Direct meer informatie over Selectierapport Vermogensplan

Beleggingsfondsen: soorten, kosten en rendement voor de vermogende belegger

6 mei 2026 Onderwerp: Investeringen

Beleggen via fondsen is voor veel particulieren een logische manier om vermogen op te bouwen of in stand te houden. Voor wie een substantieel vermogen heeft opgebouwd, ligt de afweging echter complexer. De keuze tussen actief en passief, de werkelijke kostenstructuur, de fiscale behandeling in 2026 en de vraag of beleggingsfondsen wel het juiste vehikel zijn naast of in plaats van vermogensbeheer, vragen om een doordachte aanpak. Dit artikel zet de overwegingen op een rij die relevant zijn voor de vermogende belegger.

Wat is een beleggingsfonds en hoe werkt het?

Een beleggingsfonds is een collectief beleggingsvehikel waarin het kapitaal van een groot aantal beleggers wordt samengevoegd en door een professionele fondsbeheerder wordt belegd. Als belegger koopt u participaties in het fonds en deelt u naar rato in de waardeontwikkeling van de onderliggende portefeuille. Die portefeuille kan bestaan uit aandelen, obligaties, vastgoed, grondstoffen of een combinatie daarvan.

De fondsbeheerder, doorgaans een fondshuis, bank of vermogensbeheerder, voert de beleggingsbeslissingen uit binnen een vooraf vastgesteld mandaat. Dat mandaat is vastgelegd in het fondsprospectus en wordt samengevat in het verplichte Essentiële-informatiedocument (EID, ook bekend als KID). Dit document beschrijft de beleggingsstrategie, de risicocategorie, de kostenstructuur en eventuele beperkingen.

Beheerders van beleggingsfondsen die aan Nederlandse beleggers worden aangeboden, staan onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Afhankelijk van de fondsstructuur, de omvang en het beleggerspubliek geldt een vergunningplicht of een lichter registratieregime. Bij fondsen die aan consumenten worden aangeboden, is vrijwel altijd een volledige AFM-vergunning vereist.

Beleggingsfondsen kunnen op verschillende manieren worden aangekocht: zelfstandig via een broker op basis van execution only, op basis van advies via een beleggingsadviseur, of in het kader van een vermogensbeheerrelatie. Bij execution only-aankopen van complexe producten moet uw broker uw kennis en ervaring met beleggen toetsen voordat de transactie kan plaatsvinden.

Soorten beleggingsfondsen

Het universum aan beleggingsfondsen is omvangrijk. De eerste keuze die u maakt, is welk type beleggingen het fonds aanhoudt en welke strategie het volgt.

Aandelenfondsen, obligatiefondsen en mixfondsen

Aandelenfondsen beleggen in beursgenoteerde ondernemingen. Binnen deze categorie kunt u kiezen voor wereldwijde spreiding, een specifieke regio (bijvoorbeeld Europa, Noord-Amerika, opkomende markten), een sector (technologie, gezondheidszorg, financials) of een beleggingsstijl (waarde, groei, kwaliteit, dividend). Aandelenfondsen kennen historisch het hoogste verwachte rendement, maar ook de hoogste volatiliteit.

Obligatiefondsen beleggen in vastrentende waarden, uitgegeven door overheden of bedrijven. De risico-rendementsverhouding wordt bepaald door de looptijd, de kredietwaardigheid van de uitgevende partij en de valuta. Staatsobligaties van kernlanden in de eurozone gelden als defensief; high-yield bedrijfsobligaties en obligaties uit opkomende markten als offensief.

Mixfondsen combineren aandelen en obligaties in één fonds, vaak aangevuld met vastgoed of liquiditeiten. Ze worden aangeboden in verschillende risicoprofielen (defensief, neutraal, offensief), waarbij de verhouding tussen zakelijke en vastrentende waarden de risicograad bepaalt. Voor beleggers die in één enkel product een complete portefeuille willen, zijn mixfondsen een toegankelijke optie.

Duurzame beleggingsfondsen

Duurzame fondsen, ook wel ESG-fondsen genoemd, integreren milieu-, sociale en governancecriteria in hun beleggingsbeslissingen. Sinds de invoering van de Europese Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) worden fondsen ingedeeld in artikel 6, 8 of 9. Artikel 9-fondsen hebben duurzaamheid als expliciet beleggingsdoel, artikel 8-fondsen promoten ecologische of sociale kenmerken zonder dat dit het hoofddoel is, en artikel 6-fondsen integreren ESG niet of beperkt.

