Direct meer informatie over Selectierapport Vermogensplan

Dividendbelasting in 2026: regels, tarieven en verrekening voor beleggers en DGA's

11 mei 2026 Onderwerp: Belasting | Investeringen

Dividendbelasting is een voorheffing van 15% die de vennootschap inhoudt op een winstuitkering aan aandeelhouders. Voor u als particuliere belegger of directeur-grootaandeelhouder (DGA) gaat het bedrag niet verloren. Het wordt verrekend met uw inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Het werkelijke belastingtarief op uw dividend hangt af van uw positie: als belegger met een klein belang valt het dividend in box 3, als DGA met een aanmerkelijk belang in box 2.

In dit artikel leest u hoe dividendbelasting werkt, welke tarieven in 2025 en 2026 gelden, en hoe u dividend uit binnen- en buitenland verrekent. Voor DGA's gaan we in op de optimale verdeling tussen loon en dividend, de uitkeringstoets, de conditionele bronbelasting sinds 2024 en de Wet excessief lenen. Het artikel sluit af met een volledige doorrekening van BV-winst naar netto privé.

Wat is dividendbelasting en hoe werkt de voorheffing?

Dividendbelasting is een directe belasting die wordt geheven op winstuitkeringen van besloten en naamloze vennootschappen aan hun aandeelhouders. De wettelijke grondslag ligt in de Wet op de dividendbelasting 1965. Het tarief bedraagt in 2026 15%, gelijk aan 2025 en de jaren daarvoor.

De belasting werkt als voorheffing. Dat betekent dat de uitkerende vennootschap het bedrag inhoudt op het bruto dividend en binnen een maand na beschikbaarstelling afdraagt aan de Belastingdienst. De aandeelhouder ontvangt dus netto. Bij een bruto dividend van € 100.000 houdt de vennootschap € 15.000 in en keert € 85.000 uit. De ingehouden dividendbelasting is geen eindheffing. U verrekent het bedrag later met uw aangifte inkomstenbelasting (als particulier) of vennootschapsbelasting (als rechtspersoon).

De achterliggende reden voor dividendbelasting is historisch. Zonder een voorheffing was het voor aandeelhouders relatief eenvoudig om inkomen via dividend te laten lopen en zo inkomstenbelasting te ontwijken. De Wet op de dividendbelasting uit 1965 verving een eerdere regeling uit 1941 en zorgt ervoor dat de fiscus al bij de bron een deel van de belasting binnenhaalt.

Dividendbelasting voor particuliere beleggers

Houdt u minder dan 5% van de aandelen in een vennootschap? Dan bent u geen aanmerkelijkbelanghouder. De ingehouden dividendbelasting verloopt in dat geval via box 3 van de inkomstenbelasting. Dit geldt voor vrijwel alle beleggers met een aandelenportefeuille via een broker of bank.

Verrekening via Box 3

Als inwoner van Nederland kunt u de ingehouden dividendbelasting verrekenen met uw inkomstenbelasting. In uw aangifte geeft u onder 'te verrekenen ingehouden dividendbelasting' aan hoeveel er is ingehouden. Voor particulieren zonder aanmerkelijk belang loopt deze verrekening in de regel via de inkomstenbelasting over uw box 3-vermogen. Het heffingsvrije vermogen bedraagt in 2026 € 59.357 per persoon.

In sommige situaties bestaat daarnaast een recht op teruggaaf van ingehouden dividendbelasting, bijvoorbeeld bij een onjuiste inhouding of op grond van specifieke regelingen. Of u de volledige 15% kunt verrekenen of terugvragen hangt af van uw persoonlijke fiscale positie. Bij een beperkt box 3-vermogen of bijzondere omstandigheden is het raadzaam uw aangifte met een adviseur door te lopen.

Heeft u een fiscale partner? Dan kunt u de aandelen voor de aangifte geheel of gedeeltelijk aan uw partner toerekenen. Dit kan uitkomst bieden wanneer uw eigen positie in box 3 niet toereikend is om de ingehouden dividendbelasting volledig te verrekenen.

Buitenlandse dividendbelasting verrekenen

Ontvangt u dividend uit het buitenland? Dan houdt het bronland vaak een eigen bronheffing in. De hoogte verschilt per land en kan oplopen tot boven de 30%. Voor Nederlandse beleggers loopt de behandeling van deze bronheffing via de regels ter voorkoming van dubbele belasting. Die regels zijn vastgelegd in de belastingverdragen die Nederland met andere landen heeft gesloten, aangevuld met eenzijdige Nederlandse regelingen voor situaties zonder verdrag.

Er zijn globaal twee routes:

  1. Via de regels ter voorkoming van dubbele belasting in uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting. Onder het geldende verdrag kunt u een verrekening claimen voor de in het bronland ingehouden belasting, in veel verdragen tot een maximum van 15%. De precieze uitwerking volgt uit de verdragsbepaling en de aftrekregeling die bij uw aangifte hoort.

