€100.000+ beleggen? Ontvang uw selectierapport. Gratis aanvragen

Vennootschapsbelasting: een overzicht met tarieven en aftrekposten

12 augustus 2026 Onderwerp: Belasting

Een BV of NV betaalt vennootschapsbelasting over de belastbare winst: in 2026 geldt 19% tot en met € 200.000 en 25,8% over het meerdere. Voor u als directeur-grootaandeelhouder is dat maar het halve verhaal. De winst die u vervolgens naar privé haalt, wordt in box 2 nog een keer belast, en juist in een holdingstructuur bepalen de deelnemingsvrijstelling, de verliesverrekening en de investeringsregelingen hoeveel er onder de streep overblijft. Deze pagina zet de vennootschapsbelasting voor de DGA en de holding op een rij, met de tarieven van 2026 en de regelingen die uw effectieve druk bepalen.


Wat is vennootschapsbelasting?

Vennootschapsbelasting (vpb) is de directe belasting die rechtspersonen betalen over hun belastbare winst. De grondslag is niet de commerciële winst uit uw jaarrekening, maar de fiscale winst: de commerciële winst gecorrigeerd volgens goed koopmansgebruik, verminderd met aftrekbare kosten, verrekenbare verliezen en toepasselijke fiscale regelingen.

De vpb staat aan het begin van een tweetrapssysteem. Eerst betaalt de vennootschap belasting over de winst. Keert de vennootschap die winst daarna uit aan u als aandeelhouder, dan volgt heffing in box 2 van de inkomstenbelasting. Dit klassieke stelsel verklaart waarom u de vpb nooit los kunt beoordelen van de box 2-heffing die erop volgt.

Wie een onderneming drijft via een eenmanszaak, vof of maatschap betaalt geen vpb, maar inkomstenbelasting over de winst. Het toptarief in de inkomstenbelasting loopt in 2026 op tot 49,50%, terwijl het vpb-tarief maximaal 25,8% bedraagt. Dat verschil is een reden dat de BV bij hogere winsten in beeld kan komen. De vergelijking hangt echter niet alleen af van het tarief, maar ook van ondernemersaftrek, mkb-winstvrijstelling, gebruikelijk loon, box 2-heffing, dividendplanning en de mogelijkheid om winst in de BV uit te stellen.

Voor wie geldt de vennootschapsbelasting?

Vpb-plichtig zijn onder meer de besloten vennootschap (BV), de naamloze vennootschap (NV), de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij. Stichtingen en verenigingen zijn belastingplichtig voor zover zij een onderneming drijven. Ook buitenlandse lichamen met inkomen uit Nederland kunnen in de vpb worden betrokken. Een holding is doorgaans zelf een BV en valt dus onder dezelfde regels.

Voor u als DGA is één punt van belang bij de winstbepaling: u bent werknemer van uw eigen BV en moet uzelf een gebruikelijk loon toekennen. In 2026 bedraagt het normbedrag voor het gebruikelijk loon minimaal € 58.000. Het gebruikelijk loon moet ten minste gelijk zijn aan het hoogste van: het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer binnen de vennootschap of verbonden vennootschappen, of € 58.000. Dat loon is een aftrekbare kostenpost voor de BV en verlaagt daarmee de belastbare winst waarover vpb wordt geheven.

Tarieven vennootschapsbelasting 2026

In 2026 kent de vpb twee schijven: 19% over de belastbare winst tot en met € 200.000 en 25,8% over het deel daarboven. De schijfgrens geldt per belastingplichtige. De tarieven zijn sinds 2023 ongewijzigd.

Belastbaar bedrag

Tarief 2024

Tarief 2025

Tarief 2026

tot en met € 200.000

19%

19%

19%

boven € 200.000

25,8%

25,8%

25,8%

Omdat alleen het deel boven € 200.000 tegen het hoge tarief wordt belast, ligt het effectieve tarief altijd tussen 19% en 25,8%. Bij een belastbare winst van € 500.000 betaalt u 19% over de eerste € 200.000 (€ 38.000) en 25,8% over de resterende € 300.000 (€ 77.400), samen € 115.400. De effectieve druk komt daarmee op ruim 23%. Hoe hoger de winst boven de schijfgrens, hoe dichter het effectieve tarief bij 25,8% komt.