Voor de vermogende belegger is het belangrijk om door de marketinglabels heen te kijken naar de daadwerkelijke portefeuille en de exclusiecriteria. De diepgang van duurzaamheidsintegratie verschilt sterk tussen aanbieders.

Indexfondsen

Indexfondsen zijn een vorm van passieve beleggingsfondsen die de samenstelling van een vooraf gekozen index zo nauwkeurig mogelijk repliceren. Bekende voorbeelden volgen indices als de MSCI World, de S&P 500 of de AEX. Omdat er geen actieve selectie plaatsvindt, zijn de beheerkosten van indexfondsen aanzienlijk lager dan die van actief beheerde fondsen.

Beleggingsfonds of ETF: wat is het verschil?

Een Exchange Traded Fund (ETF) is in feite een beleggingsfonds dat continu verhandelbaar is op de beurs, vergelijkbaar met een aandeel. Het verschil met een traditioneel beleggingsfonds zit niet zozeer in wat het fonds belegt, maar in hoe u erin in- en uitstapt en hoe het wordt verhandeld.

Kenmerk

Traditioneel beleggingsfonds

ETF

Verhandelbaarheid

Eénmaal per dag tegen NAV

Continu tijdens beursuren

Prijsvorming

Intrinsieke waarde aan einde handelsdag

Beurskoers, kan licht afwijken van NAV

Beheerstijl

Vaak actief, soms passief

Overwegend passief, groeiend aanbod actief

Lopende kosten (TER)

Indicatief 0,5% tot 2,0% per jaar

Indicatief 0,05% tot 0,75% per jaar

Transactiekosten broker

Vaak fondsspecifieke distributie

Reguliere effectentransactie

Replicatie

Fysiek

Fysiek of synthetisch (via swaps)

Voor de vermogende belegger is het onderscheid relevant op drie punten. Ten eerste de kostenstructuur: ETF's zijn doorgaans goedkoper, maar er kunnen brokerkosten en bid-ask spreads bijkomen die bij grote bedragen in absolute zin oplopen. Ten tweede de verhandelbaarheid: continu in en uit kunnen stappen klinkt aantrekkelijk, maar leidt in de praktijk vaker tot suboptimaal gedrag. Ten derde de replicatiemethode: fysieke replicatie houdt de daadwerkelijke onderliggende waarden aan, synthetische replicatie gebruikt derivatencontracten met een tegenpartij. Bij grote posities verdient fysieke replicatie de voorkeur vanwege het lagere tegenpartijrisico.

Koersen beleggingsfondsen

Actief of passief beleggen: wat laten de cijfers zien?

De discussie tussen actief en passief beleggen wordt al decennia gevoerd. De empirische evidentie is sterk in het voordeel van passief, vooral bij brede aandelenmarkten. De jaarlijkse SPIVA-rapporten van S&P Dow Jones Indices laten zien dat over langere perioden de meerderheid van de actief beheerde aandelenfondsen er niet in slaagt om, na aftrek van kosten, de benchmark te verslaan. Per categorie verschilt het beeld: bij bepaalde obligatiesegmenten en nichemarkten zijn de uitkomsten minder eenduidig.

De structurele oorzaken zijn bekend. Actieve beheerders maken hogere kosten voor analyse, transacties en personeel. Bovendien is de markt zelf grotendeels samengesteld uit professionele beleggers, waardoor het lastiger is om systematisch een informatievoorsprong te behalen. Wat resteert, na aftrek van kosten, is voor de gemiddelde actieve belegger negatief ten opzichte van de index.

Dat betekent niet dat actief beheer per definitie zinloos is. In bepaalde marktsegmenten, zoals smallcaps, opkomende markten of high-yield obligaties, is de informatie minder transparant en kan vakkundig actief beheer waarde toevoegen. Ook voor specifieke doelstellingen, zoals het inbouwen van bepaalde ESG-criteria of het beperken van risico in dalende markten, kan actief beheer functioneel zijn. De kern van de afweging is of de extra kosten van actief beheer in uw situatie worden gerechtvaardigd door verwachte meerwaarde.