  2. Via de buitenlandse belastingdienst. Als er in het bronland meer is ingehouden dan het verdrag toestaat, kunt u het meerdere bij de autoriteiten van dat land terugvragen. U heeft hiervoor doorgaans een woonplaatsverklaring nodig die u aanvraagt bij de Nederlandse Belastingdienst.

Bij landen waarmee Nederland geen verdrag heeft, gelden de Nederlandse eenzijdige regels ter voorkoming van dubbele belasting. Een niet-verrekend deel kan onder voorwaarden worden doorgeschoven naar een volgend jaar. Omdat de precieze uitkomst afhangt van de verdragstekst, uw persoonlijke situatie en de route via uw broker of custodian, is een individuele controle per jaar aan te bevelen.

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.

Dividendbelasting in de VS: het W-8BEN formulier

Voor Amerikaanse aandelen geldt een bijzondere regeling. De Amerikaanse belastingdienst (IRS) houdt standaard 30% bronheffing in op dividenden die worden uitgekeerd aan buitenlandse aandeelhouders. Op basis van het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten heeft u echter recht op verlaging naar 15%.

Om dit verlaagde tarief te krijgen moet u het formulier W-8BEN invullen. Dit formulier verklaart dat u geen Amerikaans belastingplichtige bent. De meeste brokers in Nederland bieden het W-8BEN digitaal aan bij het openen van een effectenrekening. Het formulier is drie kalenderjaren geldig en moet daarna opnieuw worden ingediend.

Zonder een geldig W-8BEN wordt 30% ingehouden in plaats van 15%. U kunt het verschil niet eenvoudig via de Nederlandse aangifte terugkrijgen, omdat het verdragstarief 15% is. Terugvragen bij de IRS is mogelijk, maar bewerkelijk.

Dividendbelasting in andere landen

De bronheffing op dividenden verschilt per land. De onderstaande tabel geeft een globaal overzicht van indicatieve statutaire tarieven en verdragstarieven met Nederland. De feitelijke uitkomst voor uw portefeuille hangt af van de verdragsstatus in het betreffende jaar, de procedure die uw broker of custodian volgt, en de correctheid van de gebruikte formulieren. Controleer actuele tarieven en termijnen altijd bij de betreffende buitenlandse belastingautoriteit of bij uw adviseur voordat u een teruggaafverzoek indient.

Land

Bronheffing

Verdragstarief NL

Terugvraagtermijn

Verenigde Staten

30%

15% (met W-8BEN)

3 jaar

Duitsland

26,375%

15%

4 jaar

Frankrijk

25%

15%

2 jaar

Zwitserland

35%

15%

3 jaar

België

30%

15%

5 jaar

Verenigd Koninkrijk

0% (geen bronheffing)

n.v.t.

n.v.t.

Ierland

25%

15%

4 jaar

Voor elk van deze landen bestaan specifieke formulieren. Voor Duitsland gebruikt u het formulier 'Antrag auf Erstattung der deutschen Abzugsteuer auf Dividenden' dat u indient bij het Bundeszentralamt für Steuern. Voor Frankrijk is het formulier 5003-NL van toepassing, in te dienen bij de Direction des Résidents à l'Étranger et des Services Généraux. Bij elk verzoek voegt u een woonplaatsverklaring toe.

Sommige banken bieden een service aan waarbij zij het terugvorderen voor u verzorgen tegen een vergoeding. Dit kan aantrekkelijk zijn bij grotere dividendstromen of bij landen met een complexe procedure.

Nederlandse dividendaandelen, buitenlandse aandelen en ETF's: waar zit het verschil?

Voor de fiscale behandeling van uw dividend is het beleggingsinstrument bepalend. Er zijn drie categorieën met elk eigen aandachtspunten.

Nederlandse dividendaandelen zijn fiscaal het eenvoudigst. De Nederlandse vennootschap houdt 15% dividendbelasting in, uw broker verwerkt dit automatisch en u verrekent het bedrag in uw aangifte met de box 3-heffing.

Buitenlandse aandelen brengen een extra laag met zich mee. U heeft te maken met een bronheffing in het land van vestiging. Het verdragstarief bepaalt wat maximaal verrekenbaar is in Nederland, het restant moet u in het bronland terugvragen.

ETF's en beleggingsfondsen zijn het meest complex. De fiscale behandeling hangt af van het domicilieland van het fonds en de onderliggende bezittingen. Een Iers gevestigde ETF die in Amerikaanse aandelen belegt, profiteert van het belastingverdrag tussen Ierland en de VS (15% bronheffing in plaats van 30%). Een Amerikaanse ETF die hetzelfde doet, kent geen tussenlaag en houdt bij uitkering 15% Amerikaanse dividendbelasting in (met W-8BEN). Bij accumulerende ETF's worden dividenden herbelegd in het fonds en ontvangt u zelf geen uitkering; de bronbelasting op het niveau van het fonds blijft echter wel bestaan.

Voor de doelgroep met grotere vermogens is de keuze tussen distribuerende en accumulerende ETF's, en tussen Ierse en Amerikaanse domicilie, een structurele fiscale beslissing. Het verschil kan over een langere horizon optellen tot significante bedragen.

Wat is dividendlekkage?

