren.
Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?
Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?
Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.
Welke vermogensbronnen kunt u gebruiken om eerder te stoppen?
Voor de meeste mensen bestaat het overbruggingskapitaal niet uit één bron, maar uit een combinatie van spaargeld, beleggingen, opgebouwd pensioen, eventueel een lijfrente en voor DGA's uitkeerbare reserves in een holding.
Spaargeld gebruiken voor de eerste jaren
Spaargeld biedt directe beschikbaarheid en geen koersrisico. Het rendement ligt in 2026 doorgaans tussen 1,5 en 2,5 procent, ongeveer gelijk aan de inflatie. Voor de eerste twee tot drie jaar van uw overbruggingsperiode is een spaarbuffer waardevol, omdat u dan in slechte beleggingsjaren niet hoeft te verkopen uit uw beleggingsportefeuille. Voor langere periodes is volledig sparen ongunstig: de inflatie eet uw koopkracht op.
Beleggen voor uw vroegpensioen
Voor een overbruggingsperiode van vijf jaar of langer is beleggen in de meeste gevallen de meest realistische manier om voldoende vermogen op te bouwen of in stand te houden. Een wereldwijd gespreide portefeuille van aandelen en obligaties is voor de meeste particulieren de juiste basis.
Een belangrijke afweging is uw risicoprofiel. Een 100 procent aandelenportefeuille heeft het hoogste verwachte rendement, maar ook de grootste tussentijdse koersbewegingen. In de jaren rondom uw stopdatum is een grote koersdaling extra pijnlijk vanwege het sequence-of-returns-risico. Veel beleggers verlagen daarom geleidelijk hun aandelenexposure naarmate ze hun stopdatum naderen, een aanpak die ook wel glide path heet.
Pensioen eerder laten ingaan
De meeste pensioenregelingen kennen de mogelijkheid om uw pensioen tussen uw 60ste en 70ste in te laten gaan. Elk jaar dat u uw pensioen eerder laat ingaan, daalt uw maandelijkse uitkering met circa 6 tot 8 procent, afhankelijk van de regeling en de actuariële parameters van uw pensioenfonds. Dit komt doordat het opgebouwde pensioenkapitaal over meer jaren verdeeld wordt.
Vraag bij uw pensioenuitvoerder een persoonlijke offerte op voor verschillende ingangsdata. Bekijk daarbij niet alleen het bruto bedrag, maar ook het nabestaandenpensioen, dat bij vervroegd ingaan vaak meeverandert.
Lijfrente gebruiken als aanvulling
Een lijfrente is een fiscaal gefaciliteerde vorm van pensioen-opbouw in privébeheer. U stort jaarlijks een bedrag op een lijfrenterekening of in een lijfrenteverzekering, mag deze inleg aftrekken van uw inkomen in box 1, en betaalt pas belasting op het moment dat de lijfrente uitkeert.
De maximale fiscaal aftrekbare inleg in 2026:
Onderdeel | 2026 |
Maximale jaarruimte | € 35.589 |
Maximale reserveringsruimte (niet-benutte ruimte uit voorgaande 10 jaar) | € 42.753 |
Premiepercentage van pensioengrondslag | 30% |
Maximaal pensioengevend inkomen | € 137.800 |
AOW-franchise | € 19.172 |
De jaarruimte wordt berekend als 30% van de premiegrondslag, verminderd met 6,27 maal de factor A uit uw pensioenoverzicht en eventuele andere correcties. De premiegrondslag is uw inkomen tot maximaal € 137.800, verminderd met de AOW-franchise van € 19.172. Wie als ondernemer geen werkgeverspensioen heeft (en dus geen factor A), kan in 2026 maximaal € 35.589 fiscaal voordelig in een lijfrente storten. Wie de afgelopen tien jaar jaarruimte niet heeft benut, kan via de reserveringsruimte een inhaalslag maken.
