€100.000+ beleggen? Ontvang uw selectierapport. Gratis aanvragen

ESG beleggen: wat een ESG-score zegt en hoe u die beoordeelt

28 oktober 2026 Onderwerp: Duurzaamheid

ESG beleggen betekent dat een belegger of vermogensbeheerder naast rendement en risico ook let op milieu, sociale omstandigheden en goed bestuur van de bedrijven waarin wordt belegd. Een ESG-score maakt dat meetbaar, maar veelgebruikte ESG-ratings, waaronder die van MSCI en Sustainalytics, zeggen vooral hoe goed een bedrijf duurzaamheidsrisico's beheerst en niet automatisch hoe groot zijn positieve impact op de wereld is. Wie die scores leest zonder te weten wie ze maakt en wat ze meten, trekt al snel de verkeerde conclusie.

esg beleggen

Wat is ESG beleggen?

ESG beleggen is een beleggingsaanpak waarbij Environmental, Social en Governance-factoren een vaste plaats krijgen in de selectie en het beheer van beleggingen. De afkorting werd in 2004 gemunt in het VN-rapport Who Cares Wins en kreeg in 2006 brede navolging met de lancering van de VN-Principles for Responsible Investment. Inmiddels toetsen vrijwel alle grote Nederlandse pensioenfondsen, banken en vermogensbeheerders hun beleggingen op ESG-criteria, al verschilt de manier waarop sterk.

ESG is daarmee geen product en geen keurmerk, maar een raamwerk. Het geeft houvast bij de vraag welke duurzaamheidsonderwerpen relevant zijn voor een bedrijf en hoe goed dat bedrijf ermee omgaat. Wat een vermogensbeheerder vervolgens met die informatie doet, bepaalt of een portefeuille in de praktijk duurzaam is. Voor de bredere keuze tussen een reguliere en een duurzame beheerder leest u meer in het artikel over duurzaam vermogensbeheer.

Environmental, Social en Governance

Elke letter staat voor een groep onderwerpen waarop bedrijven worden beoordeeld:

  • Environmental (milieu): CO2-uitstoot, energie- en watergebruik, afvalbeheer, biodiversiteit en de blootstelling aan klimaatrisico's, zoals strengere regelgeving of fysieke schade door extreem weer.

  • Social (sociaal): arbeidsomstandigheden, mensenrechten in de toeleveringsketen, gezondheid en veiligheid, productveiligheid en de omgang met klanten en klantdata.

  • Governance (bestuur): de samenstelling en onafhankelijkheid van het bestuur, beloningsbeleid, aandeelhoudersrechten, belastingbeleid, interne controles en het voorkomen van corruptie.

Niet elk onderwerp weegt voor elk bedrijf even zwaar. Voor een oliemaatschappij zijn uitstoot en milieurampen doorslaggevend, voor een bank gaat het vooral om bestuur, klantbehandeling en de kredietportefeuille, en voor een softwarebedrijf om dataprivacy en het binden van personeel. Ratingaanbieders bepalen daarom per sector welke onderwerpen materieel zijn, en daar begint het verschil tussen scores al.

Uitsluiting, ESG-integratie en engagement

Vermogensbeheerders gebruiken ESG-informatie op drie manieren, die in de praktijk vaak worden gecombineerd.

Uitsluiting is de meest zichtbare aanpak. De beheerder belegt niet in bepaalde sectoren of bedrijven, bijvoorbeeld producenten van controversiële wapens, tabak of steenkool, of bedrijven die de VN Global Compact-principes schenden. Uitsluiting is eenvoudig uit te leggen, maar zegt weinig over de kwaliteit van de bedrijven die wel in de portefeuille zitten.

ESG-integratie betekent dat ESG-factoren structureel worden meegewogen in de financiële analyse, naast traditionele maatstaven als winstgevendheid, schuldpositie en waardering. Een bedrijf met slecht bestuur of grote milieurisico's krijgt dan bijvoorbeeld een lagere koersdoelstelling of een kleinere weging. ESG-integratie is geen uitsluitingslijst: een bedrijf met een matige score kan nog steeds in de portefeuille zitten als het risico in de prijs is verwerkt. Daardoor is deze aanpak voor een buitenstaander het moeilijkst te controleren.

