Direct meer informatie over Selectierapport Vermogensplan

Tweede huis kopen in 2026: wanneer is het een slimme investering?

23 april 2026 Onderwerp: Vastgoed | Investeringen

Een tweede woning kopen is voor veel vermogende particulieren een aantrekkelijk idee. Het voelt tastbaar, het levert mogelijk huurinkomsten op en u profiteert van waardestijging. Maar het is ook een beslissing met flinke financiële, fiscale en juridische gevolgen. In dit artikel zetten we de feiten op een rij, zodat u kunt beoordelen of een tweede huis past binnen uw totale vermogensstrategie.

Tweede huis

Waarom overwegen vermogende particulieren een tweede woning?

De redenen om een tweede huis te kopen lopen uiteen. Sommige kopers zoeken een vakantiewoning voor eigen gebruik. Anderen willen een beleggingspand om te verhuren, of kopen een woning voor een studerend kind. Ook zijn er particulieren die hun vermogen willen spreiden buiten de traditionele beleggingsportefeuille van aandelen en obligaties.

Welk doel u ook heeft, het bepaalt in grote mate welke financierings- en fiscale route het gunstigst is. Een vakantiewoning die u grotendeels zelf gebruikt, heeft andere belastingconsequenties dan een appartement dat u het hele jaar verhuurt. Bepaal daarom vooraf helder wat uw doel is, voordat u gaat rekenen.

Wat kost een tweede huis in 2026? Een compleet rekenvoorbeeld

De kosten van een tweede woning gaan verder dan de aankoopprijs. Hieronder een overzicht van de belangrijkste kostenposten bij de aankoop van een tweede huis van € 350.000 in 2026:

Kostenpost

Bedrag

Aankoopprijs

€ 350.000

Overdrachtsbelasting (8%)

€ 28.000

Notariskosten (transport + hypotheek)

€ 2.000 - € 3.000

Taxatiekosten

€ 500 - € 800

Makelaarskosten (aankoopmakelaar)

€ 3.000 - € 5.000

Advies- en bemiddelingskosten hypotheek

€ 2.000 - € 3.500

Kadasterkosten

€ 150 - € 300

Totaal kosten koper (indicatief)

€ 36.000 - € 41.000

In dit voorbeeld komt het totaal aan kosten koper op ruim € 37.000. Samen met een eigen inleg van minimaal 20 tot 30% van de woningwaarde (bij financiering met een verhuurhypotheek) betekent dit dat u al snel € 100.000 tot € 150.000 eigen geld nodig heeft om een tweede woning van € 350.000 te kopen.

Daarnaast krijgt u te maken met doorlopende maandelijkse lasten: hypotheekrente, gemeentelijke belastingen, opstal- en inboedelverzekering, onderhoud en eventueel VvE-bijdragen. Reken op minimaal € 200 tot € 400 per maand aan vaste lasten, bovenop de hypotheeklasten.

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.

Drie manieren om een tweede woning te financieren

1. Kopen met eigen vermogen

Heeft u voldoende spaargeld of beleggingskapitaal? Dan kunt u de woning volledig uit eigen middelen kopen. U betaalt dan geen hypotheekrente, maar u zet wel een groot deel van uw vermogen vast in een enkel, illiquide object. Houd altijd een ruime financiële buffer aan.

2. Overwaarde op uw huidige woning benutten

Heeft uw eigen woning overwaarde, dan kunt u uw huidige hypotheek verhogen of een tweede hypotheek afsluiten. Als de oorspronkelijke hypotheek hoger is ingeschreven bij de notaris dan het geleende bedrag, is soms een onderhandse hypotheekverhoging mogelijk zonder notariskosten. Let op: de rente op dit extra leendeel is niet fiscaal aftrekbaar, omdat het geleende bedrag niet wordt besteed aan uw eigen woning. Hypotheekrenteaftrek geldt alleen voor het deel van de lening dat is gebruikt voor aankoop, onderhoud of verbetering van uw hoofdverblijf.