Dividendlekkage is het deel van het bruto dividend dat fiscaal verloren gaat doordat bronbelasting niet (volledig) verrekend of teruggevraagd kan worden. Dit speelt met name bij beleggingsfondsen en ETF's.

Een voorbeeld. Een ETF met een Luxemburgs domicilie belegt in Amerikaanse aandelen. De VS houdt 30% bronheffing in op uitkeringen aan het fonds. Luxemburg heeft met de VS een verdrag waardoor een deel van deze bronheffing kan worden verlaagd of teruggevraagd, maar niet altijd volledig. Het niet-teruggevorderde deel blijft in het fonds hangen en drukt het rendement voor de belegger.

Om dividendlekkage te beperken kiest u bij voorkeur voor fondsen met een efficiënte fiscale structuur. Ierland is voor in Amerikaanse aandelen beleggende ETF's fiscaal gunstig vanwege het verdrag met de VS (15%). Accumulerende ETF's die zelf geen dividend uitkeren maar intern herbeleggen, voorkomen dat u op uw eigen niveau nog eens met dividendbelasting te maken krijgt.

Voor direct aangehouden Amerikaanse aandelen met een geldig W-8BEN is de dividendlekkage beperkt tot de 15% die niet altijd volledig kan worden verrekend als uw box 3-heffing daarvoor te laag is.

Termijnen voor het terugvragen van dividendbelasting

De termijnen verschillen per land. Voor teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting bestaat een specifieke teruggaafprocedure met eigen termijnen. Afhankelijk van de grondslag van het verzoek is deze termijn drie of vijf jaar. Voor buitenlandse bronheffing gelden de termijnen zoals in de tabel hierboven. Het is verstandig om jaarlijks een overzicht bij te houden van uw buitenlandse dividenden en de ingehouden bronheffing, zodat u openstaande teruggaven tijdig kunt indienen via de juiste procedure.

Dividendbelasting voor DGA's met een BV of NV

Bezit u 5% of meer van de aandelen in een vennootschap? Dan kwalificeert u als aanmerkelijkbelanghouder en valt het dividend in box 2 van de inkomstenbelasting. De ingehouden 15% dividendbelasting is ook hier een voorheffing die u verrekent met de uiteindelijk verschuldigde box 2-heffing.

Belasting op dividend in Box 2 (tarieven 2025 en 2026)

Sinds 2024 kent box 2 twee tariefschijven. De grens is in 2026 iets verhoogd ten opzichte van 2025:

Schijf

2025

2026

Eerste schijf (24,5%)

tot € 67.804

tot € 68.843

Tweede schijf (31%)

vanaf € 67.804

vanaf € 68.843

Eerste schijf met fiscaal partner (24,5%)

tot € 135.608

tot € 137.686

Een rekenvoorbeeld. U keert in 2026 € 150.000 bruto dividend uit aan uzelf. De BV houdt 15% dividendbelasting in, oftewel € 22.500, en keert netto € 127.500 uit. In uw aangifte inkomstenbelasting wordt het dividend belast in box 2:

  • Over € 68.843 betaalt u 24,5%, dat is € 16.866.

  • Over € 81.157 betaalt u 31%, dat is € 25.159.

  • De totale box 2-heffing bedraagt € 42.025.

  • De reeds ingehouden € 22.500 wordt verrekend.

  • U betaalt nog € 19.525 bij.

Per saldo heeft u € 42.025 belasting betaald over € 150.000, een effectief tarief van 28%.

Belangrijk is dat sinds 2025 inkomen uit box 2 meetelt voor de afbouw van de algemene heffingskorting. De heffingskorting bedraagt in 2026 maximaal € 3.115 en bouwt vanaf een verzamelinkomen van € 29.736 af met 6,398%. Een dividenduitkering kan dus leiden tot een lagere heffingskorting, waardoor de feitelijke kosten iets hoger uitvallen dan het box 2-tarief alleen suggereert.

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.

Aangifte dividendbelasting: procedure en termijnen

De vennootschap die dividend uitkeert, doet zelf aangifte. Dit gebeurt digitaal via Mijn Belastingdienst Zakelijk met eHerkenning of DigiD. Binnen één maand na de dag waarop het dividend aan de aandeelhouder beschikbaar is gesteld, moet de aangifte zijn ingediend en moet de ingehouden dividendbelasting zijn afgedragen.

Te late aangifte of te late betaling leidt tot een naheffingsaanslag en een verzuimboete. Houdt u er bovendien rekening mee dat het rekeningnummer voor dividendbelasting afwijkt van het gebruikelijke rekeningnummer voor omzet-, inkomsten- of vennootschapsbelasting.

Als aandeelhouder hoeft u in privé geen aparte aangifte voor de 15% ingehouden dividendbelasting te doen. U geeft het bedrag aan in uw aangifte inkomstenbelasting onder box 2, en daar wordt het automatisch verrekend met de verschuldigde heffing.