Naast deze twee reguliere tarieven bestaan er bijzondere regimes, zoals het effectieve tarief van 9% voor innovatiewinst via de innovatiebox. Die regelingen komen hieronder aan bod.

Hoe wordt het belastbare bedrag bepaald?

De belastbare winst begint bij de commerciële winst, waarna u fiscale correcties toepast. U trekt de aftrekbare bedrijfskosten af, waaronder personeelskosten en het gebruikelijk loon van de DGA, afschrijvingen en financieringslasten. Vervolgens verrekent u eventuele verliezen uit andere jaren en past u de fiscale regelingen toe die op uw situatie van toepassing zijn. Wat resteert, is het belastbare bedrag waarover u vpb betaalt.

Elke BV en NV doet jaarlijks aangifte vennootschapsbelasting, digitaal via Mijn Belastingdienst Zakelijk met eHerkenning of via erkende aangiftesoftware. De aangifte moet binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar zijn ingediend. Loopt uw boekjaar gelijk met het kalenderjaar, dan is de deadline 1 juni van het volgende jaar. Uitstel is mogelijk. Het normale uitstel bedraagt 5 maanden. Bij een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar loopt de termijn dan meestal tot 1 november. Voor langer uitstel is een afzonderlijk gemotiveerd verzoek nodig. Stem daarnaast uw voorlopige aanslag af op de verwachte winst, zodat u een naheffing en belastingrente voorkomt.

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.

Aftrekposten en fiscale regelingen in de vennootschapsbelasting

De vpb kent een reeks regelingen die de belastbare winst verlagen of tegen een lager tarief belasten. Voor de DGA met een holding of beleggende BV zijn vooral de verliesverrekening, de innovatiebox en de renteaftrekbeperking relevant; de investeringsaftrekken spelen sterker bij een werkmaatschappij die in bedrijfsmiddelen investeert.

Investeringsaftrek: KIA, EIA, MIA en Vamil

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) geldt ook voor de BV in de vennootschapsbelasting. De KIA bedraagt in de eerste staffel 28% van het investeringsbedrag en loopt bij hogere investeringsbedragen via een vast bedrag geleidelijk af. De teller begint bij een totale jaarinvestering van € 2.901, met een minimum van € 450 per bedrijfsmiddel. Voor een zuivere beleggings- of holding-BV is de KIA meestal niet aan de orde, omdat er geen sprake is van kwalificerende bedrijfsmiddelen.

De energie-investeringsaftrek (EIA) geeft in 2026 een extra aftrek van 40% op energiezuinige bedrijfsmiddelen van minimaal € 2.500, mits u de investering binnen drie maanden meldt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De milieu-investeringsaftrek (MIA) bedraagt 27, 36 of 45% naargelang de categorie op de Milieulijst, met dezelfde drempel van € 2.500. De Vamil laat u 75% van een milieu-investering willekeurig afschrijven, wat een liquiditeitsvoordeel oplevert. EIA en MIA kunt u niet tegelijk op hetzelfde bedrijfsmiddel toepassen; een combinatie met de KIA is wel mogelijk.

Innovatiebox

Winst die u behaalt met zelf voortgebrachte innovatieve activa kan onder de innovatiebox vallen. Voor kleinere belastingplichtigen is een S&O-verklaring vaak het centrale toegangsticket. Voor grotere belastingplichtigen gelden zwaardere toegangseisen en zijn aanvullende juridische toegangsbewijzen, zoals een octrooi of vergelijkbaar recht, relevant. Deze winst wordt effectief tegen 9% belast in plaats van tegen 19% of 25,8%. De regeling is bedoeld om investeringen in innovatie te stimuleren.