3. Een verhuurhypotheek afsluiten

Koopt u de woning om te verhuren, dan kunt u een verhuurhypotheek afsluiten. De meeste geldverstrekkers financieren maximaal 70 tot 80% van de marktwaarde in verhuurde staat. De rente ligt hoger dan bij een gewone hypotheek, met een opslag van doorgaans 1 tot 2 procentpunt. Bij de meeste aanbieders start de rente rond de 5% (maart 2026). De rente is niet aftrekbaar in box 1. Tot maximaal 50% van de marktwaarde mag u aflossingsvrij financieren.

Tweede woning kopen via een BV: voor wie is dat interessant?

Sommige beleggers kopen vastgoed via een besloten vennootschap. Dit kan fiscaal voordelig zijn: over de winst betaalt u vennootschapsbelasting (19% tot een winst van € 200.000, daarboven 25,8%), in plaats van de box 3-heffing in de inkomstenbelasting. Daar staat tegenover dat u bij winstuitkeringen aan uzelf aanmerkelijkbelangheffing betaalt in box 2: 24,5% tot € 68.843 en 31% daarboven (tarieven 2026).

Heeft u nog geen BV, dan is het oprichten ervan voor een enkele tweede woning vaak niet rendabel. De kosten van oprichting, jaarrekening en administratie wegen dan niet op tegen het fiscale voordeel. Heeft u al een holding-BV, bijvoorbeeld vanuit een eigen onderneming of eerdere bedrijfsverkoop, dan ligt het anders. De vennootschap bestaat al, de jaarrekening wordt al opgesteld en de extra administratiekosten zijn beperkt. In dat geval kan het aankopen van vastgoed via de BV fiscaal voordeliger uitpakken dan aanhouden in box 3, zeker bij hogere WOZ-waarden. Daar staat tegenover dat u bij uitkering box 2-heffing betaalt (24,5% of 31%), en dat de woning lastiger voor eigen gebruik beschikbaar is zonder fiscale bijtelling. Laat een fiscalist doorrekenen welke route in uw situatie het gunstigst is.

Belasting op een tweede woning in 2026: box 3, overdrachtsbelasting en meer

De fiscale behandeling van een tweede woning in Nederland kent meerdere onderdelen.

Overdrachtsbelasting

Sinds 1 januari 2026 betaalt u 8% overdrachtsbelasting over de aankoopprijs van een woning die niet uw hoofdverblijf wordt. In 2025 was dit nog 10,4%. Op een woning van € 350.000 bespaart u daarmee € 8.400 ten opzichte van vorig jaar. Voor uw eigen woning (hoofdverblijf) geldt het tarief van 2%.

Box 3: vermogensrendementsheffing

Een tweede woning valt in box 3 van de inkomstenbelasting. In 2026 is het heffingsvrije vermogen € 59.357 per persoon (€ 118.714 voor fiscale partners). Over het vermogen boven deze grens berekent de Belastingdienst een forfaitair rendement. Voor de categorie 'overige bezittingen' (waar vastgoed onder valt) is dit rendement in 2026 vastgesteld op 6%. Over dit forfaitaire rendement betaalt u 36% inkomstenbelasting.

Een rekenvoorbeeld: u bezit een tweede woning met een WOZ-waarde van € 350.000 en geen bijbehorende schuld. Na aftrek van de vrijstelling is € 290.643 belastbaar. Het forfaitaire rendement is 6% daarvan: € 17.439. De belasting bedraagt 36% van € 17.439 = circa € 6.278 per jaar. Heeft u een verhuurhypotheek, dan verlaagt de restschuld uw grondslag in box 3, maar alleen voor het deel boven de schuldendrempel van € 3.800 per persoon (€ 7.600 voor fiscale partners). Over het schulddeel wordt bovendien een apart (lager) forfaitair rendement berekend.

Hypotheekrente niet aftrekbaar

De rente op een hypotheek voor een tweede woning is niet aftrekbaar in box 1. Dit is een wezenlijk verschil met uw eigen woning en maakt de netto financieringslasten van een tweede huis aanzienlijk hoger.

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.

Wat verandert er vanaf 2028 met het nieuwe box 3-stelsel?

De Tweede Kamer heeft op 12 februari 2026 ingestemd met de Wet werkelijk rendement box 3. De Eerste Kamer moet nog instemmen, en het kabinet heeft aangegeven dat onderdelen mogelijk nog worden aangepast via het Belastingplan 2027. Onder voorbehoud van definitieve wetgeving zijn dit de belangrijkste voorgenomen wijzigingen voor vastgoedbezitters:

  • Het forfaitaire rendement verdwijnt. In plaats daarvan betaalt u belasting over het werkelijke rendement op uw vermogen.