Bij het uitkeren van uw lijfrente betaalt u inkomstenbelasting in box 1, maar tegen het tarief dat geldt op het moment van uitkering. Wie na de AOW-leeftijd uitkeert, valt in het lagere AOW-tarief en houdt netto meer over dan iemand die in zijn werkende jaren tegen het toptarief uitkeert.
Verlofsparen: tot 100 weken eerder stoppen
Sinds 2021 mogen werknemers tot 100 weken bovenwettelijk verlof fiscaal vriendelijk opsparen, een verdubbeling ten opzichte van de eerdere 50 weken. Dat komt neer op bijna twee jaar verlof dat u kunt opnemen in één blok, bijvoorbeeld voorafgaand aan uw pensioen. Tijdens de opname betaalt uw werkgever uw salaris door uit het opgebouwde verlof.
Of u hiervan gebruik kunt maken hangt af van uw cao of individuele arbeidsovereenkomst. Voor werknemers in cao's die deze ruimte benutten kan verlofsparen een effectieve manier zijn om een korte overbrugging te realiseren zonder dat u uw eigen vermogen aanspreekt. Let wel op het risico bij faillissement van uw werkgever en op de afspraken over wat er gebeurt als u eerder uit dienst gaat.
Overwaarde van uw woning benutten
Wie een afgeloste of grotendeels afgeloste woning heeft, kan deze overwaarde in principe inzetten voor de overbruggingsperiode. De gangbare routes zijn verkoop en kleiner gaan wonen, of een opeethypotheek waarmee u een deel van de waarde liquide maakt zonder te verhuizen.
Beide hebben nadelen. Verhuizen brengt overdrachtsbelasting (2 procent voor eigen bewoning, 8 procent voor beleggingspanden) en verhuiskosten met zich mee. Een opeethypotheek beperkt uw nalatenschap en betekent dat u rente betaalt over een steeds groter wordend bedrag. Voor de meeste vermogensplanners is de woning de laatste reserve in plaats van de eerste bron.
Vermogen in uw BV of holding
Voor ondernemers en DGA's met vermogen opgebouwd in de BV is de directe inzet voor eerder stoppen een fiscaal vraagstuk. Uitkeren naar privé vraagt dividendbelasting (box 2) of een hoger salaris (box 1). Voor deze doelgroep behandelen we de specifieke route hieronder in een eigen paragraaf.
Wat zijn de fiscale gevolgen van eerder stoppen met werken?
De fiscale realiteit verandert ingrijpend op het moment dat u stopt met werken. Wat er precies verandert hangt af van uw inkomstenbron en uw leeftijd.
Box 1: belasting vóór en na uw AOW-leeftijd
Voor de AOW-leeftijd gelden in 2026 drie box 1-schijven: 35,75% tot en met € 38.883, 37,56% van € 38.883 tot en met € 78.426 en 49,50% boven € 78.426. Na de AOW-leeftijd vervalt het AOW-deel van de premie volksverzekeringen, waardoor het tarief in de eerste schijf voor de meeste AOW-gerechtigden daalt naar 17,85%. Dat scheelt op een pensioen van € 30.000 ruim € 5.000 per jaar netto.
In de overbruggingsperiode tussen uw stopdatum en uw AOW-leeftijd betaalt u dus nog het volledige tarief over al uw box 1-inkomen, inclusief een eventueel vervroegd pensioen of een lijfrente-uitkering.
Box 3 in 2026: spaargeld, beleggingen en schulden
Wie tijdens de overbruggingsperiode geheel of grotendeels leeft van privévermogen, betaalt jaarlijks box 3-belasting. Het stelsel werkt met een forfaitair rendement per categorie (zie tabel eerder in dit artikel). Het effectieve belastingtarief op beleggingen in 2026 bedraagt 36 procent over een fictief rendement van 6 procent, oftewel 2,16 procent van de waarde per jaar.
Bij € 500.000 totaal belegd vermogen en geen fiscale partner komt de box 3-heffing in 2026 uit op circa € 9.500 per jaar. Over een overbruggingsperiode van tien jaar telt dat op tot bijna € 95.000 aan belasting, exclusief inflatie en koersrendementen. Voor uw planning is dit een wezenlijke kostenpost.