Engagement is de actieve dialoog met bedrijven waarin wordt belegd. De beheerder spreekt het bestuur aan op duurzaamheidsonderwerpen en gebruikt het stemrecht op aandeelhoudersvergaderingen om verbeteringen af te dwingen. Engagement gaat uit van de gedachte dat aandeelhouders meer invloed hebben door te blijven en druk uit te oefenen dan door te verkopen. Hoe actief en concreet een beheerder engagement toepast, is te beoordelen aan de hand van stem- en engagementverslagen en gerapporteerde resultaten.

Hoe komt een ESG-score tot stand?

Een ESG-score is het resultaat van een analyse door een gespecialiseerde ratingaanbieder. Die verzamelt informatie uit jaarverslagen, duurzaamheidsrapportages, overheidsdata, nieuwsberichten en gesprekken met bedrijven, en vertaalt die met een eigen methodologie naar één oordeel. Daarbij maken aanbieders drie keuzes die de uitkomst bepalen: welke onderwerpen worden meegewogen, hoe die worden gemeten en hoe zwaar elk onderwerp telt. Omdat geen twee aanbieders dezelfde keuzes maken, bestaat er geen eenduidige ESG-score van een bedrijf.

De belangrijkste ESG-ratingaanbieders: MSCI, Sustainalytics en ISS

Drie aanbieders bepalen voor een groot deel welke ESG-scores vermogensbeheerders gebruiken. Hun schalen en uitgangspunten verschillen fundamenteel.

Aanbieder

Schaal

Wat de score meet

Vergelijking

MSCI ESG Ratings

AAA (hoogst) tot CCC (laagst)

Hoe goed een bedrijf financieel materiële ESG-risico's en -kansen beheert

Relatief ten opzichte van sectorgenoten

Morningstar Sustainalytics ESG Risk Rating

0 tot 40+, lager is beter

De omvang van het onbeheerste ESG-risico

Absoluut, vergelijkbaar over sectoren heen

ISS ESG Corporate Rating

A+ (uitstekend) tot D- (zeer zwak)

Duurzaamheidsprestaties op milieu, sociaal en bestuur, inclusief risico's, kansen en impact

Absoluut, met een sectorspecifieke drempel voor Prime-status

MSCI beoordeelt meer dan 17.000 bedrijven en geeft elk bedrijf een letterscore in vergelijking met sectorgenoten. Een AAA betekent dat een bedrijf de voor zijn sector belangrijkste risico's beter beheert dan de concurrentie; het betekent niet dat de sector zelf duurzaam is.

Sustainalytics, sinds 2020 onderdeel van Morningstar, werkt andersom. De ESG Risk Rating meet hoeveel ESG-risico een bedrijf loopt, verminderd met het deel dat het bedrijf adequaat beheerst. De uitkomst valt in vijf categorieën: verwaarloosbaar (minder dan 10), laag (10 tot minder dan 20), gemiddeld (20 tot minder dan 30), hoog (30 tot minder dan 40) en ernstig (40 of hoger). Omdat de score absoluut is, kunt u een bank en een mijnbouwbedrijf direct met elkaar vergelijken.

ISS ESG beoordeelt bedrijven op een schaal van A+ tot D-, met afzonderlijke oordelen voor E, S en G. Bedrijven die boven de drempel voor hun sector scoren, krijgen de zogenoemde Prime-status. Die drempel ligt hoger in sectoren met grote duurzaamheidsrisico's.

ESG-scores bij beleggingsfondsen: de rol van Morningstar

Particuliere beleggers komen ESG-scores vaak tegen bij fondsen, in de vorm van de Morningstar Sustainability Rating. Die rating wordt weergegeven met één tot vijf globes. Morningstar baseert de rating op de Sustainalytics-risicoscores van de bedrijven in een fonds, gewogen naar hun belang in de portefeuille, en kijkt daarbij naar de portefeuilles van de afgelopen twaalf maanden, waarbij recentere portefeuilles zwaarder wegen. De uitkomst wordt vergeleken met fondsen in dezelfde categorie. Een fonds met vijf globes heeft een laag ESG-risico in vergelijking met soortgelijke fondsen; een fonds met één globe een hoog risico.