Soorten dividend: deelnemingsdividend en beleggingsdividend

Voor de fiscale behandeling maakt het uit aan wie de vennootschap uitkeert:

Deelnemingsdividend is dividend dat wordt uitgekeerd aan een rechtspersoon die ten minste 5% van de aandelen houdt. In deze situatie geldt meestal de inhoudingsvrijstelling: de uitkerende vennootschap hoeft geen dividendbelasting in te houden. Bij toepassing van de inhoudingsvrijstelling geldt in beginsel wel een opgaaf- of notificatieplicht binnen één maand na beschikbaarstelling van het dividend. Een volledige vrijstelling van inhouding betekent dus niet dat er geen administratieve verplichting meer bestaat.

Beleggingsdividend is elke andere uitkering, inclusief uitkeringen aan natuurlijke personen en aan rechtspersonen met minder dan 5% belang. Hierop moet de vennootschap 15% dividendbelasting inhouden en afdragen.

Daarnaast bestaan er verschillende verschijningsvormen van dividend:

  • Cashdividend is de klassieke uitkering in geld.

  • Stockdividend wordt uitgekeerd in de vorm van nieuwe aandelen. Omdat de Belastingdienst geen aandelen accepteert als belastingbetaling, moet er alsnog dividendbelasting over worden afgedragen.

  • Keuzedividend laat de aandeelhouder kiezen tussen cash of aandelen. De fiscale gevolgen hangen af van de keuze.

  • Interim-dividend is een tussentijdse uitkering, vooruitlopend op het jaarresultaat.

  • Liquidatie-uitkering vindt plaats bij ontbinding van de BV en is ook belast in box 2.

Optimale verdeling loon en dividend als DGA

Als DGA heeft u de keuze om geld uit uw BV te halen als loon (belast in box 1) of als dividend (belast via Vpb en box 2). Voor een optimale verdeling spelen meerdere tarieven een rol.

Het gebruikelijk loon voor DGA's bedraagt in 2026 minimaal € 58.000, een verhoging van € 2.000 ten opzichte van de € 56.000 in 2025. Het werkelijke gebruikelijk loon moet minimaal gelijk zijn aan het hoogste van drie bedragen: het normbedrag van € 58.000, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of het loon van de meestverdienende werknemer in de BV.

De box 1-tarieven in 2026 zijn:

Schijf

Belastbaar inkomen

Tarief 2026

Schijf 1

tot € 38.883

35,75%

Schijf 2

€ 38.883 tot € 78.426

37,56%

Schijf 3

vanaf € 78.426

49,50%

Voor de dividendroute telt de vennootschapsbelasting mee. In 2026 bedraagt het Vpb-tarief 19% tot € 200.000 winst en 25,8% daarboven. De gecombineerde belastingdruk van Vpb plus box 2 ligt daarmee tussen 38,85% (lage Vpb, lage box 2) en 48,8% (hoge Vpb, hoge box 2).

De vuistregel luidt: zolang uw box 1-inkomen binnen de tweede schijf blijft (tot € 78.426), is loon in veel gevallen niet nadeliger dan dividend. Komt u in box 1 boven dat punt uit, dan is dividend meestal voordeliger, zeker als het binnen de eerste schijf van box 2 blijft. Heeft u een fiscale partner? Dan kan een deel van het dividend worden toegerekend aan de partner, waardoor u samen tot € 137.686 in 2026 tegen 24,5% kunt uitkeren in plaats van een deel tegen 31%.

Onbelaste vergoedingen binnen de werkkostenregeling (WKR) vormen een aanvullend instrument. In 2026 mag u als werkgever onbelast vergoeden tot 2% van de eerste € 400.000 van de loonsom, en 1,18% over het meerdere. Binnen deze ruimte past een gebruikelijke bonus van maximaal € 2.400 per persoon.

Spreiden van dividenduitkeringen over meerdere jaren

Een effectief instrument is het spreiden van grote uitkeringen over meerdere jaren. Stel, u wilt in totaal € 130.000 aan dividend uitkeren en heeft geen fiscale partner. Uitgekeerd in één jaar (2026) valt € 68.843 in de eerste schijf en € 61.157 in de tweede schijf. De box 2-heffing komt uit op:

  • € 68.843 × 24,5% = € 16.866

  • € 61.157 × 31% = € 18.959

  • Totaal: € 35.825

Spreidt u dit over 2026 en 2027, waarbij u in elk jaar € 65.000 uitkeert, dan valt alles binnen de eerste schijf en betaalt u 24,5% over het geheel: € 31.850. Het verschil is bijna € 4.000.

Bij een fiscale partner kunt u in één jaar al tot € 137.686 tegen 24,5% uitkeren, waardoor spreiden bij dit voorbeeld niet nodig is. Wilt u meer dan dit bedrag uitkeren, dan werkt de spreidingsstrategie onverminderd.

Houdt u er rekening mee dat spreiding ook effecten heeft buiten box 2. Het dividend verhoogt uw box 3-vermogen (via de uitkering op uw privérekening) en beïnvloedt de algemene heffingskorting. Bij grotere uitkeringen is een integrale doorrekening met uw adviseur verstandig.