Sinds belastingjaar 2025 kunt u bij de Belastingdienst aangifte doen op basis van werkelijk rendement, als dat lager is dan het forfait. Het wetsvoorstel voor een definitief stelsel op basis van werkelijk rendement is in behandeling en zou per 2028 moeten ingaan.
Box 2 voor DGA's: dividend, salaris en timing
Voor DGA's loopt vermogen in de BV via box 2. De tarieven in 2026:
Box 2-schijf | Inkomen | Tarief 2026 |
Eerste schijf | tot € 68.843 | 24,5% |
Tweede schijf | vanaf € 68.843 | 31% |
Voor fiscale partners gelden dezelfde schijven per partner, waardoor een dividenduitkering van € 137.686 per jaar bij gelijke verdeling volledig in het lage tarief valt. Dit maakt de timing van dividenduitkeringen een planningsinstrument: niet alle winst in één jaar uitkeren, maar verspreid over meerdere jaren binnen het 24,5 procent-tarief blijven.
Hypotheekrenteaftrek bij lager inkomen
In 2026 is de hypotheekrenteaftrek voor inkomens in de hoogste belastingschijf beperkt tot maximaal 37,56%. Daarmee is het maximale aftrektarief gelijk aan het tarief van de tweede box 1-schijf. Wie minder inkomen in box 1 heeft, heeft daardoor relatief weinig nadeel van een lager tarief, zolang er voldoende belastbaar inkomen is om de aftrek te benutten. Wie geheel zonder box 1-inkomen leeft (bijvoorbeeld volledig op privévermogen), kan de hypotheekrenteaftrek niet effectueren.
Eventuele resterende hypotheekschuld moet u meenemen in uw cashflowplanning. Aflossing voorafgaand aan uw stopdatum kan aantrekkelijk zijn, maar bekijk dit tegen het rendement dat u in plaats daarvan op uw beleggingen zou behalen.
Belasting bij pensioen of lijfrente-uitkeringen
Pensioen en lijfrente worden belast in box 1 op het moment van uitkering. Wie deze uitkeringen ontvangt vóór de AOW-leeftijd, betaalt het volledige tarief. Wie ze na de AOW-leeftijd ontvangt, profiteert van het lagere tarief in de eerste schijf. Voor wie de keuze heeft tussen vervroegd of regulier laten ingaan, is dit een afweging die naast het bruto bedrag ook het netto bedrag mee moet nemen.
RVU, deeltijdpensioen en andere routes naar eerder stoppen
Naast het volledig zelf financieren van de overbruggingsperiode bestaan er enkele wettelijk gefaciliteerde routes die de pijn kunnen verzachten.
RVU-regeling in 2026
De Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) maakt het voor werkgevers fiscaal mogelijk om oudere werknemers een uitkering te geven om eerder te stoppen met werken. Tot eind 2025 was dit een tijdelijke regeling. Per 1 januari 2026 is de RVU-drempelvrijstelling structureel geworden, met een eerste ijkmoment in 2028.
Onderdeel | RVU 2026 |
Maximale vrijgestelde uitkering per maand | € 2.357 bruto |
Maximaal vrijgesteld voor knellende situaties | € 2.657 bruto (€ 2.357 + € 300) |
Pseudo-eindheffing bij overschrijding | 57,7% (oplopend tot 65% in 2028) |
Maximale duur voorafgaand aan AOW | 36 maanden |
Onder de drempel betaalt de werkgever geen pseudo-eindheffing. Boven de drempel of voor uitkeringen die meer dan drie jaar voor de AOW-leeftijd starten, betaalt de werkgever in 2026 57,7 procent eindheffing bovenop de reguliere loonheffing. Dit tarief loopt op tot 65 procent in 2028.
Voor wie is de RVU-regeling bedoeld?