  • Voor onroerende zaken geldt een vermogenswinstbelasting: de waardestijging van uw pand wordt pas belast bij verkoop, niet jaarlijks.

  • Huurinkomsten worden wel jaarlijks belast. Verhuurt u het pand 90% of meer van het jaar, dan gelden de werkelijke huurinkomsten. Verhuurt u minder, dan geldt het hoogste bedrag van ofwel de werkelijke huurinkomsten, ofwel een bijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde.

  • Het huidige heffingsvrije vermogen maakt plaats voor een heffingsvrij rendement van € 1.800 per persoon (€ 3.600 voor fiscale partners).

  • Onderhoudskosten en financieringskosten mogen in aftrek worden gebracht op het rendement.

  • Het belastingtarief blijft 36%.

Dit nieuwe stelsel kan voor vastgoedbezitters zowel voordeliger als nadeliger uitpakken, afhankelijk van de verhouding tussen huurinkomsten, kosten en waardeontwikkeling. Het is verstandig om nu al in kaart te brengen wat de overstap voor uw situatie betekent.

Tweede woning verhuren: regels, rendement en valkuilen

Verhuur is voor veel kopers de manier om de investering rendabel te maken. Er zijn verschillende vormen, elk met eigen regels.

Vaste verhuur (langdurig)

Bij vaste verhuur valt de woning in box 3. U betaalt geen aparte inkomstenbelasting over de huurinkomsten: de Belastingdienst belast het vermogen via het forfaitaire rendement, niet de werkelijke huuropbrengst. Houd rekening met het Woningwaarderingsstelsel (WWS) en de Wet betaalbare huur: voor nieuwe huurcontracten geldt bij woningen tot en met 186 punten een wettelijk gereguleerde maximale huurprijs. Vanaf 187 punten valt de woning in de vrije sector en is de aanvangshuur vrij, al geldt ook daar een maximale jaarlijkse huurverhoging.

Tijdelijke verhuur en vakantieverhuur

Een tweede woning die u tijdelijk verhuurt (waaronder via Airbnb) valt in beginsel in box 3, net als bij vaste verhuur. De huurinkomsten worden dan niet apart belast. Let op: de veelgenoemde regel dat 70% van de huurinkomsten in box 1 moet worden opgegeven, geldt voor tijdelijke verhuur van uw eigen woning (hoofdverblijf), niet voor een tweede woning. Bij een tweede woning of vakantiehuisje kan de Belastingdienst wel extra inkomsten belasten als u naast de verhuur aanvullende diensten verleent (zoals schoonmaak, linnengoed, ontbijt). Veel gemeenten hebben inmiddels regels opgesteld voor vakantieverhuur, zoals een maximaal aantal verhuurdagen per jaar of een vergunningsplicht. Controleer altijd de lokale regelgeving.

Rendement inschatten

Een veelgebruikte vuistregel: het bruto huurrendement (jaarlijkse huur gedeeld door de aankoopprijs) moet minimaal 5 tot 6% bedragen om de investering interessant te maken. Na aftrek van belastingen, onderhoud, leegstand en verzekeringen houdt u daar netto aanzienlijk minder van over. In veel steden ligt het netto huurrendement op dit moment rond de 2 tot 4%.

Een tweede huis in het buitenland: fiscale en juridische aandachtspunten

Koopt u een tweede woning in het buitenland, dan heeft u te maken met de belastingwetgeving van dat land. Een paar voorbeelden:

  • In Frankrijk is de verkoopwinst op een tweede woning in beginsel altijd belast. Er geldt een geleidelijke afbouw: volledige vrijstelling van inkomstenbelasting pas na 22 jaar bezit, en van sociale heffingen pas na 30 jaar. Daarnaast betaalt u jaarlijks taxe foncière (onroerendezaakbelasting).

  • In Spanje kunnen juridische procedures bij contractgeschillen lang duren. Afhankelijk van de regio betalen zowel koper als verkoper een deel van de makelaarskosten, al verschilt dit per transactie.