WBSO

De WBSO wordt vaak onder de vpb-aftrekposten geschaard, maar dat is niet juist. Het is geen aftrek op de belastbare winst, maar een afdrachtvermindering op de loonheffing voor speur- en ontwikkelingswerk. De WBSO verlaagt dus uw loonkosten, niet rechtstreeks uw vpb-grondslag. In 2026 bedraagt de afdrachtvermindering 36% over de eerste schijf van de S&O-grondslag, 50% voor starters en 16% over het meerdere.

Verliesverrekening

Een verlies in de vpb mag u één jaar achterwaarts en onbeperkt voorwaarts in de tijd verrekenen. Sinds 2022 geldt wel een beperking in omvang: tot € 1 miljoen is een verlies volledig verrekenbaar, over het meerdere nog voor 50%. Een BV met meer dan € 1 miljoen aan winst en meer dan € 1 miljoen aan verrekenbare verliezen betaalt daardoor altijd een deel vpb. De fiscale behandeling van een negatief resultaat op een beleggingsportefeuille in de BV komt aan bod in ons artikel over beleggen in de BV of privé.

Renteaftrekbeperking (earningsstripping)

Rente op vreemd vermogen is in beginsel aftrekbaar, maar de generieke renteaftrekbeperking maximeert die aftrek. Het saldo van betaalde en ontvangen rente is niet aftrekbaar voor zover het meer bedraagt dan het hoogste van 24,5% van de fiscale EBITDA of € 1 miljoen. Niet-afgetrokken rente kunt u onder voorwaarden doorschuiven naar latere jaren. Deze regeling speelt vooral bij met vreemd vermogen gefinancierde structuren. De renteaftrekbeperking bedraagt in 2026 24,5% van de fiscale EBITDA, met een drempel van € 1 miljoen. Een eerder voorgestelde beperking voor vastgoedlichamen met aan derden verhuurd vastgoed is niet ingevoerd. Wel blijft dit onderwerp politiek en fiscaal in beweging, omdat het kabinet constructies met gefragmenteerde vastgoedstructuren blijft onderzoeken.

Vennootschapsbelasting in de holdingstructuur

Veel DGA's houden hun onderneming en vermogen via een holding boven een of meer werkmaatschappijen. Twee vpb-regelingen bepalen in die structuur de belastingdruk: de deelnemingsvrijstelling en de fiscale eenheid.

Deelnemingsvrijstelling

De deelnemingsvrijstelling zorgt ervoor dat voordelen uit een deelneming van ten minste 5%, zoals dividenden en verkoopwinsten, op het niveau van de holding zijn vrijgesteld van vpb. De gedachte erachter is het voorkomen van dubbele heffing: de winst is bij de werkmaatschappij al belast. Verkoopt u een werkmaatschappij vanuit uw holding, dan is de boekwinst dankzij deze vrijstelling in beginsel onbelast op holdingniveau. Dit maakt de holdingstructuur fiscaal aantrekkelijk. De vrijstelling geldt niet automatisch voor een laagbelaste beleggingsdeelneming. Een beleggingsdeelneming kan alsnog kwalificeren als wordt voldaan aan de onderworpenheidstoets of de bezittingentoets. Wat er bij een bedrijfsverkoop verder speelt, leest u in bedrijf verkopen, en dan?

Fiscale eenheid

Houdt een moedermaatschappij ten minste 95% van de aandelen in een dochter, zijn beide in Nederland gevestigd en hanteren zij hetzelfde boekjaar, dan kunnen zij op verzoek een fiscale eenheid vormen. De eenheid wordt als één belastingplichtige behandeld: u dient één aangifte in en de resultaten worden gesaldeerd, zodat winst bij de ene vennootschap direct wordt verrekend met verlies bij de andere. Daar staat een nadeel tegenover: het opstaptarief van 19% tot € 200.000 geldt maar één keer voor de hele eenheid, terwijl elke zelfstandige BV daar afzonderlijk recht op zou hebben. De keuze vraagt daarom een afweging tussen verliesverrekening en tariefvoordeel.

Van winst naar privé: vennootschapsbelasting en box 2 samen

De vpb is voor u als DGA pas de eerste heffing. Keert uw BV winst uit als dividend, dan volgt heffing in box 2 over het inkomen uit aanmerkelijk belang. In 2026 bedraagt box 2 24,5% tot € 68.843 (voor fiscale partners samen € 137.686) en 31% daarboven. Uitgekeerd dividend is niet aftrekbaar voor de vpb: het komt uit de winst ná belasting.

De optelsom van beide heffingen is de gecombineerde druk. Die loopt op van afgerond 38,8% in de laagste schijven tot bijna 48,8% in de hoogste.

Lage schijf

Hoge schijf

Vpb over de winst

19%

25,8%

Box 2 bij uitkering

24,5%

31%

Gecombineerde druk (afgerond)

38,8%

48,8%

Een voorbeeld. Van € 100.000 winst betaalt uw BV in de lage schijf € 19.000 vpb. Er blijft € 81.000 over. Keert u dat als dividend uit binnen de lage box 2-schijf, dan komt daar 24,5% bij, oftewel € 19.845. Netto houdt u € 61.155 over, een effectieve druk van 38,8%. Omdat het lage box 2-tarief per belastingplichtige geldt, kan het spreiden van een grote uitkering over meerdere jaren of, waar mogelijk, over fiscale partners de druk verlagen.

De vpb-heffing zegt op zichzelf dus weinig over wat u netto overhoudt. Of u vermogen beter in de BV kunt laten renderen of naar privé haalt om in box 3 te beleggen, hangt af van uw rendement, uw uitkeringshorizon en uw persoonlijke situatie. Die afweging werken we volledig uit in beleggen in de BV of privé.


Veelgestelde vragen

Hoeveel vennootschapsbelasting betaalt een BV in 2026?

Een BV betaalt in 2026 19% vpb over de belastbare winst tot en met € 200.000 en 25,8% over het deel daarboven. Het effectieve tarief ligt daardoor altijd tussen deze twee percentages.

Betaalt een holding ook vennootschapsbelasting?

Ja. Een holding is doorgaans een BV en dus vpb-plichtig. Dankzij de deelnemingsvrijstelling zijn dividenden en verkoopwinsten uit deelnemingen van ten minste 5% op holdingniveau echter vrijgesteld, zodat over die voordelen geen extra vpb wordt geheven.

Wat is het verschil tussen vennootschapsbelasting en box 2?

Vennootschapsbelasting wordt geheven bij de vennootschap over de winst. Box 2 wordt geheven bij u privé over het dividend dat u uit uw aanmerkelijk belang ontvangt. Samen vormen zij de gecombineerde druk op winst die u naar privé haalt.

Hoe lang mag een BV verliezen verrekenen?

Een BV mag verliezen één jaar achterwaarts en onbeperkt voorwaarts in de tijd verrekenen. In omvang geldt sinds 2022 een grens: tot € 1 miljoen volledig, over het meerdere nog voor 50%.

Wanneer moet de BV aangifte vennootschapsbelasting doen?

De aangifte moet binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar zijn ingediend. Bij een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar is de deadline 1 juni. Het normale uitstel bedraagt vijf maanden, zodat de deadline bij een kalenderjaar meestal op 1 november ligt. Voor langer uitstel is een afzonderlijk gemotiveerd verzoek nodig.

Is uitgekeerd dividend aftrekbaar van de vennootschapsbelasting?

Nee. Dividend komt uit de winst ná vpb en is niet aftrekbaar. Alleen zakelijke kosten verlagen de belastbare winst, zoals het gebruikelijk loon van de DGA en de kosten van vermogensbeheer binnen de BV.

Joost van Löben Sels

door Joost van Löben Sels

Joost heeft veel ervaring met het adviseren van vermogende cliënten op het gebied van beleggen. Hij heeft onder andere gewerkt als beleggingsadviseur bij SNS Bank. Bij Vermogensbeheer.nl begeleidt hij vermogende particulieren, ondernemers, stichtingen en instellingen die op zoek zijn naar een goede en passende vermogensbeheerder. Joost is een ondernemer in hart en nieren en is daardoor ook goed in staat om ondernemers te adviseren bij hun beleggingsvraagstuk.

Gerelateerd:

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.