De structurele RVU-regeling is sinds 2026 nadrukkelijk bedoeld voor werknemers met zwaar werk die niet gezond kunnen doorwerken tot hun AOW-leeftijd. Sociale partners en kabinet hebben afgesproken dat de regeling gerichter wordt ingezet dan in de tijdelijke periode 2021-2025. Cao-partijen moeten de doelgroep objectief afbakenen, gevalideerd door een door SZW erkende derde partij.
Voor werknemers in kantoorfuncties of leidinggevende functies zal een RVU in de praktijk minder vaak beschikbaar zijn, omdat cao-partijen de regeling vooral moeten richten op objectief afgebakende groepen met zwaar werk. Voor werknemers in fysiek belastend werk, bijvoorbeeld in de bouw, zorg, transport of industrie, kan een cao-RVU wel een belangrijke aanvulling zijn op het overbruggingskapitaal.
Deeltijdpensioen als tussenoplossing
Een veel onderschatte route is deeltijdpensioen: u bouwt uw werkuren geleidelijk af terwijl uw pensioen voor het afgebouwde deel ingaat. U behoudt een deel van uw salaris, krijgt voor het andere deel uw pensioen, en blijft fiscaal in een gunstige positie omdat u nog actief in dienst bent.
Of deeltijdpensioen voor u mogelijk is hangt af van uw werkgever en uw pensioenregeling. In de praktijk staan veel werkgevers er open voor, omdat zij ervaren krachten langer aan boord houden en de overdracht naar opvolgers kunnen begeleiden.
Minder werken in de jaren voor uw pensioen
Een variant op deeltijdpensioen is simpelweg minder gaan werken zonder dat uw pensioen ingaat. U vermindert uw werkuren van 40 naar 32 of 24 uur, ontvangt evenredig minder salaris, en blijft het volledige bedrag van uw pensioenpremies betalen of stoppen. Voor wie financieel ruim zit en vooral meer vrije tijd zoekt, is dit vaak een aantrekkelijkere route dan abrupt stoppen.
Pensioen vervroegen: gevolgen voor uw maandelijkse uitkering
Een pensioen dat eerder ingaat is permanent lager. Bij de meeste pensioenfondsen daalt uw uitkering met 6 tot 8 procent per jaar dat u eerder uitkeert. Een pensioen dat anders € 30.000 per jaar zou bedragen op uw 67ste, wordt circa € 18.000 tot € 22.500 per jaar bij ingaan op uw 60ste, levenslang.
Dit is een aanzienlijk effect dat door velen wordt onderschat. Onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp) verloopt de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel per fonds in de periode tot 2028. De precieze actuariële korting kan per fonds verschillen. Vraag altijd een persoonlijke offerte op bij uw pensioenuitvoerder.
Eerder stoppen als ondernemer of DGA
Voor ondernemers met een BV of holdingstructuur loopt het vraagstuk anders dan voor werknemers. Vermogen bevindt zich vaak grotendeels in de onderneming, en de route naar privé loopt langs box 2 of langs verkoop.
Vrij vermogen versus vermogen in de BV
Een DGA heeft doorgaans drie pools van vermogen: privévermogen in box 3, vermogen in de werkmaatschappij dat onderdeel van het bedrijfsrisico vormt, en vermogen in de holding dat fiscaal afgeschermd is van dat risico. Voor eerder stoppen telt vooral het privévermogen en het uitkeerbare vermogen in de holding.
Een veelgemaakte fout is om te veel vermogen in de holding op te bouwen zonder uitkeerplan. Het beleggingsresultaat in de BV is belast met vennootschapsbelasting (19 procent tot € 200.000 winst, 25,8 procent daarboven), en bij uitkering komt daar nog box 2-belasting overheen. Voor sommige DGA's is het netto rendement op vermogen in privébeheer hoger dan op hetzelfde vermogen in de BV.