  • In Italië betaalt u als niet-ingezetene een hogere registratiebelasting (imposta di registro) bij aankoop van een tweede woning: 9% van de kadastrale waarde, tegen 2% voor een hoofdverblijf. Daarnaast gelden jaarlijkse gemeentelijke belastingen (IMU en TARI) die voor tweede woningen doorgaans hoger zijn.

  • In Portugal is de Golden Visa-regeling inmiddels aangepast en geldt niet meer voor vastgoedaankopen in stedelijke gebieden.

Box 3 en een tweede huis in het buitenland

Nederland belast als woonland uw totale box 3-vermogen, inclusief een tweede woning in het buitenland. U geeft de woning op tegen de waarde in het economische verkeer (meestal de marktwaarde) en eventuele financieringsschulden op die woning tellen mee als box 3-schuld, voor het deel boven de schuldendrempel.

Belastingverdragen en voorkoming van dubbele belasting

In de meeste belastingverdragen wijst Nederland het primaire heffingsrecht over onroerend goed toe aan het land waar het vastgoed ligt. Dat betekent dat het buitenland in beginsel mag heffen over huurinkomsten, verkoopwinst of vermogensbelasting op uw tweede huis. Nederland geeft vervolgens een vermindering om dubbele belasting te voorkomen.

Deze vermindering gaat via de evenredige vrijstellingsmethode. Eerst wordt de volledige box 3-heffing berekend over uw totale vermogen. Daarna wordt een deel van die heffing verminderd, naar rato van de verhouding tussen uw buitenlandse vermogen en uw totale box 3-vermogen. In de praktijk leidt dit niet altijd tot een volledige vrijstelling: bij relatief hoge Nederlandse forfaitaire rendementen en beperkte buitenlandse heffing kan er alsnog een extra Nederlandse last overblijven op hetzelfde pand.

Als er geen belastingverdrag is

Bestaat er geen belastingverdrag tussen Nederland en het land waar uw tweede huis staat, dan heft Nederland nog steeds over uw wereldwijde box 3-vermogen, inclusief de buitenlandse woning. Het bronland mag op basis van zijn eigen wetgeving ook heffen over de waarde, huurinkomsten of verkoopwinst, zonder verdragsbeperking. Nederland past dan niet automatisch een verdragsvrijstelling toe. In het uiterste geval kunt u daadwerkelijk (deels) dubbele belasting betalen, zowel lokaal als in Nederland.

Voor grotere internationale vastgoedposities is fiscaal advies geen overbodige luxe. De combinatie van Nederlandse box 3-heffing, buitenlandse belastingen en de werking van belastingverdragen maakt dat de gecombineerde belastingdruk sterk kan verschillen per land en per structuur. Schakel altijd een adviseur in die de lokale wetgeving kent. In veel populaire landen voor tweede woningen zijn Nederlandse adviseurs en makelaars actief.

Netto rendement doorgerekend: drie scenario's vergeleken

Om een realistisch beeld te geven, werken we drie scenario's uit voor een tweede woning van € 350.000 in Nederland, aangekocht in 2026.

Scenario 1: Vaste verhuur, eigen vermogen

Scenario 2: Vaste verhuur, verhuurhypotheek

Scenario 3: Vakantiewoning, eigen gebruik

Aankoopprijs

€ 350.000

€ 350.000

€ 350.000

Eigen inleg

€ 350.000

€ 140.000

€ 350.000

Hypotheek

Geen

€ 245.000 (70%)

Geen

Huurinkomsten (jaar)

€ 18.000

€ 18.000

Geen

Hypotheekrente (5%, jaar)

€ 0

ca. € 12.250

€ 0

Vaste lasten (jaar)

ca. € 4.000

ca. € 4.000

ca. € 4.000

Box 3-belasting (indicatief)

ca. € 6.300

ca. € 2.400

ca. € 6.300

Netto resultaat (jaar)

ca. € 7.700

ca. € -650

ca. -€ 10.300

Rendement op eigen inleg

ca. 2,2%

ca. -0,5%*

Negatief

Indicatieve berekeningen op basis van fiscale regels 2026. Individuele omstandigheden kunnen afwijken. De berekening houdt geen rekening met mogelijke waardestijging of -daling van de woning.