Voorwaarden voor het uitkeren van dividend

Een dividenduitkering is niet alleen een fiscale keuze. Het vennootschapsrecht stelt voorwaarden aan de besluitvorming en de financiële positie van de BV. Worden deze niet gevolgd, dan kunnen bestuurders en aandeelhouders persoonlijk aansprakelijk zijn.

Het AVA-besluit en de jaarrekening

De algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) is het orgaan dat besluit tot een dividenduitkering. Het bestuur moet dit besluit vervolgens goedkeuren. In een eenpersoons-BV waarin de DGA zowel enig aandeelhouder als enig bestuurder is, moeten beide rollen formeel worden vervuld: u neemt als aandeelhouder een besluit en keurt dit vervolgens als bestuurder goed.

Het besluit moet schriftelijk worden vastgelegd in de notulen. Daarin staat het bedrag van de uitkering, de datum van beschikbaarstelling, en de verdeling over reserves en uitkering. Bij een tussentijdse uitkering zijn actuele cijfers en een goed onderbouwde uitkeringstoets vereist.

De uitkering is alleen mogelijk voor zover de winst- en reservepositie van de BV dat toelaat, zoals blijkt uit de vastgestelde jaarrekening of, bij interim-dividend, uit de tussentijdse cijfers.

De balanstest en de uitkeringstoets

Het Nederlandse vennootschapsrecht kent twee tests die verplicht zijn bij elke uitkering.

De balanstest bepaalt hoeveel er maximaal mag worden uitgekeerd: het eigen vermogen minus de wettelijke en statutaire reserves. Komt u boven deze limiet uit, dan is de uitkering nietig.

De uitkeringstoets gaat over de continuïteit. Het bestuur moet voor het goedkeuren van een uitkering beoordelen of de BV na de uitkering haar opeisbare schulden kan blijven betalen. De toetsperiode is in de praktijk ten minste één jaar vooruit. Als blijkt dat de BV na de uitkering in financiële problemen komt en het bestuur wist dit of had dit kunnen weten, zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort. Ook de aandeelhouder die de uitkering ontving moet in dat geval terugbetalen, tot maximaal het ontvangen bedrag.

Documenteer beide tests zorgvuldig. In de praktijk maakt u een korte notitie waarin u liquide middelen, lopende verplichtingen en verwachte cashflow afzet tegen het uit te keren bedrag.

Tegenstrijdig belang bij de enig aandeelhouder/bestuurder

Als u in uw BV zowel enig aandeelhouder als enig bestuurder bent, heeft u bij veel beslissingen een tegenstrijdig belang. U beslist immers over uw eigen beloning. De wet schrijft voor dat u dan bij het aandeelhoudersbesluit vastlegt dat u zich bewust bent van dit tegenstrijdige belang en dat u het besluit desondanks neemt, waarbij u ook de belangen van de vennootschap weegt.

In de praktijk betekent dit een extra paragraaf in de notulen. Bij grotere uitkeringen of uitkeringen die de liquiditeit van de BV substantieel raken, is een afzonderlijk advies van uw accountant of fiscalist aan te bevelen.

Pensioenverplichtingen en dividend

Heeft uw BV een pensioen in eigen beheer opgebouwd (dit kon tot en met 2016) of nog een verplichting uit een stamrecht of oudedagsverplichting? Dan moet u bij elke uitkeringstoets rekening houden met de commerciële waarde van deze verplichting. De fiscale waardering is doorgaans lager dan de commerciële waardering, doordat voor fiscale doeleinden een vaste rekenrente geldt.

Als u dividend uitkeert terwijl de BV na de uitkering niet in staat is om de toekomstige pensioenverplichting (op commerciële basis) na te komen, kan de Belastingdienst dit kwalificeren als een afkoop van pensioen in eigen beheer. De gevolgen zijn fors: progressieve belasting in box 1 over de commerciële waarde van de aanspraak, plus 20% revisierente. Voor veel DGA's is dit een bedrag van meerdere tonnen.

De hogere rentestanden sinds 2022 hebben de commerciële waardering van pensioenverplichtingen gunstiger gemaakt, maar het verschil met de fiscale waardering blijft in veel gevallen relevant. Laat voorafgaand aan een grotere uitkering een actuariële berekening maken van de dekkingsgraad.

vermogensbeheer-vermogensplan-rapport-200x270.png

Heeft u interesse in een Vermogensplan?

Vraag dan vrijblijvend een offerte aan voor een Vermogensplan.

Ons team van financiële planners neemt dan contact met u op om de mogelijkheden en kosten van een Vermogensplan met u te bespreken.

Dividendbelasting bij holdings en vennootschapsstructuren

Veel DGA's houden hun belangen via een holding-BV die de aandelen in een of meerdere werkmaatschappijen beheert. Deze structuur heeft fiscale voordelen, maar brengt ook specifieke regels met zich mee.

Deelnemingsvrijstelling: dividend van werkmaatschappij naar holding

Binnen een holding-werkmaatschappij-structuur geldt doorgaans de deelnemingsvrijstelling. Omdat de holding ten minste 5% van de aandelen in de werkmaatschappij houdt, hoeft de werkmaatschappij geen dividendbelasting in te houden als zij dividend uitkeert aan de holding. Dit heet de inhoudingsvrijstelling.