Dividend of salaris in de jaren voor uw stop
In de jaren voorafgaand aan uw stop kunt u via salarisbeleid en dividendbeleid de fiscale druk optimaliseren. Een hoger salaris is volledig belast in box 1, maar bouwt wel pensioen op en geeft jaarruimte voor lijfrente. Dividend is belast tegen 24,5 of 31 procent in box 2, lager dan het toptarief in box 1, maar bouwt geen pensioen of jaarruimte op.
In de praktijk werkt een combinatie het beste: een salaris dat voldoet aan de gebruikelijkloonregeling van de Belastingdienst (in 2026 een minimaal normbedrag van € 58.000, tenzij op basis van de meest vergelijkbare dienstbetrekking of de meestverdienende werknemer een hoger bedrag geldt), aangevuld met dividend dat over meerdere jaren wordt uitgekeerd om binnen het 24,5 procent-tarief te blijven. Voor fiscale partners verdubbelt deze ruimte.
Verkoop van uw onderneming als pensioenvoorziening
Voor veel DGA's is de verkoop van het bedrijf de grootste vermogensbron richting hun stop. Een goed voorbereide verkoop levert meer op dan een overhaaste, en de fiscale behandeling van de verkoopopbrengst hangt sterk af van de structuur. Verkoop vanuit een holding kan onder de deelnemingsvrijstelling vallen, waardoor de verkoopwinst belastingvrij in de holding blijft tot het moment van uitkering.
Voor de bedrijfsoverdracht heeft de Belastingdienst de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) bij vererving en schenking. Beide bieden onder voorwaarden aanzienlijke fiscale faciliteiten, mits de structuur tijdig is opgezet (in de regel minimaal vijf jaar vóór overdracht). Voor een uitgebreide behandeling verwijzen wij naar ons artikel over bedrijfsoverdracht.
Pensioen in eigen beheer en oude regelingen
Voor 1 januari 2017 mochten DGA's pensioen in eigen beheer (PEB) opbouwen binnen hun BV. Sindsdien is dit afgeschaft voor nieuwe opbouw. Bestaande PEB-reserves konden in 2017-2019 worden afgekocht (met korting), omgezet naar een oudedagsvoorziening (ODV), of bevroren. Veel DGA's hebben nog ODV-reserves of bevroren PEB-aanspraken op de balans van hun BV staan.
Bij een plan voor eerder stoppen moet u uw eigen beheer-positie zorgvuldig inventariseren. De fiscale en juridische behandeling van de uitkeringsfase kan complex zijn, zeker bij gecombineerde structuren. Laat dit door een fiscalist of pensioenadviseur in kaart brengen.
Spreiding tussen privévermogen, BV-vermogen en beleggingen
Een evenwichtige vermogenspositie voor een DGA die eerder wil stoppen, bestaat doorgaans uit een combinatie van liquide privévermogen voor de eerste jaren, beleggingen in box 3 voor middellange termijn, een uitkeerbare reserve in de holding voor de langere termijn, en eventueel een lijfrente die fiscaal vriendelijk uitkeert na de AOW-leeftijd. De juiste verdeling hangt af van uw beoogde stopdatum, het bedrijfsrisico in de werkmaatschappij en uw fiscale partner-positie.
Van indicatie naar persoonlijk doelkapitaal
Indicatieve berekeningen op basis van vuistregels zijn geschikt voor een eerste verkenning. Voor een onomkeerbare beslissing als stoppen met werken is een indicatieve berekening niet voldoende.
Waarom een globale berekening niet genoeg is
Een algemene berekening werkt met gemiddelden, met een vaste rendementsaanname en zonder uw specifieke pensioen- en lijfrente-opbouw. In de praktijk zit het verschil tussen "kan ik dit?" en "moet ik er nog vijf jaar bij doen?" vaak in de details: uw exacte AOW-datum, de actuariële korting bij uw pensioenfonds, de fiscale behandeling van uw eigen beheer, een eventuele hypotheek, en de samenstelling van uw vermogen.