Het eerste scenario laat zien dat verhuur aan een vaste huurder bij volledige eigen financiering een netto rendement van rond de 2% kan opleveren, na aftrek van alle kosten en belastingen. Bij gedeeltelijke financiering met een verhuurhypotheek (scenario 2) daalt het netto rendement op uw ingelegde eigen vermogen, maar beperkt u ook de hoeveelheid vastgezet kapitaal. Het derde scenario, een vakantiewoning voor eigen gebruik, levert geen direct rendement op en kost u jaarlijks geld. Wel profiteert u van gebruiksgenot en mogelijke waardestijging.

Tweede woning versus gespreid beleggen: wat levert meer op?

De vraag die veel vermogende particulieren stellen: levert een tweede woning meer op dan hetzelfde bedrag gespreid beleggen via een vermogensbeheerder?

Het eerlijke antwoord: dat hangt af van de periode, de locatie van het vastgoed en de samenstelling van de beleggingsportefeuille. Historisch gezien heeft een breed gespreide beleggingsportefeuille (aandelen, obligaties, vastgoedfondsen) over langere perioden een hoger gemiddeld rendement behaald dan directe investering in een enkel vastgoedobject. Daar staat tegenover dat vastgoed minder volatiel aanvoelt en dat u met een hypotheek een hefboomeffect kunt creëren.

Een belangrijk verschil is liquiditeit. Beleggingen in aandelen of fondsen kunt u doorgaans binnen enkele dagen verkopen. Een woning verkopen kost maanden en brengt hoge transactiekosten met zich mee. Dit maakt vastgoed minder geschikt als u flexibiliteit belangrijk vindt.

Daarnaast speelt risicospreiding een rol. Met € 200.000 in een beleggingsportefeuille belegt u automatisch in honderden bedrijven, sectoren en regio's. Datzelfde bedrag in een tweede woning is een concentratie in een enkel object, op een enkele locatie. Als de lokale woningmarkt tegenvalt of de woning onverwacht lang leegstaat, heeft dat directe impact op uw rendement.

Risico's die vaak over het hoofd worden gezien

Naast de financiële en fiscale aspecten zijn er risico's waar kopers van een tweede woning niet altijd aan denken:

  • Leegstand. Zeker bij vakantiewoningen kan de woning maandenlang leegstaan. U betaalt in die periode wel de vaste lasten.

  • Regelgeving. De overheid scherpt de regels rond verhuur regelmatig aan. Denk aan het puntenstelsel, de Wet betaalbare huur en gemeentelijke vergunningseisen.

  • Onderhoud en onvoorziene kosten. Een lekkend dak, een kapotte cv-ketel of een noodzakelijke renovatie kan duizenden euro's kosten. Deze kosten drukken direct op uw rendement.

  • Illiquiditeit. Vastgoed is niet snel te verkopen. Bij een financiële tegenvaller kunt u niet morgen uw woning te gelde maken.

  • Renterisico. Als u een verhuurhypotheek heeft en de rente stijgt bij het aflopen van uw rentevaste periode, stijgen uw maandlasten. Dit kan uw rendement fors drukken.

  • Concentratierisico. Uw rendement is afhankelijk van een enkel object. Een gediversifieerde beleggingsportefeuille spreidt dit risico over vele honderden posities.

Past een tweede woning in uw vermogensstrategie?

Of een tweede huis een verstandige keuze is, hangt af van uw totale financiële plaatje. Het gaat niet alleen om de vraag of u het kunt betalen, maar ook of het past bij uw doelen, uw tijdshorizon en uw behoefte aan liquiditeit.

Een tweede woning kan een goede toevoeging zijn als u al over een breed gespreide beleggingsportefeuille beschikt en bewust een deel van uw vermogen in fysiek vastgoed wilt aanhouden. Het is minder verstandig als de woning het overgrote deel van uw vrij belegbaar vermogen opslokt, of als u het geld binnen enkele jaren weer nodig denkt te hebben.

Twijfelt u of een tweede woning bij uw situatie past? Vraag dan een gratis Vermogensplan aan. Onze adviseurs brengen uw totale vermogenspositie in kaart en laten zien hoe vastgoed zich verhoudt tot andere beleggingsmogelijkheden.


Veelgestelde vragen

Hoeveel overdrachtsbelasting betaal ik voor een tweede woning in 2026?

Sinds 1 januari 2026 betaalt u 8% overdrachtsbelasting over de aankoopprijs van een woning die niet uw hoofdverblijf wordt. Dit was in 2025 nog 10,4%.

Is de hypotheekrente van een tweede woning aftrekbaar?

Nee. Hypotheekrenteaftrek geldt alleen voor uw hoofdverblijf (eigen woning in box 1). De rente op een hypotheek voor een tweede woning is niet fiscaal aftrekbaar.

Hoeveel box 3-belasting betaal ik over een tweede huis?

Dat hangt af van uw totale vermogen in box 3. In 2026 is het heffingsvrije vermogen € 59.357 per persoon. Over het meerdere berekent de Belastingdienst een forfaitair rendement van 6% voor overige bezittingen (waar vastgoed onder valt). Over dit rendement betaalt u 36% belasting. Een eventuele hypotheekschuld verlaagt uw grondslag, maar alleen voor het deel boven de schuldendrempel van € 3.800 per persoon.

Wat verandert er in 2028 voor vastgoed in box 3?

De Tweede Kamer heeft ingestemd met een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement. Onder voorbehoud van goedkeuring door de Eerste Kamer en mogelijke aanpassingen via het Belastingplan 2027 worden huurinkomsten dan jaarlijks belast, maar de waardestijging van uw pand pas bij verkoop. Onderhoudskosten en financieringskosten zouden aftrekbaar worden.

Moet ik belasting betalen over huurinkomsten?

Bij vaste verhuur worden de huurinkomsten niet apart belast: de woning valt in box 3, waar de Belastingdienst een forfaitair rendement over het vermogen berekent in plaats van de werkelijke huuropbrengst. Ook bij tijdelijke verhuur van een tweede woning (waaronder via Airbnb) valt de woning doorgaans in box 3. De veelgenoemde 70%-regeling voor tijdelijke verhuur in box 1 geldt voor uw eigen woning, niet voor een tweede woning. Bij verhuur van een vakantiewoning met aanvullende diensten (zoals schoonmaak of ontbijt) kan onder omstandigheden btw van toepassing zijn. Laat u hierover adviseren.

Hoeveel eigen geld heb ik nodig voor een tweede woning?

Bij een verhuurhypotheek financieren geldverstrekkers doorgaans maximaal 70 tot 80% van de marktwaarde in verhuurde staat. Daarnaast betaalt u de kosten koper (circa 10 tot 12% van de aankoopprijs) uit eigen middelen. Reken op een eigen inleg van minimaal 25 tot 35% van de aankoopprijs.

Kan ik de overwaarde van mijn eigen huis gebruiken?

Ja, als uw eigen woning voldoende overwaarde heeft, kunt u uw hypotheek verhogen. De rente op het extra leendeel is niet aftrekbaar, omdat het geld niet wordt besteed aan uw eigen woning. De bank beoordeelt of uw inkomen toereikend is om beide hypotheeklasten te dragen.

Wat kost een verhuurhypotheek?

De rente op een verhuurhypotheek ligt hoger dan bij een gewone hypotheek. In maart 2026 starten de tarieven bij de meeste aanbieders rond de 5%, afhankelijk van de rentevaste periode en de verhouding tussen hypotheek en woningwaarde. Daarnaast betaalt u afsluitkosten, doorgaans 1% van de leensom.

Is het slim om te wachten met kopen tot na 2028?

Dat hangt af van uw situatie. De overdrachtsbelasting is per 2026 al gedaald naar 8%. Het nieuwe box 3-stelsel vanaf 2028 kan voor sommige vastgoedbezitters gunstiger uitpakken (werkelijke kosten aftrekbaar), maar brengt ook onzekerheden mee. De woningmarkt staat niet stil: wachten kan ook betekenen dat de aankoopprijs stijgt. Laat een adviseur een doorrekening maken voor beide scenario's.

Frits van Manen

door Frits van Manen

Frits is partner bij Vermogensbeheer.nl en heeft ervaring als beleggings- en vermogensadviseur bij een grote Nederlandse bank en fondshuis. Frits begeleidt vermogende particulieren, ondernemers, stichtingen en instellingen die op zoek zijn naar een goede en passende vermogensbeheerder.

Gerelateerd:

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.