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.

Wat kost beleggen in een fonds werkelijk?

De kosten van een beleggingsfonds zijn een van de belangrijkste, en best te beïnvloeden, factoren die uw eindrendement bepalen. Veel beleggers kijken alleen naar de Total Expense Ratio (TER), maar de werkelijke kosten liggen vrijwel altijd hoger.

TER, transactiekosten en tracking difference

De TER, ook wel lopende kosten genoemd, omvat de beheerkosten, administratiekosten en overige doorlopende uitgaven van het fonds. Bij actief beheerde aandelenfondsen liggen deze kosten doorgaans tussen de 1,0% en 2,0% per jaar. Bij brede passieve aandelen-ETF's bedraagt de TER vaak slechts 0,1% tot 0,3% per jaar.

Wat niet in de TER zit, zijn de transactiekosten die het fonds maakt bij het kopen en verkopen van onderliggende waarden. Deze kosten worden direct in mindering gebracht op het fondsvermogen en kunnen bij actieve fondsen met een hoge omloopsnelheid significant oplopen.

Daarnaast bestaat het concept van tracking difference: het werkelijke verschil tussen het rendement van het fonds en dat van de gevolgde index. Voor een passief fonds zou dit verschil idealiter gelijk zijn aan de TER, maar in de praktijk speelt ook fiscaliteit op dividenden, securities lending en de exacte replicatiemethode een rol. Sommige indexfondsen presteren door slim securities lending zelfs licht beter dan hun TER zou doen vermoeden.

Tot slot zijn er de externe kosten: brokerkosten voor aan- en verkoop, eventueel servicekosten van de bewaarinstelling, bid-ask spreads bij ETF's en, bij sommige fondsen, in- en uitstapprovisies of performance fees.

De impact van kosten op lange termijn

Het effect van kosten op het eindvermogen wordt vaak onderschat. Over een lange beleggingshorizon werken kosten door als negatieve samengestelde rente. Onderstaande tabel toont, ter illustratie, de eindwaarde van een eenmalige inleg van € 250.000 bij een bruto rendement van 6% per jaar over 30 jaar, bij verschillende kostenniveaus.

Totale jaarlijkse kosten

Eindwaarde na 30 jaar

Verschil met 0% kosten

0,00% (referentie)

€ 1.435.873

-

0,25%

€ 1.337.677

€ 98.196

0,75%

€ 1.160.388

€ 275.485

1,50%

€ 936.330

€ 499.543

2,25%

€ 754.368

€ 681.505


Berekeningen op basis van een vast bruto rendement van 6% per jaar en samengestelde rente, exclusief belastingen en inflatie.

Het verschil tussen 0,25% en 1,50% aan jaarlijkse kosten bedraagt over deze periode ruim vier ton op een initiële inleg van een kwart miljoen euro. Voor de vermogende belegger is kostenbewustzijn daarmee geen detail, maar een van de belangrijkste hefbomen voor het eindresultaat.

Wat mag u van het rendement van beleggingsfondsen verwachten?

Realistische rendementsverwachtingen vormen het fundament van een houdbare beleggingsstrategie. Historische rendementen geven richting, maar bieden geen garantie. Een wereldwijd gespreide aandelenportefeuille heeft over een periode van vele decennia een gemiddeld nominaal rendement van circa 7% tot 9% per jaar laten zien, voor inflatiecorrectie. Voor obligaties uit ontwikkelde markten ligt dat historisch lager, in de orde van 2% tot 5%.

Deze gemiddelden maskeren echter aanzienlijke fluctuaties. In afzonderlijke jaren kunnen aandelenmarkten verliezen van 30% of meer laten zien, en herstelperioden kunnen jaren duren. Het sequence-of-returns-risico, het risico dat slechte rendementen vroeg in uw beleggingshorizon optreden, is voor wie binnen afzienbare tijd op zijn vermogen wil teren een belangrijke factor.

Voor de vermogende belegger geldt bovendien dat het werkelijke rendement na kosten en belasting telt. Een bruto rendement van 7% kan netto, na lopende fondskosten, transactiekosten en box 3-belasting, eenvoudig terugvallen tot 4% of minder. Dat onderstreept het belang van zowel kostenbeheersing als fiscaal-bewuste structurering.