De achterliggende gedachte is dat winst die binnen een concern tussen vennootschappen beweegt, niet telkens opnieuw belast moet worden. De winst is bij de werkmaatschappij al belast met vennootschapsbelasting. Bij de holding is het ontvangen dividend onbelast door de deelnemingsvrijstelling. Pas wanneer de winst uiteindelijk uit het concern naar privé stroomt, vindt box 2-heffing plaats.

Let op: ook bij toepassing van de inhoudingsvrijstelling geldt in beginsel een opgaaf- of notificatieplicht binnen één maand na beschikbaarstelling. Een volledig vrijgestelde uitkering ontslaat de vennootschap dus niet automatisch van iedere administratieve verplichting richting de Belastingdienst.

Dooruitdeling van holding naar privé

Wilt u als DGA vermogen naar privé halen, dan gaat dit meestal via dooruitdeling: de werkmaatschappij keert dividend uit aan de holding (vrijgesteld), waarna de holding dividend uitkeert aan u als natuurlijke persoon.

De laatste stap, van holding naar privé, is wel belast. De holding houdt 15% dividendbelasting in en draagt deze af. U verrekent vervolgens deze voorheffing met de box 2-heffing in uw aangifte inkomstenbelasting.

Het voordeel van de holdingstructuur zit niet in een lagere belastingdruk op het eindresultaat, maar in de flexibiliteit: u bepaalt zelf wanneer u dividend aan privé uitkeert en hoeveel. Tot die tijd kan de holding het vermogen beleggen, herinvesteren of aanwenden voor andere doelen, zonder dat er box 2-heffing plaatsvindt.

Conditionele bronbelasting op dividenden

Sinds 1 januari 2024 kent Nederland een aanvullende heffing: de conditionele bronbelasting op dividenden, een uitbreiding van de Wet bronbelasting 2021. Deze belasting geldt naast de reguliere dividendbelasting van 15%.

Het tarief van de conditionele bronbelasting is gelijk aan het hoogste Vpb-tarief. In 2024, 2025 en 2026 bedraagt dit 25,8%. De heffing is van toepassing in twee situaties:

  1. Dividenduitkeringen binnen concernverband aan een lichaam in een laagbelastende jurisdictie. Daaronder vallen landen met een statutair winstbelastingtarief lager dan 9%, en landen die op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden staan.

  2. Dividenduitkeringen in misbruiksituaties, waarbij gebruik wordt gemaakt van kunstmatige structuren met als hoofddoel het ontwijken van Nederlandse heffing.

Er geldt een samenloopregeling met de reguliere dividendbelasting: als er al 15% dividendbelasting is ingehouden, wordt dit verrekend met de 25,8% conditionele bronbelasting. Per saldo bedraagt de aanvullende heffing dus maximaal 10,8 procentpunt bovenop de gewone dividendbelasting.

Voor de meeste Nederlandse DGA's met een eenvoudige holdingstructuur heeft deze regeling geen gevolgen. Voor concerns met buitenlandse moedervennootschappen of tussenholdings in laagbelastende jurisdicties is een fiscale heroverweging van de structuur noodzakelijk.

Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

Sinds 2023 geldt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Deze wet beperkt de mogelijkheid om als DGA grote bedragen te lenen van de eigen BV zonder fiscale consequenties.

De kern van de regeling: op 31 december van elk jaar mag de totale schuld van de DGA (en zijn of haar partner) aan de eigen vennootschap maximaal € 500.000 bedragen. Dit bedrag is gelijk gebleven in 2024, 2025 en 2026. Wordt de grens overschreden, dan wordt het meerdere gezien als een fictieve dividenduitkering en belast in box 2 tegen de reguliere tarieven (24,5% tot € 68.843 in 2026, 31% daarboven).

Belangrijke uitzondering: eigenwoningschulden aan de eigen BV vallen buiten de regeling, mits aan de gebruikelijke voorwaarden voor eigenwoningschuld wordt voldaan (onder meer een hypothecaire zekerheid).

Voor DGA's die richting de grens lopen, zijn er globaal drie routes:

  1. Dividend uitkeren en de opbrengst gebruiken om de rekening-courantschuld af te lossen. Er vindt dan wel box 2-heffing plaats, maar de fictieve uitkering wordt voorkomen.

  2. De schuld herfinancieren bij een externe partij (bijvoorbeeld een bank).

  3. Bezittingen uit privé verkopen aan de BV om de schuld af te lossen.

De wet kent geen toegankelijk overgangsrecht; alleen de € 500.000-grens zelf is de buffer. Tijdig handelen vóór de peildatum van 31 december is essentieel om een fictieve dividenduitkering te voorkomen.

Wanneer geldt een vrijstelling of vermindering van dividendbelasting?

In een aantal situaties hoeft er geen of minder dividendbelasting te worden ingehouden, of kan een ingehouden bedrag worden teruggevraagd:

Inhoudingsvrijstelling bij deelnemingsdividend. Als de aandeelhouder een rechtspersoon is met een belang van 5% of meer, geldt in de meeste gevallen een volledige inhoudingsvrijstelling. Dit is de basis voor de holdingstructuur.