Ook hier is de vergelijking relatief. Vijf globes in de categorie energie-aandelen zeggen iets anders dan vijf globes in de categorie wereldwijde aandelen. Bovendien meet de rating risico en geen impact, en zegt hij niets over de vraag of een fonds bepaalde sectoren uitsluit. Een fonds met veel globes kan dus prima beleggen in bedrijven die u om principiële redenen liever niet in uw portefeuille ziet.

ESG-risico of impact: wat een score wel en niet meet

De belangrijkste beperking van veel veelgebruikte ESG-ratings, waaronder die van MSCI en Sustainalytics, is dat ze kijken vanuit het perspectief van de belegger: welke duurzaamheidsrisico's kunnen de waarde van dit bedrijf aantasten? Dat heet ook wel financiële materialiteit. Een bedrijf dat zijn eigen klimaatrisico's goed heeft afgedekt, kan een hoge score krijgen, ook als het een grote uitstoter blijft.

De omgekeerde vraag, welke invloed het bedrijf zelf heeft op mens en milieu, heet impactmaterialiteit. De Europese duurzaamheidsrapportage hanteert beide perspectieven, het zogenoemde dubbele materialiteitsbeginsel, maar veel veelgebruikte ESG-ratings, waaronder die van MSCI en Sustainalytics, zijn nog steeds primair op financieel risico gebouwd. ISS ESG beoordeelt breder en neemt naast risico's en kansen ook de impact en footprint van een bedrijf mee. Wie wil weten of een portefeuille daadwerkelijk bijdraagt aan een duurzamere wereld, heeft aanvullende maatstaven nodig, zoals de CO2-intensiteit van de portefeuille, het aandeel beleggingen dat volgens de EU-taxonomie als groen geldt, of rapportages over concrete impactdoelen.

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.

Waarom verschillen ESG-scores per aanbieder?

Hetzelfde bedrijf kan bij de ene aanbieder een topscore krijgen en bij de andere in de middenmoot belanden. Onderzoekers van MIT Sloan vergeleken de ratings van zes grote aanbieders en kwamen uit op een gemiddelde onderlinge correlatie van 0,54 (Berg, Kölbel en Rigobon, Review of Finance, 2022). Ter vergelijking: de kredietratings van Moody's en S&P correleren met 0,92. Bij kredietwaardigheid zijn de beoordelaars het dus grotendeels eens, bij duurzaamheid veel minder.

Volgens hetzelfde onderzoek komt het verschil voor 56% voort uit de manier van meten, voor 38% uit de keuze welke onderwerpen worden meegenomen en voor slechts 6% uit de weging. Twee aanbieders die allebei arbeidsomstandigheden beoordelen, kunnen dat doen op basis van beleidsdocumenten, het aantal incidenten of het personeelsverloop, en komen daardoor tot andere uitkomsten.

Daarnaast spelen de verschillende uitgangspunten uit de tabel hierboven mee. Een relatieve score zoals die van MSCI vergelijkt een bedrijf met zijn sector, een absolute score zoals die van Sustainalytics met alle bedrijven. Ook de beschikbaarheid van gegevens speelt een rol: grote beursgenoteerde ondernemingen rapporteren uitgebreid, terwijl kleinere bedrijven en bedrijven uit opkomende markten minder informatie publiceren. Aanbieders vullen die gaten met schattingen, en ook die schattingen verschillen.

Voor u als belegger betekent dit dat één ESG-score nooit het hele verhaal vertelt. Een vermogensbeheerder die beweert dat een portefeuille "een hoge ESG-score" heeft, moet kunnen zeggen van welke aanbieder die score komt en wat die aanbieder meet.

Welke Europese regels gelden voor ESG-ratings?

Lange tijd waren ESG-ratings een ongereguleerde markt. Iedere aanbieder bepaalde zelf zijn methode, zonder toezicht en zonder verplichting om die methode openbaar te maken. Sinds 2026 is dat in Europa veranderd, en tegelijk verandert ook de informatie waarop ratings zijn gebaseerd.

De ESG-ratingverordening en het toezicht door ESMA

Sinds 2 juli 2026 is de Europese ESG-ratingverordening (Verordening (EU) 2024/3005) van toepassing. Aanbieders die in de EU ESG-ratings uitgeven, moeten vanaf 2 juli 2026 onder het Europese toelatingsregime van ESMA vallen; afhankelijk van hun situatie gaat het om vergunning, registratie, erkenning of een andere in de verordening voorziene route. ESMA is daarbij de centrale toezichthouder. ESMA kan informatie opvragen, onderzoeken en inspecties uitvoeren, boetes opleggen en een vergunning intrekken.