Doelkapitaal berekenen met meerdere scenario's
Een serieuze planning maakt gebruik van scenario-analyse: niet één rendement, maar duizenden gesimuleerde paden waarbij rendement en inflatie variëren. Vervolgens kijkt u welk percentage van die paden uw doel haalt. Een plan dat in 90 procent van de gesimuleerde scenario's slaagt is robuust. Een plan dat in 50 procent slaagt, is een gok.
Haalbaarheid verhogen van 50% naar 90% of meer
Een hogere haalbaarheid bereikt u door één of meer van vier knoppen te bewegen: meer kapitaal opbouwen voorafgaand aan uw stop, later stoppen, lagere uitgaven plannen, of een ander risicoprofiel kiezen voor uw beleggingen. Vaak werkt een combinatie: een jaar langer doorwerken, € 5.000 per jaar minder besteden, en een gespreide buffer voor de eerste drie jaar. Het effect daarvan op uw haalbaarheid is vaak verrassend groot.
Vermogensplanning voor eerder stoppen met werken
Met onze dienst Vermogensplan brengen wij uw situatie in detail in kaart: uw inkomen, vermogen, pensioenopbouw, eventuele lijfrentes, hypotheek, en uw gewenste uitgavenniveau. Op basis daarvan maken wij een gepersonaliseerde berekening van uw doelkapitaal, met scenario-analyse die u inzicht geeft in de haalbaarheid van uw stop-plan. De uitkomst is een concreet doelbedrag, een spaar- of beleggingsstrategie om dat te bereiken, en een opnameplan voor de overbruggingsperiode.
Een passende vermogensbeheerder selecteren
Wie zelf onvoldoende tijd, kennis of zin heeft om een beleggingsportefeuille te beheren, kan het beheer uitbesteden aan een vermogensbeheerder. Niet elke beheerder is geschikt voor elk vraagstuk. Een beheerder die uitsluitend werkt met jongere beleggers in opbouwfase, sluit slecht aan bij iemand die juist in de opnamefase zit en behoefte heeft aan een glide path en cashflow-management.
Met ons SelectieRapport ontvangt u een onafhankelijke selectie van vermogensbeheerders die aansluiten bij uw situatie en doel. Wij baseren de selectie op meer dan 20 jaar marktkennis, prestatie-data uit onze VBR-index en feedback van onze klanten.
Veelgestelde vragen
Hoeveel geld heeft u nodig om te stoppen met werken?
Voor een ruwe indicatie kunt u rekenen op uw gewenste netto besteding per jaar, vermenigvuldigd met het aantal jaren overbrugging tot uw AOW, met een correctie voor inflatie en rendement. Bij € 60.000 netto besteding per jaar en een overbruggingsperiode van vijf jaar komt u indicatief op ongeveer € 283.000 zonder buffer. Voor een betrouwbaar plan moet daar 20 tot 25 procent buffer bij, plus een berekening die rekening houdt met box 3-belasting en sequence-of-returns-risico.
Hoeveel vermogen heeft u nodig om 10 jaar eerder te stoppen?
Bij € 60.000 netto besteding per jaar en 10 jaar overbruggen is het indicatieve benodigde kapitaal circa € 539.000, of € 647.000 met 20 procent buffer. Bij € 40.000 besteding is dat respectievelijk € 359.000 en € 431.000. Voor wie € 80.000 per jaar wil besteden, loopt het op tot circa € 718.000 zonder en € 862.000 met buffer.
Kan ik stoppen met werken op mijn 55e?
Technisch kan iedereen op elk moment stoppen met werken. De vraag is of het financieel houdbaar is. Stoppen op uw 55ste met een AOW-leeftijd van 67 jaar betekent twaalf jaar overbruggen. Bij € 60.000 netto per jaar heeft u dan indicatief € 633.000 nodig op uw 55ste, exclusief buffer. Voor een 100 procent zelfgefinancierde overbrugging is dit alleen haalbaar bij een aanzienlijk privévermogen of bij DGA's met uitkeerbare reserves in een holding.
Wat zijn de consequenties van eerder stoppen met werken?
De belangrijkste consequenties zijn: een lager inkomen tijdens de overbruggingsperiode, een levenslang lager pensioen als u vervroegd uitkeert, hogere belastingdruk voorafgaand aan de AOW-leeftijd in box 1, jaarlijkse box 3-heffing over uw resterende vermogen, en het wegvallen van pensioen- en sociale verzekeringsopbouw vanaf uw stopdatum. Een serieuze planning brengt deze gevolgen vooraf in beeld.
Wat is de RVU-regeling in 2026?
De RVU (Regeling Vervroegde Uittreding) is sinds 1 januari 2026 een structurele regeling die werkgevers in staat stelt werknemers met zwaar werk een uitkering te geven om tot drie jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen. De drempelvrijstelling bedraagt € 2.357 bruto per maand, of € 2.657 voor knellende situaties. Boven die drempel betaalt de werkgever 57,7 procent pseudo-eindheffing in 2026, oplopend tot 65 procent in 2028. De regeling is bedoeld voor werknemers die door zwaar werk niet gezond kunnen doorwerken.
Hoeveel moet ik sparen om eerder te stoppen met werken?
Het maandelijkse spaarbedrag hangt af van uw stopdatum, uw beoogde uitgavenniveau en uw beleggingsrendement. Wie nu 50 is, op 60 wil stoppen en € 60.000 per jaar wil kunnen besteden tijdens een overbrugging van zeven jaar tot de AOW, heeft op zijn 60ste indicatief € 389.000 nodig. Bij een startvermogen van € 100.000 en een reëel rendement van 4 procent per jaar moet u dan in de tussenliggende tien jaar circa € 1.700 per maand opzij zetten of beleggen.
Is beleggen verstandig als ik eerder wil stoppen?
Voor een overbruggingsperiode van vijf jaar of langer is beleggen in de meeste gevallen verstandiger dan uitsluitend sparen, omdat de inflatie anders uw koopkracht uitholt. Voor de eerste twee tot drie jaar van uw stopperiode is een spaarbuffer wél aan te raden, om niet te hoeven verkopen uit uw beleggingsportefeuille in een slecht beleggingsjaar. De juiste verhouding tussen sparen en beleggen hangt af van uw risicoprofiel, uw andere inkomstenbronnen en de lengte van uw overbruggingsperiode.
Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik eerder stop?
Bij een vroege stopdatum bouwt u vanaf dat moment geen pensioen meer op via uw werkgever. Het tot dan opgebouwde pensioen blijft staan en wordt op uw pensioendatum uitgekeerd. U kunt ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen vervroegd te laten ingaan, doorgaans tussen uw 60ste en 70ste, maar dat leidt tot een levenslang lagere uitkering van circa 6 tot 8 procent per jaar dat u eerder uitkeert. Voor ondernemers gelden vergelijkbare regels rond lijfrentes en eventuele eigen-beheer-aanspraken.
Kan ik eerder stoppen met werken met € 100.000 vermogen?
Met € 100.000 vrij belegbaar vermogen is volledig stoppen voor langere tijd voor de meeste mensen niet haalbaar. Bij € 40.000 netto besteding per jaar dekt € 100.000 nominaal slechts 2,5 jaar, exclusief inflatie en belasting. Wel kan € 100.000 een nuttige aanvulling vormen op andere inkomstenbronnen, bijvoorbeeld om de laatste twee jaar voor de AOW te overbruggen of om een deeltijdpensioen aan te vullen. Voor een onderbouwde inschatting van uw specifieke situatie is een vermogensplan aan te raden.
door Frits van Manen
Frits is partner bij Vermogensbeheer.nl en heeft ervaring als beleggings- en vermogensadviseur bij een grote Nederlandse bank en fondshuis. Frits begeleidt vermogende particulieren, ondernemers, stichtingen en instellingen die op zoek zijn naar een goede en passende vermogensbeheerder.
Gerelateerd:
Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?
Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?
Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.