Vrijstelling bij buitenlandse aandeelhouder met kwalificatiebeschikking. Een buitenlandse moedervennootschap kan onder het belastingverdrag of de EU Moeder-dochterrichtlijn recht hebben op een vrijstelling. Hiervoor is soms een kwalificatiebeschikking van de Belastingdienst nodig.

Fiscale beleggingsinstelling. Een BV of NV die kwalificeert als fiscale beleggingsinstelling (FBI) kent een bijzonder regime met eigen regels voor dividendbelasting.

Teruggaaf bij te hoge inhouding. Als er meer is ingehouden dan terecht, kunt u een teruggaaf indienen via Mijn Belastingdienst Zakelijk onder 'Teruggaaf dividendbelasting'. Dit speelt bijvoorbeeld bij buitenlandse beleggers met recht op verdragsvermindering.

Sofina-arrest. Uit Europese jurisprudentie volgt dat buitenlandse aandeelhouders onder omstandigheden recht hebben op teruggaaf als zij fiscaal slechter worden behandeld dan een vergelijkbare Nederlandse aandeelhouder. Teruggaafverzoeken op basis van het Sofina-arrestbesluit verlopen via een aparte procedure bij de Belastingdienst in Heerlen.

Berekening dividendbelasting: van BV-winst tot netto privé

Hoeveel houdt u uiteindelijk over van de winst in uw BV als u deze via dividend naar privé haalt? Een doorrekening van een BV-winst van € 300.000 in 2026, waarbij u alleenstaand bent (geen fiscale partner):

Stap

Bedrag

Berekening

Bruto winst BV

€ 300.000

Vennootschapsbelasting (19% tot € 200.000, 25,8% daarboven)

€ 63.800

€ 38.000 + € 25.800

Winst na Vpb

€ 236.200

Bruto dividenduitkering

€ 236.200

Dividendbelasting (15%, voorheffing)

€ 35.430

Ontvangen op privérekening

€ 200.770

Box 2-heffing over € 236.200

Eerste schijf 24,5% over € 68.843

€ 16.866

Tweede schijf 31% over € 167.357

€ 51.881

Totale box 2-heffing

€ 68.747

Verrekening voorheffing

-€ 35.430

Bij te betalen via aangifte

€ 33.317

Totale belastingdruk (Vpb + box 2)

€ 132.547

44,2% van € 300.000

Netto privé

€ 167.453

De effectieve belastingdruk bedraagt in dit voorbeeld 44,2%. Met een fiscale partner zou de druk lager uitkomen, omdat meer van het dividend binnen de eerste schijf van box 2 zou vallen. Gespreid over twee jaar zou een groter deel van de uitkering tegen 24,5% worden belast en zou de effectieve druk eveneens dalen.

Voor een vergelijking met loon: dezelfde € 300.000 volledig als salaris uitkeren zou een gecombineerde heffing in box 1 opleveren die ruim boven de 49,5% top uitkomt voor het deel boven € 78.426, naast werkgeverslasten. In de meeste situaties is dividend voor bedragen boven het gebruikelijk loon fiscaal voordeliger, zeker wanneer u onder de eerste schijfgrens van box 2 blijft.

Wanneer is dividend uitkeren verstandig, en wanneer niet?

Een dividenduitkering is in de volgende situaties overwegenswaardig:

  • Uw BV beschikt over voldoende liquiditeit en de uitkeringstoets levert geen bezwaren op.

  • U heeft in het lopende jaar nog niet de volledige eerste schijf van box 2 benut (tot € 68.843 per persoon in 2026).

  • U bent van plan een grote uitgave in privé te doen (verbouwing, tweede woning, financieel instrument) en wilt hiervoor geld uit de BV halen zonder een lening bij de eigen BV aan te gaan.

  • Uw rekening-courantschuld aan de BV nadert de grens van € 500.000 en u wilt een fictieve dividenduitkering op grond van de Wet excessief lenen voorkomen.

  • U heeft een fiscale partner en wilt gebruikmaken van de twee keer toe te passen eerste schijf (samen € 137.686 in 2026).

Een uitkering is doorgaans niet verstandig in de volgende gevallen:

  • De continuïteit van de BV is niet verzekerd voor de komende twaalf maanden.

  • De pensioenreserve of een andere langlopende verplichting raakt door de uitkering in onderdekking, waardoor afkoopheffing dreigt.

  • Uw box 1-inkomen is al dusdanig hoog dat de algemene heffingskorting volledig is afgebouwd, en de uitkering tegen het hoge box 2-tarief (31%) zou vallen terwijl spreiden over twee jaar binnen de lage schijf mogelijk is.

  • Alternatieve, fiscaal gunstigere routes zijn nog niet benut: de werkkostenregeling, een gebruikelijke bonus van maximaal € 2.400, een zakelijke auto met beperkte bijtelling, of zakelijke kostenvergoedingen.