De verordening stelt eisen aan de organisatie, het bestuur en het voorkomen van belangenverstrengeling bij aanbieders. Gebruikers van ratings krijgen recht op informatie over de gebruikte methodologie. Voor aanbieders die al vóór 2025 in de EU actief waren, geldt een overgangsregeling. Reguliere aanbieders moesten uiterlijk 2 augustus 2026 bij ESMA melden dat zij doorgaan en moeten binnen vier maanden na 2 juli 2026 een vergunning of erkenning aanvragen. Kleine ESG-ratingaanbieders vallen onder een apart, lichter registratieregime en kunnen tot 2 november 2026 bij ESMA melden.

De verordening maakt ESG-scores niet gelijk. Aanbieders mogen hun eigen methode blijven hanteren; ze moeten die alleen beter uitleggen en zorgvuldiger toepassen. Interne scoremodellen die een vermogensbeheerder zelf ontwikkelt voor de eigen portefeuilles vallen bovendien buiten de verordening. Vraag uw beheerder daarom of hij een externe aanbieder gebruikt of een eigen model, en hoe dat model werkt.

Ook de classificatie van beleggingsproducten zelf, de SFDR met de bekende artikel 8- en artikel 9-fondsen, staat op de schop. Sinds november 2025 ligt er een voorstel van de Europese Commissie met drie categorieën: Sustainable, Transition en ESG Basics. Een product in een van die categorieën zou ten minste 70% van de portefeuille in lijn met de gekozen duurzaamheidsstrategie moeten beleggen. Het gaat in oktober 2026 nog om een voorstel; artikel 8 en 9 blijven voorlopig de geldende indeling.

De invloed van CSRD op de beschikbaarheid van ESG-data

Een ESG-score is zo goed als de gegevens waarop hij rust. De Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) moest ervoor zorgen dat bedrijven op een gestandaardiseerde en gecontroleerde manier over duurzaamheid rapporteren, en daarmee de basis onder ESG-ratings versterken.

Die ambitie is fors teruggeschroefd. Vanaf boekjaar 2027 is de structurele CSRD-scope teruggebracht tot ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers én meer dan € 450 miljoen netto-omzet. Die wijziging is met het Omnibus I-pakket vastgelegd in Richtlijn (EU) 2026/470. Ondernemingen uit de latere rapportagegolven die binnen de nieuwe scope vallen, rapporteren vanaf boekjaren die op of na 1 januari 2027 beginnen. Voor 2025 en 2026 geldt een overgangssituatie: de oorspronkelijke eerste groep rapporteert al, maar lidstaten mogen ondernemingen die buiten de nieuwe scope vallen voor die jaren vrijstellen. Duizenden middelgrote bedrijven die oorspronkelijk onder de CSRD zouden vallen, rapporteren hooguit vrijwillig.

Voor ESG-ratings betekent dat een tweedeling. Over de grootste ondernemingen komt steeds betere, controleerbare informatie beschikbaar. Voor middelgrote en kleinere bedrijven blijven aanbieders aangewezen op beperkte rapportages en schattingen. Bij portefeuilles met veel small caps of niet-beursgenoteerde beleggingen is de onzekerheid rond ESG-scores daardoor groter dan bij een portefeuille met grote, beursgenoteerde ondernemingen.

Hoe controleert u de ESG-aanpak van uw vermogensbeheerder?

Sinds 2 augustus 2022 zijn vermogensbeheerders en beleggingsadviseurs die onder de MiFID-geschiktheidstoets vallen verplicht om uw duurzaamheidsvoorkeuren uit te vragen bij het vaststellen van uw beleggingsprofiel. U geeft dan aan of u wilt dat rekening wordt gehouden met negatieve effecten op mens en milieu, of u een minimumaandeel duurzame beleggingen wenst en of u een minimumaandeel beleggingen wilt die volgens de EU-taxonomie als groen gelden. De beheerder moet de portefeuille vervolgens op die voorkeuren afstemmen. Dat gesprek is het startpunt om te toetsen hoe serieus een beheerder ESG neemt.

Welke vragen stelt u aan uw vermogensbeheerder?