Waar let u op bij het kiezen van een beleggingsfonds?

Bij de selectie van een beleggingsfonds zijn de volgende elementen leidend.

Het beleggingsmandaat moet helder zijn en aansluiten bij uw doelstelling. Wat belegt het fonds, in welke regio's, met welke spreiding en binnen welke risicogrenzen? Lees het Essentiële-informatiedocument en het prospectus, niet alleen de marketingfolder.

De kostenstructuur moet transparant en marktconform zijn. Vergelijk niet alleen de TER, maar ook eventuele performance fees, in- en uitstapkosten en transactiekosten. Een fonds met 0,3% TER maar 5% instapkosten kan over een korte horizon duurder uitpakken dan een fonds met 0,7% TER zonder instapkosten.

De fondsomvang moet voldoende zijn om continuïteit te waarborgen. Zeer kleine fondsen lopen het risico te worden opgeheven of samengevoegd, met mogelijke fiscale gevolgen voor u als belegger.

Het trackrecord biedt context, maar moet kritisch worden geïnterpreteerd. Survivorship bias zorgt ervoor dat in overzichten alleen fondsen verschijnen die hebben overleefd. Bovendien zegt past performance weinig over toekomstige resultaten, zoals AFM en wettelijke disclaimers terecht benadrukken.

De juridische structuur en het toezicht zijn relevant. Beleggingsfondsen die in Nederland aan particulieren worden aangeboden, moeten geregistreerd zijn bij de AFM. Voor fondsen met fiscaal aantrekkelijke structuren (zoals een fbi) gelden specifieke voorwaarden die uw fiscale positie kunnen beïnvloeden.

Tot slot de replicatiemethode (bij indexfondsen) en de mate van fysieke versus synthetische blootstelling. Bij grotere posities verdient fysieke replicatie de voorkeur.

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.

Wanneer zijn beleggingsfondsen logisch in een portefeuille?

Beleggingsfondsen zijn een rationeel instrument wanneer u brede spreiding wenst tegen lage drempelkosten, wanneer u toegang wilt tot markten of segmenten die individueel niet efficiënt te bereiken zijn (bijvoorbeeld opkomende markten, smallcaps of specifieke obligatiesegmenten), of wanneer u geen behoefte hebt aan maatwerk en zelf de regie wilt voeren.

Voor vermogens tot pakweg € 100.000 zijn beleggingsfondsen, en met name brede indexfondsen of ETF's, vaak de meest kosten-efficiënte oplossing. U behaalt diversificatie die met losse aandelen in deze omvang niet realistisch is.

Bij vermogens daarboven verandert de afweging. U kunt nog steeds prima met fondsen werken, maar er ontstaan ook andere mogelijkheden: directe aandelen- en obligatieportefeuilles, gestructureerde producten, alternatieve beleggingen en, niet in de laatste plaats, vermogensbeheer waarbij de portefeuille wordt afgestemd op uw persoonlijke situatie.

Beleggingsfondsen en belasting in 2026

De fiscale behandeling van beleggingsfondsen is voor de vermogende belegger een doorslaggevende factor. De situatie verschilt fundamenteel naargelang u privé belegt of via een vennootschap.

Box 3: heffingsvrij vermogen en werkelijk rendement

Wie privé in beleggingsfondsen belegt, valt in box 3. In 2026 geldt het volgende kader.

Onderdeel box 3 in 2026

Bedrag of percentage

Heffingsvrij vermogen (alleenstaand)

€ 59.357

Heffingsvrij vermogen (fiscale partners samen)

€ 118.714

Forfaitair rendement beleggingen en overige bezittingen

6,00%

Forfaitair rendement spaargeld (voorlopig)

1,28%

Tarief box 3

36%


Het oorspronkelijke voorstel om het forfaitair rendement op beleggingen te verhogen naar 7,78% is na een stemming in de Tweede Kamer eind november 2025 niet doorgegaan. In plaats daarvan is voor 2026 een forfait van 6,00% vastgesteld.

Sinds de uitspraken van de Hoge Raad geldt de tegenbewijsregeling: u kunt aantonen dat uw werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement en in dat geval over het werkelijke rendement worden belast. Hierbij gelden belangrijke voorwaarden. Ook ongerealiseerde waardestijgingen tellen mee in de berekening van het werkelijke rendement, en bij toepassing van de tegenbewijsregeling wordt het heffingsvrij vermogen niet meer in mindering gebracht. Voor beleggers met grote portefeuilles en wisselende jaarrendementen kan de regeling alsnog gunstiger uitpakken, maar een individuele doorrekening is noodzakelijk.

Het kabinet streeft naar invoering van een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement per 2028. Tot die tijd geldt de overbruggingswetgeving in combinatie met de tegenbewijsregeling.

Beleggen in fondsen via een BV of holding

Voor ondernemers met een holdingstructuur of een aparte beleggings-BV verandert de fiscale logica wezenlijk. Beleggingen in de BV vallen niet in box 3, maar in de vennootschapsbelasting (VPB). De winst uit beleggingen, inclusief gerealiseerde koerswinsten en dividenden, wordt belast in de BV. Bij uitkering naar privé komt daar box 2 bij.

Belasting in de BV-structuur in 2026

Tarief

VPB tot € 200.000 winst

19%

VPB boven € 200.000 winst

25,8%

Box 2 tot € 68.843 (alleenstaand) of € 137.686 (partners)

24,5%

Box 2 boven die grens

31%


De gecombineerde belastingdruk (VPB plus box 2) komt bij het lage tarief uit op ongeveer 38,8%, en bij het hoge tarief op circa 48,8%. Of beleggen via de BV fiscaal voordeliger is dan privé in box 3, hangt af van uw werkelijke rendement, het ingehouden bedrag in de BV, en uw plannen rond dividenduitkering. Bij hoge werkelijke rendementen en uitstel van uitkering kan de BV-route aantrekkelijk zijn; bij lage rendementen en directe consumptiebehoefte is privé met toepassing van de tegenbewijsregeling vaak gunstiger.

De Vrijgestelde Beleggingsinstelling (VBI), die in het verleden voor DGA's een aantrekkelijke structuur was om privévermogen fiscaal gunstig te beleggen, is sinds 1 januari 2025 hiervoor niet meer toegankelijk. De VBI-status is beperkt tot beleggingsinstellingen die rechten van deelneming aanbieden aan een breed publiek of aan institutionele beleggers. Voor de doorsnee beleggings-BV of holding is dit dus geen reële route meer.

Beleggingsfondsen versus vermogensbeheer: wanneer is de overstap logisch?

Beleggen in fondsen op eigen initiatief is en blijft een legitieme keuze, ook bij grotere vermogens. Toch zijn er momenten waarop vermogensbeheer een aantoonbare meerwaarde levert.

Het meest tastbare verschil zit in maatwerk. Bij vermogensbeheer wordt een portefeuille samengesteld die past bij uw persoonlijke situatie: uw beleggingshorizon, uw inkomensbehoefte, uw fiscale positie, uw eventuele ondernemerschap of pensioenopbouw, en uw individuele risicotolerantie. Een mixfonds met een neutraal profiel is een gemiddelde voor een gemiddelde belegger; uw situatie is dat zelden.

Een tweede verschil zit in fiscale integratie. Een goede vermogensbeheerder houdt rekening met box 3 versus BV-route, met de tegenbewijsregeling, met realisatiemomenten van koerswinsten en met de samenhang met uw overige vermogen (eigen woning, ondernemingsvermogen, pensioen, verzekeringen). Dat is een dimensie die in een doe-het-zelf-fondsenportefeuille moeilijk te organiseren is.

Een derde verschil zit in begeleiding. Marktcorrecties testen de discipline van iedere belegger. Een ervaren vermogensbeheerder is in die periodes het verschil tussen vasthouden aan plan en paniekverkopen op het verkeerde moment.

In de praktijk geldt als indicatie dat zelfstandige vermogensbeheerders in beeld komen vanaf een belegbaar vermogen van ongeveer € 100.000, en dat vanaf € 250.000 tot € 500.000 het aanbod van Nederlandse vermogensbeheerders en private banks ruim openstaat. Deze drempels verschillen per partij en worden regelmatig aangepast. De kostenstructuur (doorgaans tussen 0,5% en 1,2% all-in) moet uiteraard in verhouding staan tot de toegevoegde waarde, zowel financieel als in tijd, gemoedsrust en fiscale optimalisatie.