  • U overweegt op korte termijn een aandelenverkoop of bedrijfsoverdracht, waarbij de timing van dividend de overnamewaarde of de box 2-claim bij verkoop beïnvloedt.

Een grote dividenduitkering is zelden een puur fiscale beslissing. De afweging loopt via liquiditeit, bedrijfsplannen, privébehoeftes en toekomstige heffingen. Laat u in concrete situaties met vermogens vanaf € 100.000 altijd adviseren door een fiscalist of vermogensadviseur met kennis van DGA-structuren.

Conclusie

Dividendbelasting is een voorheffing van 15% op winstuitkeringen uit BV's en NV's. Voor particuliere beleggers loopt de verrekening via box 3 en hangt de effectieve druk af van uw buitenlandse beleggingen en de mate waarin u bronheffing kunt terugvragen. Voor DGA's is dividendbelasting een schakel in de bredere afweging tussen loon en dividend, binnen de grenzen van het gebruikelijk loon, de balanstest en de uitkeringstoets.

De tariefstructuur in box 2 met twee schijven (24,5% tot € 68.843 in 2026, 31% daarboven) maakt spreiding en verdeling met een fiscale partner tot waardevolle instrumenten. Tegelijk bewaken de Wet excessief lenen en de conditionele bronbelasting de grenzen tussen privé, holding en buitenland.

Voor vermogens vanaf € 100.000 en voor DGA's met een holdingstructuur loont een integrale doorrekening. Kleine keuzes in timing, verdeling en structuur kunnen over een langere horizon optellen tot significante verschillen in netto resultaat. Wij adviseren u om uw persoonlijke situatie jaarlijks met uw adviseur te toetsen aan de actuele tarieven en wetgeving.

Veelgestelde vragen

Hoeveel bedraagt de dividendbelasting in Nederland in 2026?

Het tarief van de dividendbelasting is 15% in 2026, gelijk aan voorgaande jaren. Dit is een voorheffing die wordt verrekend met de uiteindelijk verschuldigde inkomstenbelasting (box 2 of box 3) of vennootschapsbelasting.

Kan ik dividendbelasting terugkrijgen?

Ja, ingehouden dividendbelasting wordt verrekend met uw verschuldigde inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Is er te veel ingehouden of heeft u recht op een vrijstelling, dan kunt u teruggaaf aanvragen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Wat is het verschil tussen dividendbelasting en box 2-heffing?

Dividendbelasting (15%) is een voorheffing die de vennootschap inhoudt op het bruto dividend. Box 2-heffing is de uiteindelijk verschuldigde belasting voor aanmerkelijkbelanghouders over hun inkomen uit aanmerkelijk belang. De 15% wordt verrekend met de box 2-heffing.

Wanneer moet mijn BV aangifte dividendbelasting doen?

Binnen één maand na de dag waarop het dividend aan de aandeelhouders beschikbaar is gesteld. Aangifte verloopt digitaal via Mijn Belastingdienst Zakelijk. Te late aangifte leidt tot een naheffingsaanslag en een verzuimboete.

Hoe voorkom ik dividendlekkage bij buitenlandse beleggingen?

Kies voor fondsen met een efficiënte fiscale structuur (bijvoorbeeld Iers gedomicilieerde ETF's voor Amerikaanse aandelen), dien tijdig het formulier W-8BEN in voor Amerikaanse posities, en vraag te veel ingehouden bronheffing terug binnen de termijn die per land geldt.

Wat zijn de gevolgen als ik als DGA te veel leen van mijn BV?

Als uw schuld aan de eigen vennootschap op 31 december meer bedraagt dan € 500.000 (eigenwoningschuld uitgezonderd), wordt het meerdere gezien als een fictieve dividenduitkering en belast in box 2.

Is dividend uitkeren voordeliger dan extra salaris als DGA?

Meestal wel, zeker voor het deel boven de tweede schijf van box 1 (€ 78.426 in 2026). De gecombineerde druk van Vpb plus box 2 ligt tussen 38,85% en 48,8%, tegen maximaal 49,5% in box 1. Het gebruikelijk loon van € 58.000 moet u altijd als minimum aan uzelf uitkeren.

Wat verandert er aan de dividendbelasting in 2026?

Het tarief van 15% blijft gelijk. De grens van de eerste schijf in box 2 verschuift van € 67.804 (2025) naar € 68.843 (2026). Voor fiscale partners samen komt dit neer op € 137.686. Het gebruikelijk loon voor DGA's stijgt naar € 58.000.

Harry van Houdt

door Harry van Houdt

Financiële Planning is mijn passie. Mijn missie is de klant op maat adviseren, binnen zijn eigen kaders én tegelijk met een maximaal palet aan keuzes. Vermogen is iets heel persoonlijks en speelt een belangrijke rol in ieders leven. Door de afstemming van de financiën op levensdoelen, kan ik als adviseur waarde bieden aan mijn klanten. Zo’n advies of vermogensplan biedt veiligheid en innerlijke rust. In wederzijds vertrouwen worden veel langdurige klantrelaties opgebouwd.

Gerelateerd:

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.