De volgende vragen maken snel duidelijk of de ESG-aanpak van een beheerder inhoud heeft:

  • Welke ESG-ratingaanbieder gebruikt u, of werkt u met een eigen model? En meet die score risico of impact?

  • Welke sectoren en bedrijven sluit u uit, en bij welke omzetgrens? Een uitsluiting van "steenkool" kan betekenen dat een bedrijf er niets aan verdient, of dat het tot een kwart van de omzet uit steenkool mag halen.

  • Hoe weegt u ESG-factoren mee in de selectie van individuele beleggingen of fondsen?

  • Voert u engagement met bedrijven, en publiceert u een stem- en engagementverslag?

  • Hoe zijn mijn duurzaamheidsvoorkeuren vastgelegd, en hoe ziet u erop toe dat de portefeuille daaraan blijft voldoen?

  • Hoe rapporteert u over de ESG-kenmerken van mijn portefeuille, en hoe vaak?

Belegt u via een BV of holding, of beheert u het vermogen van een stichting, dan gelden dezelfde vragen. Bij een stichting kunnen de statuten of het beleggingsstatuut bovendien eisen stellen aan uitsluitingen of duurzaamheid, en het bestuur moet kunnen verantwoorden dat de beheerder daaraan voldoet.

Een beheerder die deze vragen concreet en schriftelijk beantwoordt, is doorgaans goed voorbereid. Blijft het bij algemene termen als "verantwoord" en "bewust", dan is dat een reden om door te vragen.

Wat zegt de ESG-score over uw beleggingsportefeuille?

Veel vermogensbeheerders rapporteren een gemiddelde ESG-score van de portefeuille, vaak afgezet tegen een benchmark. Zo'n score is een gewogen gemiddelde van de scores van alle bedrijven in de portefeuille. Dat maakt hem overzichtelijk, maar ook gevoelig voor een paar punten.

Let allereerst op de dekkingsgraad. Staatsobligaties, liquiditeiten, vastgoed en alternatieve beleggingen hebben vaak geen of een afwijkende ESG-score. Is maar 70% van de portefeuille gedekt, dan zegt de gemiddelde score niets over de overige 30%.

Kijk daarnaast naar de vergelijking. Een portefeuillescore heeft pas betekenis naast een relevante benchmark, bijvoorbeeld de wereldwijde aandelenindex waartegen de beheerder ook het rendement meet. Een score van AA zegt op zichzelf weinig; een AA tegenover een A voor de benchmark wel.

Vraag ten slotte naar aanvullende maatstaven. De CO2-intensiteit van de portefeuille, het aandeel bedrijven met ernstige controverses en de verdeling over de ratingcategorieën geven samen een vollediger beeld dan één gemiddeld cijfer. Zo voorkomt u dat een paar uitschieters met een hoge score een aantal zwakke posities aan het zicht onttrekken.

Hoe herkent u greenwashing?

Greenwashing is het duurzamer presenteren van een product of portefeuille dan het in werkelijkheid is. Toezichthouders hebben daar de afgelopen jaren meer aandacht voor gekregen. Sinds 21 november 2024 gelden Europese richtlijnen van ESMA voor fondsnamen: een fonds met termen als "ESG" of "duurzaam" in de naam moet ten minste 80% van het vermogen inzetten voor de beloofde duurzaamheidskenmerken en bepaalde uitsluitingen toepassen, zoals die voor bedrijven met omzet uit steenkool. Bestaande fondsen moesten uiterlijk 21 mei 2025 aan die regels voldoen. Veel fondsen hebben daarom hun naam aangepast of hun beleid aangescherpt.

Voor een vermogensbeheerder gelden die naamregels niet op dezelfde manier. Let daarom op de volgende signalen:

  • De presentatie is vaag. Termen als "verantwoord", "bewust" of "groen" worden gebruikt zonder concrete criteria, uitsluitingsgrenzen of meetbare doelen.

  • Er is alleen een ESG-score. De beheerder verwijst naar een hoge score, maar kan niet uitleggen van welke aanbieder die komt, wat die meet en hoe die zich verhoudt tot een benchmark.

  • Engagement wordt niet gerapporteerd. De beheerder zegt in gesprek te gaan met bedrijven, maar publiceert geen stem- of engagementverslag.

  • De portefeuille past niet bij het verhaal. De grootste posities zijn bedrijven die u in een duurzame portefeuille niet zou verwachten, zonder dat de beheerder uitlegt waarom.