Wilt u inzicht in welke vermogensbeheerders het beste passen bij uw persoonlijke situatie en doelstellingen? Vraag dan vrijblijvend een SelectieRapport aan. U ontvangt per e-mail een onderbouwde selectie van vermogensbeheerders die aansluiten bij uw situatie.

Veelgestelde vragen

Wat is het minimale bedrag om in een beleggingsfonds te beleggen?

Bij de meeste beleggingsfondsen en ETF's geldt geen of een zeer beperkte minimuminleg. U kunt vaak al met enkele honderden euro's instappen. Bij specifieke institutionele fondsklassen kunnen de drempels veel hoger liggen, soms vanaf € 100.000 of meer.

Wat is het verschil tussen lopende kosten (TER) en totale kosten?

De TER omvat de beheerkosten, administratiekosten en overige vaste lasten van het fonds. Daarbovenop komen transactiekosten binnen het fonds (niet in de TER), eventuele performance fees, in- en uitstapkosten, en uw eigen brokerkosten en bewaarloon. De totale kosten liggen daarmee structureel hoger dan de gepubliceerde TER.

Hoe wordt mijn beleggingsfonds belast in box 3 in 2026?

Beleggingsfondsen vallen onder de categorie "beleggingen en overige bezittingen" met een forfaitair rendement van 6,00% in 2026. Over dit forfaitaire rendement betaalt u 36% belasting, na aftrek van het heffingsvrij vermogen van € 59.357 (alleenstaand) of € 118.714 (fiscale partners). Via de tegenbewijsregeling kunt u laten rekenen met uw werkelijke rendement als dat lager uitviel. Bij toepassing van die regeling wordt het heffingsvrij vermogen echter niet langer in mindering gebracht, en tellen ook ongerealiseerde waardestijgingen mee. Een individuele doorrekening is noodzakelijk om te bepalen welke route fiscaal het gunstigst uitpakt.

Wat gebeurt er met box 3 in de komende jaren?

Het kabinet streeft naar invoering van een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement per 2028. Tot die tijd blijft de overbruggingswetgeving van kracht, in combinatie met de tegenbewijsregeling op basis van uitspraken van de Hoge Raad.

Is een ETF altijd goedkoper dan een actief beleggingsfonds?

In termen van TER vrijwel altijd, ja. Maar de totale beleggingskosten worden ook bepaald door brokerkosten, bid-ask spreads en uw transactiegedrag. Bij beleggers die vaak handelen, kunnen ETF's per saldo niet goedkoper uitvallen. Bij buy-and-hold-beleggers met een lange horizon zijn brede passieve fondsen kostentechnisch vrijwel altijd in het voordeel.

Wanneer is beleggen via een BV interessanter dan privé in box 3?

Dat hangt af van uw rendement, uw uitkeringsbehoefte en uw bredere fiscale situatie. Bij hoge werkelijke rendementen en uitstel van dividenduitkering kan de BV-route aantrekkelijk zijn vanwege belastinguitstel binnen de vennootschap. Bij lagere rendementen of directe consumptiebehoefte is privé met toepassing van de tegenbewijsregeling vaak gunstiger. Een fiscalist kan voor uw situatie de werkelijke kruispunten doorrekenen.

Wat is het verschil tussen een beleggingsfonds en vermogensbeheer?

Bij een beleggingsfonds belegt u in een collectief product met een vaststaande strategie, zonder afstemming op uw persoonlijke situatie. Bij vermogensbeheer wordt een portefeuille op maat opgebouwd, afgestemd op uw doelstellingen, fiscale positie en risicoprofiel, en wordt deze door een professionele beheerder doorlopend bijgestuurd. Vermogensbeheer kent in de praktijk doorgaans een minimum belegbaar vermogen vanaf ongeveer € 100.000.

Frits van Manen

door Frits van Manen

Frits is partner bij Vermogensbeheer.nl en heeft ervaring als beleggings- en vermogensadviseur bij een grote Nederlandse bank en fondshuis. Frits begeleidt vermogende particulieren, ondernemers, stichtingen en instellingen die op zoek zijn naar een goede en passende vermogensbeheerder.

Gerelateerd:

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.