  • Duurzaamheid is een tariefopslag. Er wordt een hogere vergoeding gevraagd voor de duurzame variant, zonder dat duidelijk is welke extra analyse of dienstverlening daar tegenover staat.

Geen van deze signalen bewijst op zichzelf dat er sprake is van greenwashing. Samen geven ze wel richting aan de vragen die u stelt voordat u uw vermogen toevertrouwt.

Veelgestelde vragen

Wat is een goede ESG-score?

Dat hangt af van de aanbieder. Bij MSCI gelden AAA en AA als koplopers binnen de sector. Bij Sustainalytics wijst een score onder de 20 op een laag of verwaarloosbaar ESG-risico. Bij ISS geeft de Prime-status aan dat een bedrijf boven de drempel voor zijn sector presteert. Vergelijk scores daarom alleen binnen dezelfde aanbieder en let op of de score relatief is ten opzichte van sectorgenoten of absoluut.

Wat zijn ESG-fondsen?

ESG-fondsen zijn beleggingsfondsen die ESG-criteria gebruiken bij de selectie van beleggingen, bijvoorbeeld door uitsluiting, door een voorkeur voor bedrijven met een hoge ESG-score of door het volgen van een duurzame index. Sinds de Europese richtlijnen voor fondsnamen moet een fonds met "ESG" in de naam ten minste 80% van het vermogen in lijn met die belofte beleggen. De mate van duurzaamheid verschilt per fonds, dus het prospectus en de periodieke duurzaamheidsrapportage blijven nodig om te zien wat u werkelijk koopt.

Wat is het verschil tussen ESG en duurzaam beleggen?

Duurzaam beleggen is de brede keuze om bij beleggingsbeslissingen rekening te houden met mens, milieu en maatschappij. ESG is het meetkader dat daarvoor wordt gebruikt: het beoordeelt bedrijven op milieu, sociale omstandigheden en bestuur. Een ESG-aanpak kan dus onderdeel zijn van duurzaam beleggen, maar een portefeuille met een goede ESG-score is niet automatisch duurzaam in de zin dat ze positieve impact nastreeft.

Kan een oliebedrijf een hoge ESG-score hebben?

Ja. Bij aanbieders die bedrijven vergelijken met hun sectorgenoten, zoals MSCI, kan een oliebedrijf een hoge score krijgen als het zijn milieu-, veiligheids- en bestuursrisico's beter beheert dan andere oliebedrijven. De score zegt dan dat het bedrijf een relatieve koploper is in een sector met grote risico's, niet dat de activiteiten zelf duurzaam zijn. Bij absolute risicoscores, zoals die van Sustainalytics, komen oliebedrijven door hun hoge blootstelling doorgaans minder gunstig uit. Wilt u geen fossiele bedrijven in uw portefeuille, dan is een uitsluitingsbeleid een betrouwbaarder instrument dan een ESG-score.

Levert ESG beleggen minder rendement op?

Niet aantoonbaar. Wetenschappelijk onderzoek naar het verband tussen ESG en rendement levert geen eenduidig beeld op, en de uitkomst hangt sterk af van de onderzochte periode en de gekozen aanpak. In jaren waarin energiebedrijven sterk stijgen, zoals in 2022, blijven strategieën die fossiele bedrijven uitsluiten vaak achter; in andere jaren werkt dat juist andersom. Het rendementsverschil met een reguliere portefeuille komt daarom vooral voort uit de sectorverdeling en minder uit de ESG-score zelf.

Frits van Manen

door Frits van Manen

Frits is partner bij Vermogensbeheer.nl en heeft ervaring als beleggings- en vermogensadviseur bij een grote Nederlandse bank en fondshuis. Frits begeleidt vermogende particulieren, ondernemers, stichtingen en instellingen die op zoek zijn naar een goede en passende vermogensbeheerder.

Gerelateerd:

Met het SelectieRapport vergelijkt u gratis meerdere vermogensbeheerders.

Op zoek naar de beste vermogensbeheerder?

Bent u op zoek naar de voor u beste vermogensbeheerder?

Vraag dan gratis en geheel vrijblijvend een SelectieRapport aan. Per e-mail ontvangt u een selectie van goede vermogensbeheerders die het beste passen bij uw persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren.